Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2001-07-15 17:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 52 Eph 6:10-24 2001-07-15.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2001-07-15.1712.mp3 (Catechismus, 16kPro, 0.2Mb)
2001-07-15.1713a.mp3 (Preek, 16kPro, 3.0Mb)
2001-07-15.1713b.mp3 (Preek, 16kPro, 2.6Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In de vorige zondag zagen we dat de zonde wat nalaat. Schuld beklijft. Het niet onderkennen ervan heeft meer gevolgen dan wij vermoeden. Ook in psychologische zin. Vandaar dat het zo geweldig is dat God de schuld wil geven. Vanuit het geloof weten we dat. Dat is zo wat het grootste wat er in een mensen leven kan gebeuren. Het sneeuwt vaak wat onder. „Vergeef ons onze schulden“ – wat veel zekerder door God is verhoord dan wij kunnen voelen. Vandaar ook de dankbaarheid.
De zonde is ook een macht. Het bracht de nacht over ons leven en deze wereld, en als nacht is het ook een macht, war tegen we te strijden hebben, met de hele inzet van de genade. Vandaar - 'leid ons niet in verzoeking'. Dit betekent kennelijk dat het met de vergeving niet klaar is. Vroeger zei men vlak na vergeving van zonde: „welkom in de strijd.“ Je blijft afhankelijk van het geloof en de genade. Wel is het zo dat in principe de macht van de zonde in een christen is gebroken. Een christen is geen slaaf meer. Maar als wij ontwaakt zijn in de opstanding van Christus wordt de satan goed wakker. Hij zal doen wat hij kan om Christus' genade werk ongedaan te maken. Dat geeft een geweldige spanning.
'Leid ons niet in verzoeking' heeft iets benauwds. Een noodkreet. Dat bidt een christen.
Willem Hertog, die evangeliseert in gevangenis, werd bij een satanist geroepen in de cel, het zweet liep langs zijn rug. Plots zei hij: houd op – we gaan nu bidden, of ik ga weg. Ze baden en de satanist kwam tot overgave. Maar toch – die macht van de satan.
De kracht wordt nogal eens onderschat. In een oorlog is niet zo fataal als het onderschatten van de vijand. Laat ons waken en bidden zegt de apostel. We zien het aan Petrus – de verloochening van Christus.
Let wel: de satan verzoekt, maar God bidden we om ons er voor te bewaren. God staat er boven. Ook al gebeurt er veel onder Zijn toelating. Houd de zaak in uw doorboorde handen, Here Jezus.
En verlos ons van de boze. Dat zegt een christen die vrijmakende kracht van Christus kent. En toch bidt hij verlos ons van de boze, niet het boze, maar een persoon!
Als je de Here Jezus als persoon hebt leren kennen, ken je ook de persoon van de satan. De Heere houdt de Zijnen klein. In genade.
De schrift spreekt van de boze, maar de catechismus van drie vijanden: de satan, de wereld, ons eigen vlees. Staan die tegenover de drieeenheid van God? God tegen over de staan, de Zoon die in de wereld gekomen is en die hem niet aanvaard heeft, en het vlees tegen over de geest.
De duivel valt aan op drie fronten.
We hebben er vaak geen erg in, de machten in de lucht. Een krachtenveld waar je koud van wordt.
Zo te zien is het een ongelijke strijd voor de christen. Soms is het erg rustig, maar wellicht heeft hij ons dan juist ingepakt? Onze eigen kracht is eigenlijk nihil. Dat houdt je klein. Dan kun je alleen in zelfoverschatting nog zelf staande proberen te blijven. Paulus zegt niet voor niets, trek aan de geheel wapenrusting Gods. Wij zijn zwak en de vijand houdt niet op ons aan te vechten. Ze begeren onze dood.
Die doodsvijanden zien er echter lang niet altijd zo vervaarlijk uit. De duivel vermomt zich nogal eens als een engel des lichts. Je denkt dat je met God te doen hebt, dat Jezus naast je staat, maar het is de boze... Hoe precair wordt dit! De catechismus leeft dat niet om ons bang te maken, maar om heel realistisch in het leven te staan. De wereld kan zo lief zijn, maar kijk dan uit... Ons eigen vlees kan zo vreselijk vroom zijn. Kijk dan uit. Zo ziet de vijand eruit. Camouflage.
Ononderbroken zetten zij hun aanval voort. Als we een ogenblik in waakzaamheid verslappen, maakt de vijand dar gretig gebruik van. Bent u christen, dan weet u dit. Huiveringwekkend. Zondag 52 – het einde, van het Onze Vader, is gericht op de realiteit van het leven. De duivel is de oudste vijand. Bijna zo oud als God zelf.
Als het met geweld niet lukt, dan met list. Als het van buiten de Maranathakerk niet lukt, dan binnen uit. Door mensen tegen elkaar op te zetten. Is dat niet wat overdreven? Jezus heefthet ons zelf geleerd. Paulus zegt: zijn listen zijn mij niet onbekend.
Er zijn legio duivelen. Bijv. Die zich nestelen op je tong. Kwaadspreken. In je oor,om gretig naar laster te luisteren. In je portemonnee, je woonkamer, je slaapkamer, het ligt er maar aan waar je zwakke plekken zijn.
De wereld haat de gemeente, de ergste verzoeking is het het verzoek 'wordt aan mij gelijk'; Er zijn maar twee mogelijkheden: wereld- of Christusgelijkvormig. Een derde weg is er niet. Wereldgelijkvormigheid is ten diepste je zelf behagen.
De derde vijand is je eigen vlees. De verrader binnen de muur. Wie onder de indruk is van [het gevaar van] zijn eigen vlees wijst niet meer naar een ander.
Voortdurend met de wapenrusting bekleed zijn. Dat kost zoveel tijd dat ik geen moment de gelegenheid heb iets van een ander te zeggen.
De strijd lijkt zeer ongelijk. Denk echter aan de knecht van Elia, 'wat een geweldige overmacht'. Elia bidt voor hem, dat zijn ogen open gaan voor Gods legioenen.
De lange adem van het gebed. S.O.S.-signalen.

Hebben we weet van die geestelijke strijd. „Het is wel eens moeilijk, om er wat van te maken“ ? Wel eens? Wie niet strijd wordt niet gekroond. De strijdende kerk op aarde. Er kan niet zoveel triomfantelijks zijn in de kerk. Zolang je hier bent is het er op of eronder. Wij zijn in Christus meer dan overwinnaars, ja. Maar nog niet door mij.
In een biddend leven vormt de wapenrusting Gods zich als vanzelf om je heen. Het aandoen van de Here Jezus is voldoende – niet teveel met details bezig zijn. Luther zegt de duivel gaat op de vlucht voor een psalmvers en een gebed. Bij het heilige houdt hij het niet lang uit.

Het Onze Vader eindigt met een pleidooi op de Naam van God. „Ik laat u niet los, tenzij Gij mij zegent“. 'Amen' is een uitroepteken, een geloofsbelijdenis. Het zal waar en zeker zijn.'Veel zekerder van God verhoord dan ik in mij hart gevoel.' Mogen wij zo biddend leven. In getrouwheid, teerheid en voorzichtigheid. Zou er een kind zijn van pakweg 3 jaar dat zijn pappa niet vertrouwd?
Vast en zeker, Hij verhoort mij. Er is geen cultivering van onzekerheid.
Amen, amen, vast en zeker. Here Jezus u bent mijn borg en heiland.

Edit