Edit|
EditReeks Samenvatting:
1 we hebben een Altaar
2 we geen blijvende stad
3 straks de toekomstige stad
Heb 13:14 heeft voor mij een herinnering. Mijn oma is er mee begraven. De Hebreeërs waren Jezus gelovig geworden, maar er kwam tegenslag. Paulus wijst hen op hun voorvaderen, zoals zij door de woestijn gingen zo zijn jullie op doorreis naar de toekomstige stad. Pelgrims, maar tijdens die tocht, net als in het OT gaat de Heere zelf mee. Priester en pelgrim hoorde bij elkaar. Het altaar en de pelgrimsreis.
1 wat we wel hebben.
Op het seminarie moesten we zonder woorden tekenen wat de kern van het christelijk geloof is. Sommige tekenden schoenen: een weg om te gaan, of Rust, of Bloemen. Ik heb geprobeerd om een altaar te tekenen en later vond ik dat terug in deze tekst. Voor van Gods toorn, een Ander, die uit Liefde wil sterven. Verzoening door voldoening.
In het oude Jodendom kun je niets met het Lichaam dat verbroken is, maar wij mogen er van eten.
Vers 11: de dieren werden binnengebracht. Een Zondoffer: het bloed werd in het heiligdom gebracht. Het bloed ging naar God toe. Maar het lichaam werd verbrand buiten de legerplaats. Het was beladen met zonden van het volk. Vers 12: Jezus’ bloed is ook voor God gebracht en Golgotha was buiten de poorten van Jeruzalem. Laten wij daarom ook tot hem uit gaan buiten de legerplaats. Om Zijn smaadheid te dragen.
Vroeger had je stadsrechten, je ziet het nog in oude steden met wallen. Als je binnen was, was je beschermd. Maar als melaatste bijv. was je buiten en vogel vrij. Zo heeft Christus geleden. Joh: Jezus droeg zijn kruis buiten de stad. Op de afvalplaats.
Hoe weet ik of Hij ook voor mij wilde sterven?
Door je zonden te belijden zoals op Yom Kippoer. Je leunde op hem, met oprecht hart. Van a t/m z. Wat is er fout gegaan. ben ik altijd Aardig, of ook Akelig geweest, en Beleefd of Brutaal. Heb ik geZien op Jezus of veel Zelf willen opknappen? Belijdenis, lijden. Met schuld voel je ook pijn. Dan vind je het erg wat je andere hebt aangedaan. Dat Hij daar zo zwaar voor moet boeten. Ver van Gods aangezicht.
Wij hebben een altaar. Laten wij ook Zijn smaad dragen. Wat je dan over je heen krijgt, uit de wereldse systemen of de wettische systemen. Als kost het de smaad van ongelovigen of schijngelovigen. Het bloed werd in het heiligdom gebracht en het lichaam naar buiten. Zo ook wij (uit H10): wij hebben de toegang tot het Binnenste, heel dicht bij God. Zo vertrouwelijk met God om gaan, en tot opzichte van de wereld naar buiten te gaan om de smaad te dragen, alleen dan kun je dat ook! Met die vreugde, die intieme verborgen omgang met Hem. Dan heb je een verborgen krachtbron. Houd die bij elkaar. Als priester en pelgrim. Vertrouwd met boven en een vreemdeling hier beneden.
Als Hij morgen terug komt, naar welke kerk ging Hij dan? Misschien gaat hij wel naar een bos en gaan wij allemaal uit naar Hem buiten de legerplaats. Het gaat om Hem, niet om hier iets in stand te houden.
Hij heeft het offer gebracht en nu mag ik als dank het lofoffer brengen. Als een rookpilaar, een zoete geur gaat het omhoog.
En: Vergeet de mededeelzaamheid niet. In dat offer heeft God ook behagen. Denk aan de armen, azsielzoekers. Prachtisch, doe wat. Wees present. Uit een bewogen hart. Voor je ziel en je lichaam. Stille armen, laten we er hart voor hebben en een hand.
2 De pelgrimsreis
We hebben geen blijvende stad. Wat betekent dat hier? Paulus schrijft vlak voor de verwoesting van Jeruzalem. Dat is de eerste betekenis. De tempel dat was het.. de dierenoffers. Maar die vorm van eredienst houdt een keer op en zal letterlijk worden verwoest. Wij hebben een betere verzoening, die niet voor een jaar, maar voor altijd. En een Betere stad, het Nieuwe Jerzualem. Relinquenda – ‘wat verlaten moet worden’. Christen in de Christenreis van Bunyan – deze stad Verderf wordt verbrand, we moeten weg. Ze komen bij de IJdelheidskermis. De wereld. Ze hebben andere kleren – een reismantel, ze praten anders, ander gedrag. Leugen bedrog en vermaal een zeepbel. Jullie zijn krankzinnig! De wereld tegen. Dat hadden de Hebreeën ook. Daar moet je op rekenen. Evangelie zonder lijden is in de hemel, lijden zonder het evangelie is de hel maar Evangelie met lijden is hier op aarde. Daar weten broeders en zusters van ons veel meer van dan wij.
We noemen straks zes namen – het laatste stuk van hun reis dit jaar gedaan. Het doel was duidelijk, de weg niet.
Waar moet je op letten? De Ark ging voorop, en luisteren naar de zilveren trompetten. Klaarmaken voor vertrek, bijv. Als je achter Jezus aangaat, ga je hemelwaarts.
We zoeken verlangend naar die toekomende weg. De route is onbekend, maar de bestemming ligt vast. Geroepen, als Abraham. Je wordt op die smalle weg gezegd. Een levensgeschiedenis en een bekeringsgeschiedenis. Hoe ben je op die weg gekomen? Uit de wereld of een verwaterd christelijk leven. Is er wat met je gebeurd? Je wordt een vreemdeling hier beneden. Je doet niet vreemd.
Een heilige levenswandel. Een rein huwelijk, ik werk en verwacht. Talenten gebruiken, diploma’s behalen, je reist nooit alleen. Waarheen gaat gij, hoofd omhoog en hand in hand. We reizen samen. We zijn er bijna..
3
Wat we straks zullen hebben. Die toekomende stad, een blij vooruitzicht. Hebben we daar een verlangen naar? Daar is onze Vader. De Heere Jezus mijn Bruidegom, de Heilige Geest die gezorgd heeft dat ik zeker ban van mijn zaligheid. Dat grote goed dat Hij heeft bereid.. vol verlangen. Gods kinderen zoeken die stad. Soms kan het erg mistig zijn, dan zie je niets van die toekomst. Daar is de zonde onbekend, de inwoners zo gelukkig want ze zijn vol van God. Abraham, Izak en Jakob. De martelaren. Dat heerlijk Vaderland.
Is je paspoort getekend? Dan kom je er straks als een legale. Er is een stad in, met een fundament en muren – niet ieder zal er binnen komen. Lichtstad met de paarlen poorten. Wat de wereld in zijn hart heeft, hebben de heiligen onder de voeten, het interesseert hen niet want ze hebben Jezus in hun hart. Wij zijn van nature zo ongeschikt voor die stad..
Er is ook een koninklijke tuin zijn, het paradijs. Er is geen temp[el omdat het Lam de tempel is.
De bewoners – ik herken ze, maar ze zien er zo anders uit. Geen kruis maar een kroon , geen zwaard van het woord, maar een harp. Hier onthoofd daar gekroond. Hier vervolgd en daar glanzen ze. En Jezus. Dan heb je eeuwig aan God genoeg en je krijgt er nooit genoeg van. Alles aan Hem is gans begeerlijk. En zelfs de Bruidegom noemt de Bruid schoon. Gij goede en getrouwe knecht.
Die hoop moet al ons leed verzachten. Straks eindelijk thuis. Omdat Hij buiten de poort geleden heeft, mag ik naar binnen. Daar staan ook straks mijn voeten, ik kan het bijna niet geloven. Door Hem door Hem alleen. Kan het ook – ook voor mij? Niet vanzelfsprekend. Om die paarlenpoorten binnen te komen, moet je hier door de enge opport ingaan, van de bekering.
Augustus eindigt zijn Stads Gods zo: Daar zullen wij rusten en zien, zien en liefhebben, Liefhebben en lofprijzen. Dat is wat er op het einde, zonder einde zal zijn.
Laten tot Hem uit gaan, door Hem God prijzen. Altijd gaat het om Hem. Een oudvader zei eens: ik kan niet, ik wil niet, ik deug niet, ik heb niet en ik weet niet. Zo eindig ik niet, dan gaat het alleen vijf keer over ‘ik’. De Bijbel zegt: Uit Hem, door Hem, tot Hem, zijn alle dingen. Hem, zij de eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid.