Edit|
EditReeks Samenvatting:
Aanklacht (vers 3 - 5),
Antwoord (vers 6, 7),
Uitspraak (vers 8): komt aan de orde bij de nabetrachting
Bij huwelijksproblemen is het verstandig om naar een huwelijkstherapeut te gaan. Ook wordt er weleens gebruik gemaakt van een systeemtherapeut om zicht te krijgen op de hele omgeving van de mensen in problemen. Dat kan heel confronterend zijn, zo sterk zelfs dat er boosheid komt of dat men wil weglopen. Huwelijksproblemen kunnen zelfs zo erg zijn dat er een echtscheidingsprocedure wordt gestart. Men staat dan voor de rechter, waarbij besluiten genomen moeten worden over kinderen, alimentatie, enz.
Vanmorgen gaat het ook over een rechtszaak: God als rechter en het volk Israël als aangeklaagde. God was een verbond aangegaan met Israël. De Israëlieten hadden "ja Heere" gezegd, ze waren als het ware met elkaar getrouwd. Nu staan God en Israël tegenover elkaar. Ook in Jesaja 1: 18 gaat het over een rechtszaak: "Komt laten we samen richten, zegt de Heere; ook al waren uw zonden als scharlaken ze zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol".
God is niet alleen Vader, maar ook Rechter. Een Rechter die je ter verantwoording roept, waar je rekenschap af moet leggen over wat je gedaan hebt (met handen, voeten en hart). God komt terug op ons handelen en beoordeelt dat. Hierbij gaat het dus over schuld en beoordeling. Het is opvallend dat in de evangelisatie-toespraken in het boek Handelingen het nooit gaat over de liefde van God, maar over het oordeel. Deze woorden zijn niet alleen maar gericht op ongelovigen.
Als je de woorden van God gelooft, ontvang je genade, als je het niet gelooft, ontvang je het oordeel. Volgende week zitten we in de eetzaal van de Koning, maar nu zitten we in de rechtszaal. Je kunt alleen naar de eetzaal via de rechtszaal. We mogen zingen over "stromen van zegen", maar zingen we ook over "een stroom van ongerechtigheden"?
1. Aanklacht (vers 3-5)
Israël heeft op veel hoogten een afgodsbeeld neergezet. God wil al die afgoderij uitroeien. De meesten van ons hebben in de gemeente een ja-woord gegeven (belijdenis, doop, huwelijk, enz.). Hoe staat het ervoor als God bij ons nagaat in hoeverre we deze beloften zijn nagekomen?
De Heere zegt "wat heb Ik u aangedaan?". Hierin proeven we gekrenkte liefde. De zonden van gelovigen (die de liefde en trouw hebben leren kennen) zijn veel erger dan de zonden van de ongelovigen. De Heere daalt af naar de Israëlieten om deze vraag te stellen. Daarnaast vraagt de Heere "waarmee heb Ik u vermoeid?". De aanklacht bestaat eruit dat Israël de naam van God en Zijn wetten niet meer wil. Mensen zijn weleens boos op God en willen Hem beschuldigen. In Micha 6 wordt opgeroepen om dit maar te zeggen, zodat duidelijk wordt waarom men zich van God afkeert.
In de verzen 4 en 5 komt het belastend materiaal. God heeft Israël immers uit Egypte geleid en door de woestijn heen geholpen. De Heere heeft alleen maar goed gedaan. De feiten die God noemt zouden eigenlijk door de Israëlieten genoemd en geroemd moeten worden. De Heere heeft de Israëlieten niet veroordeeld, maar verlost van de wrede Farao en de slavenarbeid. De Heere komt dus niet met Zijn wet, maar met Zijn zegeningen, genade en geduld. Men zondigde niet tegen de wet, maar tegen Gods liefde en trouw.
Het is weleens goed om stil te staan en terug te kijken naar wat God allemaal voor je gedaan heeft. God is begonnen in ons leven. Bij het Pascha wordt dit herdacht en gevierd. De namen van Mozes, Aäron en Mirjam worden hierbij genoemd: zij zijn voor de Israëlieten uitgezonden. De Heere spreekt nog steeds over "Mijn volk". God spreekt ook over Bileam die het volk Israël wilde vervloeken, maar dat God ervoor zorgde dat het volk gezegend werd. God leidde het volk Israël door de Jordaan, zodat men bij Gilgal kon aankomen. Het hoge water van de Jordaan was onmogelijk te overbruggen, maar God zorgde ervoor dat het hele volk Israël er droogvoets door kon gaan. De Ark ging hierbij voorop en met het oog op deze Ark gericht kon men er door heen gaan. Zo baant de Heere Jezus voor ons een weg waar wij geen mogelijkheid zien. We worden opgeroepen om dit te gedenken. We gedenken dat God Zijn Zoon gegeven heeft en door Zijn dood en opstanding verlossing heeft teweeg gebracht.
2. Antwoord (vers 6, 7)
Het volk is diep onder de indruk van de aanklacht. Men gaat zich niet verontschuldigen of verdedigen. Het is een wonder dat men geraakt wordt. Het volk Israël beseft dat het niet goed zit. In vers 6 wordt gevraagd "waarmee zal ik de Heere tegemoet gaan en mij buigen voor de hoge God?". Hoe willen wij volgende week aan de avondsmaalstafel aangaan? In vers 6 en 7 worden brandoffers, eenjarige kalveren, duizenden rammen, tienduizenden oliebeken voorgesteld om God te behagen. Het gaat nog verder, want er wordt zelfs een kind-offer voorgesteld. Als deze offers kunnen God echter niet behagen.
Een reddingszwemmer moet een drenkeling eerst uitschakelen om hem te kunnen redden, want anders kunnen beiden verdrinken. Zo moeten wij ook eerst uitgewerkt zijn voordat God ons kan redden. God hoeft geen offers, zoals de afgoden dat wel eisen. God komt ons tegemoet door Zelf in een Lam ten brandoffer te voorzien. Van onze kant zit het niet in onze activiteit, stille tijd of iets anders. God eist niets, maar wijst naar Zijn Zoon. Hij heeft Zijn eer hersteld. In het bloed van Jezus ligt meer genade dan in de schuld van mijn zonden. God wil maar één offer van ons: een gans verbroken geest, door schuldbesef getroffen en verslagen.
Bij kerst kijken we niet alleen naar het Geschenk (Jezus) maar ook aan de Schenker (God de Vader). Want alzo lief had God de wereld gehad dat hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Dat is dus meer dan een cadeau. Scharlaken is een dieprode kleur die onuitwisbaar is. God zegt echter dat als onze zonden als scharlaken zijn, ze door het bloed van Jezus wit kunnen worden als wol. Het Hebreeuwse woord scharlaken betekent "worm". Jezus was een worm en geen man; zijn bloed nam onze zonden weg. Onze offers, van dieren of mensen, kunnen dat niet. Waardeloze vodden kunnen omgezet worden in hagelwit papier. Zo kan God van waardeloze zondaars, reine kinderen van Hem maken die Zijn beeld dragen.