Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 zout op Zuid
2 licht op Zuid
3 glorie op Zuid
1 Om een hoop lawaai te maken heb je minder energie nodig dan om licht te laten schijnen. Het schijnt - licht op zuid. Pittige christenen - zout en licht. Pittig, het smaakt gekruid en een oliepitje. Als het zout zijn smaak verliest, kun je het net zo goed weg gooien. 2 licht op zuid – u bent het licht van de wereld. En het gaat om 3) glorie op zuid - dat uw Vader in de hemel verheerlijkt worde.
Hij is de koning van het koninkrijk der hemelen Mat 2 – de wijzen gaan op zoek naar de konig der Joden, Johannes de doper is de heraut van de koning: bekeer je, want je kunt hem niet ontmoeten zoals je nu bent. Hij werft zijn eerste onderdanen. Hij preekt het koninkrijk der hemelen. Het is niet alleen in de hemel en komt niet straks pas als Hij terug komt. Iedereen die buigt voor koning Jezus wordt zijn onderdaan en een burger van dat koninkrijk, nu is het al. H5-7 Hij onderwees en genas en bevrijdde. De krachten van het koninrijk kwam openbaar, daar zit ik om verlegen Heere. Geen lawaai maar kracht, dat mensen omgezet worden. En dan de beginselen van het koninrkijk. Hij spreekt tot Zijn volgelingen; dat past bij mijn koninkrijk., de inburgeringscursus. Hij begint met 9 zaligsprekingen. Jullie zijn te feliciteren. Je mag een geweldige roeping hebben, gefeliciteerd. Gelukkig ben je! Uitbundige gelukwensen. Dat kun je wel verkopen, dan vallen de schellen van je ogen.
Maar ook: zalig bent u als ze u smaden om Mijnentwil. Hoe weet je dat je een onderdaan bent? Als je je bekeert, belijdenis doet van je zonde, maar hier zie je de kenmerken, arm van geest - van mij moet het niet komen, ik verwacht het van U. Treurt om de omstandigheden van deze gebroken wereld. Zachtmoedig, barmhartig, vredestichter wilt zijn. Jullie zijn het zout van de aarde.
1
Niet iedereen of elke kerkganger. Onderdanen van de koning. Jullie zijn het. Niet: Jullie behoren het te zijn, Ik zou wel willen dat – nee, als je in aanraking met Jezus komt, word je zout, geen slagroom, geen kers op de pudding, geen parfum, geen toetje, zout kun je niet missen, brood, soep, aardappels je proeft het gelijk, en het was zeker toen bederfwerend, Je kunt het niet missen, licht ook niet, een kamer zonder licht...
onmisbaar, hardnodig, geen goud maar zout, dagelijks gebruik. Geen vuurwerk – dat zou ik wel willen, dat het hier ging knetteren, genezingen, bevrijdingen, vuurwerk. Licht, dat alleen maar schijnt en de duisternis verdwijnt. Het moet knallen dominee, 's ochtends. Het zit niet in de aantallen. De tijd van ds Lamey, het zag zwart van het volk. Nu een paar. Somber... jongeren gaan niet meer naar de kerk, een snufje zout kan al zoveel bederf weren. Een klein lichtpuntje, niet mokken en mopperen. Er is zoveel duisternis in deze donkere stad, ja dat is waar maar daar word het niet anders van. Laat je lichtje schijnen. Wees maar een klein kaarsje. Laat mij maar opbranden, zei Calvijn.
Vroeger had je geen koelkast, maar dan wreef je het in met zout. Snijbonen werden in gemaakt. Zout was zo onmisbaar. Wat kan één christen een hoop betekenen.
We hebben vier soorten smaakpapillen, zuur, zoet, bitter en zout. Wat voor christen ben ik ? Zoetsappig, honingzoet, onze zoete lieve Heer, die altijd antwoord heeft, alles voor zoete koek slikt. Dat gaat op den duur tegenstaan en je houdt het niet vol. Honing mocht niet op het altaar komen. Zuur: een zuurpruim christen dan? Altijd kritisch, mondhoeken naar beneden, nooit een support, altijd zeur. Het staat misschien degelijk, maar het evangelie is geen azijn maar een blijde boodschap.
Bitter – het leven heeft niet gebracht wat ik verwachtte, en God ook niet, en omgevallen met een aantal kerkmensen. Maar je moet het zout zijn. Evangelie is zuiver en het werkt wat uit. Laat het niet smakeloos worden. Zout uit de dode zee, als het zich verbindt met kalk e.d. Is het zinloos, vermeng het niet met de wereld, dan kan ik mijn smaak verliezen. Geen compromissen. Of: niet klonteren in de pot. Het moet gestrooid worden, verbreid. Laat je niet mee laten zuigen of terugtrekken.
Zout van de aarde en licht van de wereld? Aarde, wereld en hemel. Hemel is waar God woont. Wat is het verschil tussen aarde en wereld? De aarde is de goed aarde zoals God die geschapen heeft, we hebben de scheppingsinstellingen nog. De goede dingen van deze aarde. Daar zijn christen zout. Huwelijk en gezin, politiek, als christenen zich terugtrekken gaat het rotten, gezinnen valen uit elkaar. Als christenen het voorbeeld niet meer geven... Goede vader, goede moeder, je werk, ben jij zout tov de rest. Pittig, en gij geheel anders. Christelijk pol partijen, scholen, omroep.
De wereld, die bozige zondige wereld, onder lijding van de satan, daar in is al bederf, daar zijn we licht. Niet van maar wel in.
2
Jezus is het licht van de wereld, van boven af aangestoken, hij steekt mij aan. Als de zon oppokt gaat alle duisternis weg. Zoal hij niet nterug gekeerd is bkijft het donker. Al de christenen bij elkaar kunnen de duisternis nietverdrijven,. Miljarden sterren, de maan, beeld van de kerk, kan de duisternis wle verlichten niet verdrijven. Soms is het volle maan, soms maar een heel kjleine sikkeltje, dat is mijn leven als christen. De maand reflecteert, geleend licht. Aan de hand van de stand is hij helder of zwak, naar de mate waarin ik georienteerd bent op de Heere Jezus. Ben ik gericht op Hem? Des te meer kan ik van Hem doorgeven.
De bergrede was in Galilea. De hoogste stad is Safed die zie je van heinde en ver af., een orientatie in het donker. Die kan niet verborgen blijven. Bereikbaar en zichtbaar voor de wijk. Niet onder de korenmaat zetten. Een soort emmer. Daaronder gaat het lampje uit. Een beeld: je keunt zo opgang in werk, dat je niet meer toekomt aan schitteren voor Hem. Vers 15 heeft een verwijzing/noot: luc 8:16, 11:33, daar vult de Heere Jezus het aan, ook niet onder je bed. Maw je kunt geestelijk lui worden als christen. Ik mag niet overspannen worden, vrije tijd is belangrijk, 's avond moe en ik moet aan mezelf denken – wat breng je voor offers voor het koninkrijk? En je lamp niet onder een vat, de potten en pannen in huis. Je bent zo met je huis, tuin en keukendingen bezig. Dat je niet toekomt aan een offer voor het koninkrijk. Niet op verborgen plaatsen. Zonde aan de hand houden, die het daglicht niet kunnen verdragen. Op de kandelaar.
3
Komt tot uw doel: dat uw vader in de hemel wordt verheerlijkt. Dat ik uit liefde het goede mag werken, uit liefde tot Jezus. Dat anderen zeggen, wat is Hij goed. Het slavinnetje bij Naäm. Wat liet zij haar lichtje schijnen. Haar meester/ontvoerder is ziek en ze zegt niet, hij mag dood vallen, maar ze gunt hem genezing. Wij hebben een profeet in Israel. En hij verheerlijkte de God van Israël. Er is geen God dan de God van Israel. Als ik dan geen lichtbundel ben, mag ik dan een lucifertje zijn.