Edit|
EditReeks Samenvatting:
In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars. Je moet maar durven! Een topervaring, een geloofstop tegen de ervaring in eigenlijk. Het lied van Paulus is geloofstaal. De werkelijkheid is meer om te huilen. Zoals Paulus Psalm 44 citeert, een dieptepunt: Om uwentwil worden wij de ganse dag gedood. Lees hem vanavond nog eens langzaam. De Psalm begint tegen de achtergrond van Gods roemrijke daden in het verleden. En dan `zakt` de Psalm `een octaaf`. Israël wordt geknecht, gehoond. Het lied is uitgezucht onder alle vervolgingen die de Joden is aangedaan. De demonie van de jodenhaat - eeuwenlang botgevierd, tot het een kookpunt bereikte in de Endlösung der Judenfrage. Een satanische gruwel aan de breinen van Hitler en Himmler ontsproten.
De Psalm klonk vaak kreunend. Om Uwentwil is geen constatering, maar een schreeuw uit de diepte. Waarom? Om uwentwil. Wat natuurlijk niets afdoet aan de verantwoordelijkheid van hen die het op hun geweten hebben. Maar het was vanwege de band die God en Israël aan elkaar bonden. Antisemitisme is niet zomaar een vorm van rassenhaat, maar opstand tegen de God van de Joden, een duivels verzet tegen de Eeuwige die de Enige is. De duivel zegt, omdat ik de hemel niet kan bestormen, dan terroriseer ik Zijn oogappel op aarde.
Paulus past hier die Psalm echter toe op de christelijke gemeente. Mag dat zo maar? Nee niet zomaar. Er schuilt een diep geheim achter. Een `mysterion`. Het geheim van Gods heilsplan. Dat heidenen door het bloed van Christus samen met Israël worden één gemaakt. De muur is weggevallen. De vrede is getekend en wordt verkondigd. Wat zijn wij bevoorrecht! Maar wij delen niet alleen in het voorrecht maar ook in het lijden dat het Verbondsvolk overkwam en overkomt. In de pijn en smaad en tranen.
Paulus kan alleen nog zuchten en zingen. Maar het lijden weegt niet op tegen de heerlijkheid die ons geopenbaard zal worden. Of hier: wij zijn meer dan overwinnaars.
Geldt dat ook voor ons, in een totaal andere tijd? Ja, dat wil zeggen, voor zover je je niet zo aan de wereld hebt aangepast, dat je christelijk belijden nergens meer met lijden gepaard gaat. Durven we tegen de tijd in te gaan?
En we moeten ook nuchterheid en bescheidenheid in acht nemen. Dat `lijden` dat ons verwende westerlingen overkomt is niet te vergelijken met het lijden van de eerste christengemeente. Weet je wat honger is? Ben je wel eens vervolgd? Het zwaard? In tegenstelling tot honderdduizenden gelovigen elders. Dus ben ik terughoudend…
Spel de woorden van Paulus, maar vraag de Heere erbij, mag ik er ook houvast aan hebben als de nood echt aan de man komt! Want die nood komt een keer.
Alle dingen werken mede ten goede; zou de Heere ons niet alle dingen schenken; in dit alles overwinnaars. Alles.
Alle dingen die ons overkomen. Aan moeite, zorg, verdriet. Of raadsel, of verdrukking. Ze werken mee. Niet door je eigen dapperheid, maar God laat ze meewerken ten goede. Hoe? Ik weet het niet. Laat het gerust aan Hem over. Geef het uit handen en uit je gedachten. Kwijt raken aan de Heere. Zeg maar Heere, ik kan het niet dragen. "Geef maar, Mijn kind, geef maar."
Zou ik je met Mijn lieve Zoon, die Ik voor je overhad, je ook niet alle dingen met Hem schenken? Met Hem, niet los van Hem. Als je de Zijne bent ben je mede-erfgenaam, dan heb je alles. Als je door het water heen moet, Ik zal bij je zijn. Alle goeds, de vergeving van alle kwaad, alle ellende uit je jeugd, of wat je van de week nog gedaan hebt. Ik kom er niet op terug. Hij zal al onze kwalen genezen, het komt een keer, hoe dan ook.
`Ja maar, Heere, ik zie geen vooruitgang, alleen achteruitgang. O God mijn leven is getekend door scheuren.` Zou Ik er niet van weten? Niet alleen wat voorspoed bewerkt, maar ook wat je leed en pijn berokkent schenk Ik je! Ook en juist het kruis, met Christus. Dat houdt ons kort bij de Heere. Zo bereid Ik je voor op de eeuwigheid en leer Ik je te zingen, niet goedkoop, maar: in dit alles (wat het ook is, hoe zwaar het ook valt) zijn wij meer dan overwinnaars.
Zou je niet liever zeggen, nà dit alles, Paulus? Nee, ik vergis me niet, zegt Paulus. In het midden van deze strijd. In Christus. Niet desondanks, maar in dit alles. Je moet het steeds weer leren. De top is niet bereiken dan langs het steile pad van het kruis. Smal, bochtig. Een smalle torentrap. 365 treden bijv. in de toren van de Nieuwe Kerk in Delft. Nog donker ook, en duizelig word je. En dan grijp je naar het touw. Het hangt van boven naar beneden. Het touw van Gods beloften. Gods trouwbeloften, ze zullen niet breken. Om uwentwil, Heere, overkomt ons het leed. En omdat ik bij u hoor draag ik het kruis.
Is dat niet het laatste antwoord op alle waarom vragen van ons? 'Om uwentwil'. Om Gods wil onder het kruis, dan ook: om Gods wil straks naar huis. Zegt u: ik haal het niet! Grijp het touw dan vast en geloof het woord van Gods beloftekoord. God is zo trouw als sterk. Voor de zwakkeling die makkelijker valt dan klimt. Voel je je aangesproken?
Meer dan overwinnaar, omdat we verliezers zijn in ons zelf. Maar *door Hem*, niet omdat we zo vol hebben gehouden, of omdat wij Hem hebben liefgehad! Maar Hij ons. Tot het einde toe. Ons kruis haalt het niet bij het Zijne.
Lieve Heere, als u dat voor mij deed - kan ik alleen maar zingen: door U, door U alleen.