2e adventszondag. Advent = komst. De komst van de Heere Jezus en daarin komt God zelf. Jesaja verlangt daar intens naar. De hemel moet daartoe worden geopend. Je hoort mensen wel eens: de hemel lijkt van koper. Ondoordringbaar. Je kijkt naar de toestand in de wereld. Waar is God en waarom doet Hij er niet wat aan? Hoe moet ik Kerst vieren, zo leeg en donker in mijn hart. De wereld vindt het niet zo'n punt. Twee weken vakantie. Een leuke tijd voor veel mensen. Maar als je verlangt naar de ontmoeting met God, hoe kan het, met een God die zo ver weg lijkt.
Zo was het met Israël, in ballingschap – de stemming was beneden 0. God had zich teruggetrokken. Het is alsof wij Zijn eigendom niet meer zijn. Waar zijn Uw grote daden nu?
Israël krijgt straf, opgesloten in een vreemd land. God wordt zelfs Israëls vijand. Hij verhart hun hart. Er komt geen woord van God meer in. Hij behandelt Zijn volk als de farao van Egypte. Zo erg is het. Van buiten een puinhoop en eelt op het hart. Och dat U de hemelen zou openscheuren. Toen we zo in Egypte zaten en U zag ons – wil dat weer doen, Heere. Verlangt u nooit naar zo'n uitzonderlijk ingrijpen van God? Waar bid je dan om? Wie zijn Gods tegenstanders? Altijd anderen?
Pakt dat wel gunstig voor ons uit? Hoort u nog misschien bij de vijanden van God? God zelf is in een vijand veranderd voor het volk van Zijn eigen verbond. Durft u dit gebed van Jesaja mee te bidden? Ben ik er zeker van dat dit voor mij goed af loopt? Gelet op hoe ik met mijn vrouw omga, mijn geld uitgeef en met Gods woord doe. Hoe weinig serieus ik Zijn geboden neem..
Maar God heeft de hemel opengescheurd. Geruisloos. In de nacht van Bethlehem. Een huilende Baby.. God vernedert Zich door een mens te worden als wij. Niet door ons een staaltje te geven van Zijn almacht, maar van Zijn zondaarsliefde. Tegensdaadse kinderen die Zijn liefde vertrappen. Dat Kind in de kribbe wordt een Man van smarte. Zijn Vader verandert in een Vijand. De hemel blijft potdicht, ondanks al het roepen van Jezus. Als teken van Zijn opoffering scheurt het voorhangsel in de tempel.
Als je tevergeefs roept, houden veel mens op, God heeft blijkbaar geen interesse in mij. Bid maar mee, och dat U (zelf kun je het niet)... Je kunt God niet dichter bij brengen. Dat gebeurt ook van boven af.
Hij heeft het gedaan, in de Kerstnacht en Hij kan het ook doen voor jou op het gebed. Bid het niet mee als je de oude mens niet wilt loslaten. Als je leeft onder een open hemel is het dek weg omdat de Heere je overtredingen uitdelgt. Dat ervaar je niet altijd even makkelijk, het is zo teer, dan is er makkelijk een wolkendek – maar daar ben je dan niet tevreden mee, daar blijkt het ware geloof uit.
Straks zullen de hemelen nog een keer openscheuren, en niet in stilte. En hij zal Zijn bruidsgemeente tot zich nemen. Maar asl je het vredensaanbod van God verwerpt, word je zelf verworpen.
Aan Lewis werd eens gevraagd of hij echt geloofde dat er mensen verloren gingen . . Je hebt twee mensen: mensen die tegen God zeggen uw wil geschiede, en je hebt ook mensen tegen wie God moet zeggen, uiteindelijk: uw wil geschiedde. Als je dan niet komen wilt – dan moet je het zelf maar weten. God vernietigt al zijn vijanden, laat het zo ver niet komen.
Maar het liefste doet Hij dat door er vrienden van te maken.
Als het Kerst wordt, is Advent voor bij, maar niet in het geestelijk leven. Door Zijn komst in je hart, wordt het adventsverlangen alleen maar sterker, en je leert bidden: kom spoedig, Heere!