Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2004-10-24 10:00:00 ds. P.A. Vlok (em. te Werkhoven)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joz 13:1,6b,14:10,11a Joz 13:1,6,32,33 Joz 14:1-15 2004-10-24.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Twee bijzondere oude mannen, Jozua (92) en Kaleb (85), oud maar jong van hart en levenswijs - vol geloofsmoed. Wij associƫren ouder worden met gebreken, achteruitgaan, geheugenverlies op korte termijn; levensmoe of zelfs verbitterd. Het komt er op aan niet hoe oud we zijn, maar hoe we oud zijn. Het is geen kunst om oud te oud worden maar om er mee te leven (Goethe). Een oud mens was vroeger iemand die er bijna was, nu die er bijna geweest is (Bomans). Zorg voor de oude dag, maar zorgt u ook voor de jongste dag?

Het boek Jozua gaat eerst over de verovering en dan over de verdeling, over alle stammen. Dat is de effectueren van wat vele jaren in het vooruitzicht is gesteld. Dat Christus het heil verworven heeft is rijk, maar we moeten er persoonlijk deel aan krijgen. De hand leggen op de belofte van God.

Het zal je gezegd worden als bejaarde, dat je begint af te takelen. Maar God zelf zegt het, en zonder omwegen. Het werk is echter niet af. Jozua had zijn best gedaan, maar er is nog veel land over gebleven om erfelijk te bezitten. Wordt Jozua afgedankt? Nee, je kunt als mens niet alles. Aangaande mij en mijn huis wij zullen de Heere dienen, had hij toch gezegd? Jozua heeft gedaan wat hij kon, meer dan dat. Maar de Heere geeft hem een nieuwe taak op zijn oude dag. U kunt nog zoveel doen, met name bidden.
Verdeel wat je veroverd hebt en zelfs wat nog niet veroverd is. Het volk laat hij delen in zijn geloofsvertrouwen. Wat laten wij na? Alleen in het materiƫle of laten we ook een spoor van God na?

De Heere somt voor ons al onze niet veroverde gebieden op, wat we hadden kunnen doen. Nu lukt dat niet meer. Ik ben uw Erfenis.

De uitdeling ervan moet nog gaan plaatsvinden. Onder leiding van Jozua, Eleazar en twaalf stamhoofden. De priester is er bij: het is een geestelijke zaak! Levi krijgt gaan eigen gebied, maar steden in alle stammen.
Jozua en Kaleb waren de twee verspieders die hadden aangeraden vrijmoedig op te trekken tegen de inwoners van het land. Ze hadden hetzelfde waargenomen, maar ze geloofden in de kracht van Gods belofte. En Zijn beloften verjaren niet.
Kaleb verwijst dankbaar terug naar de jaren van Gods trouw; verhalen over vroeger. En dat wil hij doorgeven aan het nageslacht. Hij eist niets op om meer zekerheid te hebben o.i.d. voor zijn kinderen. Misschien was het een uitdaging voor hem om juist dat stukje waar de Enakieten woonden te veroveren. Is er een zucht naar avontuur om een held te worden? Zo'n overwinning is niet afhankelijk van heldhaftigheid, maar Gods zegen, en Kaleb weet dat. Misschien wil de Heere met mij zijn.
Kaleb wil in het beloofde land met zijn nageslacht wonen. Niet in de buurt, maar erin. Een genaderecht om te vragen om de vervulling van de belofte. De Heere `moet` horen, uit genade. Jozua weet dit en zegent Kaleb dan ook in zijn verzoek.
Kaleb rekende niet me omstandigheden, maar met wat zijn oren hoorden, van God. `Ik zal u dit land leven`.

Hoeveel kerkleden zijn er die hun geloof laten afhangen door allerlei omstandigheden in hun leven of in de kerk. Geen vaste lijn. Op die lijn wil de Heere ons zegenen en Zijn heil doen zien. Wie volhardt tot het einde zal zalig worden. Gelooft u ook wat God heeft toegezegd? Vergeven van de zonde en bevrijding van de banden van de zonde, overwinnend leven in Christus, God zelf heeft zich daarvoor garant gesteld. We doen niets buitenissig als we ons daar naar uitstekken. Rekent u met de vervulling ervan? U moet de hand daarop leggen. Dan zal Hij er Zich met niets minder vanaf maken. Dan draagt u eeuwig leven en blijft u in het graf ongebroken. Ons is het hemelse Jeruzalem toegezegd, en God zal ons niet met wat minder afschepen. Niet in onze trouw maar in Gods trouw ligt onze rust, kracht en overwinning.

Ik leef en gij zult leven, want na de dood is het leven mij bereidt, God neemt mij op in Zijn heerlijkheid.

Edit