Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2016-11-20 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorwaarts christenstrijders

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 12:14 Heb 12:12-17 Hebreeën

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vandaag gaat het over het versterken van het lichaam en van elkaar. Een oud gezang (Herv. Bundel 1938; 111 vers 2) zegt:’ Versterk dan nu de slappe handen en zet hem vast de wankele voet. Zegt tot wie zucht in pijn en banden: "Wees sterk, vrees niet, heb goede moed!" (vers 12) ‘Hef daarom de slappe handen op en strek de knikkende knieën’, zo begint het; met ‘daarom’. Dan volgt een praktische conclusie.

- Versterking (vers 13) ‘en maak rechte sporen voor uw voeten, opdat wat kreupel is, niet wordt ontwricht, maar veeleer genezen wordt.’ De Hebreeuwse christenen waren soms ontmoedigd. Paulus schrijft hen ter bemoediging en gebruikt het beeld van de marathon. De ondergrond is niet altijd egaal, er zijn hobbels en bobbels, tegenslagen. Je gaat steeds langzamer lopen, je rug wordt krom en je voeten doen pijn. Paulus zegt: ‘Zie op Jezus en druk Zijn spoor’. Denk aan het doel, de beloning. Een wolk van getuigen heeft hetzelfde meegemaakt, maar zij roepen ons toe om moed te houden.
Bij slappe handen denk ik aan werken. Wat kunnen we voor Gods Koninkrijk doen? Maar je wordt moe en moedeloos. Er is geen waardering, denk je. Maar Jezus zegt: ‘Doe het voor Mij’. Knikkende knieën slaat op het gebedsleven dat inzinkt. Dan zinkt alles in. Waarom zijn we daar zo vatbaar voor? Te druk, je denkt dat bidden niet helpt, je laat een bepaalde zonde toe in je leven? Groeit er gras op uw gebedspad?
Het gaat van kwaad tot erger; van slap tot kreupel (hinken). Denk aan Elia, het volk hinkte op twee gedachten; zo is het bij de Hebreeën ook. Hun leven is ontwricht, ze slingeren heen en weer tussen hun keuzen.
Maar we kunnen genezen worden door Gods genade. Dat gebeurde ook bij Elia, Thomas en Maria Magdalena; zij zochten Hem en zagen (vonden) Hem. Ze keerden zich naar Jezus en kwamen uit hun inzinking.

- Verering (vers 14) ‘Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien.’
Een bijzonder vers: jagen is horizontaal, verstoot elkaar niet, leef in vrede. Heiliging is verticaal; je doet Gods wil. Het is positief, je wil op God lijken, Hij maakt je leven mooi. Zonder geloof en heiliging zal niemand God zien. Alleen reine mensen gaan de hemel binnen om van Gods trouw te zingen. Hoe meer ik toegewijd ben aan de Heere, hoe gelukkiger ik ben. Jaag daar naar! De bijbel heeft het vaak over jagen. Dat klinkt activistisch, streven naar de vrede. Christus is onze staat, onze stand is: wees heilig, want Ik ben heilig, de Heilige Geest werkt dat in mij, ik wil jagen. God geeft ons de kracht daarvoor om te schitteren als een beeld van Hem.

- Verbroedering (vers 15)’ Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden.’
Heb toezicht op elkaar; laat niemand afhaken. Wees uws broeders hoeder. Een wortel van bitterheid (wrok) maakt je een wrak. Dat is besmettelijk; het steekt ook anderen aan. Als je achterop, raakt bereik je het doel niet, zorg dat dit niet gebeurt!

- Vermaning (vers 16 e.v.) ‘Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.’
Paulus noemt Ezau; hij raakte achterop. Samen met Jakob was hij leerling in het leerhuis van Sem, de zoon van Noach. Wat een voorrecht. Zijn ouders leerden hem over de Heere. Maar Ezau werd een onverschillige en een ontuchtpleger. Hij nam twee vrouwen, diende de afgoden en verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een maaltijd (Genesis 25).
De Hebreeuwse Christenen worden hiervoor gewaarschuwd. Doe niet als Ezau, ga niet terug naar het Jodendom. ‘Want u weet’, staat in vers 17. In het Jodendom gingen ze elk jaar de hele Thora door; ze hoorden over Ezau. Ze kenden het uit hun hoofd: ‘Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.’ Ezau werd verworpen door God. Hij wilde de zegen, maar God verwierp hem omdat hij zich onverschillig en ontuchtig gedroeg. Hij schreeuwde wel bitter, maar hij was te laat. Zijn tranen hielpen niet. Het missen van de zegen berouwde hem wel, er was geen spijt over zijn levenshouding.
We hebben een plaats van berouw nodig. Er is zo’n plaats bij het kruis van Golgotha. Als je daar komt is het nog niet te laat. Daar mag je je zonden belijden en vergeving ontvangen. Het kruis is het hart van het evangelie. De knielbank moet onderaan het kruis staan. Daar mogen we samen knielen en vergeving ontvangen.

Zondaar,zoekt gij rust en vrede,
Levenslust en stervensmoed?
niets deelt u de wereld mede,
Alles vind g’ aan Jezus voet.

Kom, o kom met al uw noden.
Vrede wordt u aangebeden;
Vlucht dan eer gij sterven moet,
Met uw zonden aan Jezus voet.

Daar is niemand weggezonden,
Die om schuldvergeving bad.
Daar heeft ieder heil gevonden,
Alles wat hij nodig had.

Edit