Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2001-10-14 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
mar 2:1-12 mar 1:32-2:17 2001-10-14.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.5Mb)
2001-10-14.1013a.mp3 (Preek, 16kPro, 2.5Mb)
2001-10-14.1013b.mp3 (Preek, 16kPro, 1.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat is lichter te zeggen tot een geraakte 'uw zonden zijn vergeven' of 'neem uw bed op en wandel'? Heeft u die vraag wel eens proberen te beantwoorden? Op welke vraag geeft u het makkelijkst het antwoord `ja`? Jezus vergeeft toch je zonden? Ja. Maar geneest Hij ook? Wat bedoel je, zeg je om tijd te winnen. Mijn moeder is ongeneselijk ziek. Wat zeg je dan?
Stel je voor dat hij bidt om genezing voor zijn moeder en ze geneest niet. Hoe weet je eigenlijk dat jouw zonden vergeven zijn? Jezus spreekt als machthebbende. Je wordt er stil en je denkt 'zo is het'.

Jezus is weer in Capernaum gekomen, Zijn thuisbasis zeg maar. Zonder aankondiging loopt het vol. Velen - net als de vulling van de kerk. Mensen als wij. Waarom kom je hier? We hebben iets met Jezus op de een of andere manier. De Farizeeën zijn er ook.
Je komt op de wereld, zonder God, maar je komt terecht in het huis waar Jezus is. Jezus kwam prekend het koninkrijk van God.
Er komen nog vijf mannen vanmorgen. Een zieke en vier vrienden. Hij is een geraakte, verlamd zegt men, maar geraakt is wat dat betreft breder. We hebben allemaal onze tekortkomingen, zijn allen geraakt. Wat doen wij met die pijn. Deze geraakte gaat naar Jezus.
Dat mag. Zijn vrienden gaan ook, ze hebben elkaar nodig. Geloven doe je niet alleen. Als je zelf niet kunt, kunnen anderen je dragen.
Er is een grote drukte, ze kunnen er niet in. Ze moeten bij Jezus zijn. Kom, zegt een, we gaan naar boven. Dat is altijd goed. Daar ligt de man voor Jezus. Het wordt stil in huis. Jezus sprak tot de mensen. Dan verschijnt deze man. Jezus ziet geloof, in hun zoeken, hun volhouden, het openen van het dak. Jezus ziet uw geloof, uw vertrouwen. De vrienden waren vooral in 'touw', vetrouwden.
Het is een troost te zien dat God weet van mijn vertrouwen, dat ik niet zonder Hem kan.
Jezus ziet hun vertrouwen en zegt uw zonden zijn u vergeven. Had u dat verwacht? Hij had zovelen genezen. Hij spreekt hier echter tot hen het Woord. De evangelieverkondiging staat centraal bij Markus.
Er zijn in het leven van de geraakte kennelijk belangrijker zaken dan zijn verlamming. Er is belangrijkers dan uw pijn. Zijn genezing heeft zelfs niets te maken met de vergeving van zijn zonden.
God weet alles. Jezus begint bij het evangelie, uw zonden zijn u vergeven. Dat roept weerstand op. Wie kan zonden vergeven dan God alleen? De Farizeeën zitten in het verhaal, wij kijken er op terug. Ze geloven niet dat Hij de Zoon van God is, maar dat komt in de kerk ook voor. Dat maakt ons voorzichtig.
De Farizeeën staan niet open voor Jezus' onderwijs. Staan wij open voor Zijn onderwijs, ben ik bereid om anders te handelen, te denken door Zijn woorden?

Wat volgt is het evangelie ten voeten uit. De vaag is een retorische. De genezing is waar te nemen. Uitgaande van uw geloof in Jezus' vergeving: gelooft u ook in Zijn genezing? Hij bewijst Zijn macht en autoriteit door hem ook te genezen. Hij heeft macht de zonden van de aarde 'weg te zenden'. Dat is evangelie.

De geraakte zegt helemaal niets. Hij doe zoveel te meer. Hij gelooft. Hij *staat* op, neemt zijn bed op. Geloven is niet allen vertrouwen, maar ook gehoorzamen. In actie komen. Het komt er niet van omdat u niet gelooft. De weg die God u wijst ook gaan. Niet praten maar doen.

De mensen waren verwonderd en van slag. De Farizeeën spreken van lastering. De schare van lofprijzing. Je kunt na hetzelfde wonder twee kanten op!

Bent u ervan overtuigd dat Jezus uw zonden heeft vergeven, ben je overtuigd van het evangelie? Heeft de Heere uw geloof bevestigd? Ik geloof dat de Heere dat doet. Kunt u zich een moment herinneren in uw leven waarin u zei dit is van God. Een moeilijke belissing, sollicitatie, ziekenhuisopname; misschien hebt u het wel zo gezegd, 'ik weet het niet meer'. U wist geen oplssing maar wel het adres. Hij heeft u verhoord. Hij heeft geholpen.
Over zo'n moment gaat het in het leven van de verlamde man. Als iemand hem zou vragen, zijn jouw zonden wel vergeven, zegt hij: ik ben het wandelende bewijs ervan. Als Jezus Gods Zoon niet is, kan Hij dat niet. Het gaat hier niet om gebedsverhoring; Jezus is de Zoon van God.
Daarom doet God soms wonderen, opdat u weet dat de Zoon van God macht heeft om zonden te vergeven.
Ik zeg u: neem uw bed op en ga naar huis.

Edit