Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2017-01-22 10:00:00 ds. J.C. de Groot (em. te Dordrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Hooglied 2;1-4 Hooglied 2:1-4

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vooraf iets over de uitleg van Hooglied. De kanttekenaren zeggen in hun voorwoord: de schrijver van dit boek is Salomo, ingegeven door de Heilige Geest. Het is ten diepste een gesprek tussen Christus en Zijn kerk. Vanuit deze uitleg gaan wij luisteren naar Hooglied 2. In vers 11 lees je dat de winter voorbij is en de plasregen over gegaan is, de zangtijd genaakt. Er staat ook dat de seizoenen niet zullen ophouden. We leven nu in de winter, een tijd van dorheid waar geen leven in lijkt te zitten. Zo kan het ook in het geestelijk leven zijn. En zelfs in het kerkelijk leven. In de NGB wordt ook verwoord dat de kerk soms heel klein is en dat het lijkt alsof er geen geestelijk leven meer gevonden wordt. C.H. Spurgeon schreef een boek over het Hooglied en schrijft hoe het winter was in de tijd voorafgaand aan de komst van de Heilige Geest. Farizëisme vierde hoogtij en er leek geen leven. Daarna kwam Pinksteren!
Veel later had je de donkere Middeleeuwen, met daarna de lentetijd van de Reformatie. Maar ook deze lentetijd ging over en werd overstemd door de leus van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap; de Verlichting. Maar gelukkig mogen er nog steeds restanten worden gevonden van geestelijk leven. Zeker afgezet tegen de geesteloosheid in Europa.
Maar ook persoonlijk kan het wintertijd zijn in onze harten. Zolang wij niet levend gemaakt zijn door de Heilige Geest is alles dor en dood van
binnen. Dood door de zonden en de misdaden, zegt de Bijbel. Een ontzaglijke realiteit, maar God zet daar geen punt! De Levensvorst heeft de dood overwonnen en de zonde als het Lam van God weggedragen.
Hij is opgestaan tot onze rechtvaardigmaking.
Het kan ook zo zijn dat we God door genade hebben leren kennen en je de tijd kent dat God heel dichtbij was. Maar dan ebt het weg en het lijkt alsof de lentetijd door je vingers glipt. Alsof er niks meer van over is. Prof. van der Meijden zegt: de energiën van de Geest schijnen niet meer te werken en de ziel komt niet meer in het heiligdom van God. Hoe wordt dat nou toch weer doorbroken? Hij maakt u weer levend naar Zijn belofte. Gun leven aan mijn ziel dan looft mijn mond Uw trouwe hulp....De Heere gaat met iedere zondaar zijn eigen weg. De een kan dag en uur aanwijzen, maar het kan ook zijn dat de Heere de vrieskou langzaam maar zeker laat verdwijnen en dat de kou het af moet leggen tegen de liefde van God. Onze harten die zo hard waren als een steen smelten als sneeuw voor de zon, en dat is nodig om ons leven weer vruchtbaar te maken door het zaad van de wedergeboorte. Dat is uitsluitend te danken aan de stralen van de zon der gerechtigheid, de Heere Jezus. Misschien hebt uw dat ook ervaren: zou God Zijn genade vergeten, nooit meer van ontferming weten? Ik zei daarna: dit krenkt mij het leven. Maar je voelt je er niet goed bij als dat zo is, je bent er niet gelukkig mee. En dan spreekt hij over zijn God: maar God zal verandering geven.
Zo brengt Hij die verandering tot stand: de allerhoogste maakt het goed, na het zure geeft Hij het zoet!

Dat gebeurt in vers 11: sta op mijn vriendin, mijn schone, en kom, want de winter is voorbij en de plasregen is overgegaan! Waar nu de bruid geen oor voor Hem heeft, gaat de bruidegom tot haar spreken. Alleen de stem van de Bruidegom kan een eind maken aan de wintertijd in haar leven. En dan doorbreekt Hij met een enkel woord de dorheid en de dodigheid. Hij kondigt haar de lente aan. De tortelduif wordt gehoord (april, mei in Israël). Hij wil Zijn bruid bij zich hebben; ze moet naar Hem toekomen!
De bruid herkent onmiddellijk de stem van de bruidegom. Dat is de stem van haar liefste! Lang geleden,maar nu hoort ze Hem weer! Kijk naar Hem,, daar kom Hij aan! Springend en huppelend over de heuvels....Hij heeft haast om bij haar te komen. Hij roept haar op om op te staan: sta op mijn vriendin, mijn schone en kom! Hij wil dat zij opstaat en naar hem toekomt. Door dit liefdeslied, dit lente lied, door Hem ingeluid. Ze is van Hem, Mijn schone, Mijn vriendin. Ze is dus voor Hem ook schoon gebleven, hoewel ze zichzelf als afzichtelijk ervaart.

Waar is die bruid? Ze Heeft zich als een duif verborgen in de kloven van de steenrots. Dit in tegenstelling tot de prachtige beelden die Hij schetst. En nu een duif die zich verscholen hield in de rotsen. Bij het graf van Ben Goerion kijk je uit over een vallei waar een beek door stroomt; aan weerszijden hoge steile rotsen. Kaarsrecht aan 2 kanten... je ziet daar duizenden duiven die daar verblijven in de kloven van de steenrotsen. Ze nestelden zich daar maar zitten daar ook om bescherming te zoeken voor zichzelf en hun jongen. Je hebt daar te maken met thermiek, opstijgende warme lucht, en boven de vallei drijven roofvogels op de warme lucht. Als er een duif tevoorschijn komt, laat die roofvogel zich op zijn prooi vallen. De duiven durven dus niet tevoorschijn te komen......uit angst voor de roofvogels. De Bruidegom begint haar toch te vragen om tevoorschijn te komen. Hij noemt haar mijn duifje, een koosnaampje om haar verlangen op te wekken. Meisje, kom nou eens tevoorschijn.

Wij die ons zo vaak als wilde dieren gedragen hebben.....is dat niet te zwaar aangezet? Asaf zegt: ik was een wild beest bij U....De profeet Hosea noemt het volk van Israel een losbandige koe. Weerbarstig. Hoe gaat het ook niet in uw en mijn hart? Psalm 30 kennen we allemaal: wees niet gelijk een paard, ene muilezel die geen verstand heeft.
Een duif staat voor oprechtheid, zachtheid...maar ook: Een duif is in de Bijbel het beeld van de Heilige Geest. Er daalde een duif neer op het hoofd van de Heere Jezus. De bruid van Christus wordt duif genoemd om aan te geven dat de Heilige Geest in haar woont, zeggen sommige verklaarders. O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk....Een duif heeft geen tanden, geen stekels, geen klauwen. Hij kan alleen maar alert zijn op water gebeurt en in nood weg vliegen en zich verschuilen.



In Hooglied 1 heeft de bruidegom de schoonheid van de bruid al bezongen. U bent schoon; mijn vriendin, uw ogen zijn duiven. Haar ogen fascineren Hem. Zie gij zijt schoon, staat er nog een keer. Wat een overtuiging spreekt daar uit.
Uw ogen zijn duiven tussen uw vleugels. Daar drukt hij zoveel mee uit. Hij heeft oog voor haar ogen. In Hooglied 4:9 blijkt nog eens waarom. Gij hebt mij het hart genomen, mijn zuster o Bruid, met 1 van uw ogen. (vers 4) .

Ze heeft die liefde beantwoord met een liefdesblik en dat heeft hem geraakt. Duive-ogen hebben een zachte glans. Ze hebben iets betoverends over zich. Zij die voor de liefde van de Hem zijn gevallen en een zalig maker nodig hebben...Hij wil onze ogen zien. Psalm 123”ik hef tot U die in de hemel zit mijn ogen op en bid...Ik sla de ogen naar het gebergte heen van waar ik dag en nacht des hoogste bijstand wacht.....weer die ogen. Psalm 25: de ogen houden mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten. Weer die ogen. De bruidegom is naar haar toe gekomen, ze heeft zijn stem gehoord en herkend, Hij heeft een heerlijk lentelied gezongen voor haar.....ze krijgt een opwekking om voor Hem te komen.

Toon mij je gedaante, zegt de Bruidegom. Hij vergelijkt haar met de paarden aan de wagens van de Farao. Prachtige dieren, wonderschoon. Daar vergelijkt de bruidegom de bruid mee. Mooier kan het niet. Je weet toch hoe ik je bewonder om je schoonheid? Laat je aan me zien. Als we tot geloof in de Heere Jezus Christus komen legt Hij Zijn schoonheid op Zijn kerk. Laat je niet leiden door wat je over jezelf vindt. Laat je leiden tot hoe Ik over je denk. Als het goed is wordt er meer gebeden met de pet af dan op. Het voortdurende gesprek met de Heere, ook al ben je niet in speciale gebedshouding. Heere help, ondersteun, strek Uw hand naar me uit...wat in jouw situatie ook van belang is. Roep Mij aan in de dag der benauwdheid en Ik zal u er uit helpen....Doe Mij uw stem horen. Soms durf je niet meer uit je schuilplaatsje te komen. Dan kun je niet meer bidden....Maar dan staat Hij toch te roepen: Laat je nou eens zien. Want Ik hoor je zo graag, Ik zie je zo graag. Zo'n Koning mag ik u prediken. Hij is een bruidegom; Hij toont haar Zijn liefde, onder welke omstandigheden u zich ook mag bevinden. Uw stem is zoet en uw gedaante liefelijk. Als Hij roept.....mag je te voorschijn komen. Heere ik kom tot U, hoor naar mijn gebed, vergeef mijn zonden nu, en reinig mijn hart. Zie mij voor U staan......zondig en onrein, o Jezus raak mij aan, van U wil ik zijn. Daar komt die duif te voorschijn, die bruid, die kerk, en Hij ziet in haar alleen maar schoonheid. En zij ziet in Hem alleen maar schoonheid. Zij mag pronken met andermans veren. Ze mag pronken met de veren van Christus. Psalm 68:7 Gelijk een duif door 't zilverwit. En ' t goud dat op haar vederen zit, bij het licht der zonnestralen ver boven andere vogels pronkt, zult gij door 't goddelijk oog belonkt weer met uw schoonheid pralen.



Edit