Edit|
EditReeks Samenvatting:
Misschien bent u wel een beetje teleurgesteld over de tekstkeuze op deze eerste adventszondag … er zijn zoveel mooie adventsteksten zoals “Het volk dat in duisternis wandelt …” Hier is een volk in duisternis. De last van Duma … een duistere profetie, volgens Calvijn. Inderdaad ligt er een zekere donkerheid over onze tekst …Het is nacht, en het is nog nacht. En de dialoog aan het slot van de profetie heeft toch eigenlijk een open einde: Wilt gij vragen, vraagt. Ik hoop dat het toch helder wordt, want Gods Woord is immers een lamp voor onze voet.
De last van Duma – dat is Edom. Vijanden van Israël, vijanden van de Heere. Vijandschap van een heel oude wortel! Ten diepste raakt de last van Duma alle vijanden van de Heere, en daarmee ook ons. Duma is ook een zoon van Ismaël – en met deze enkele naam worden de nakomelingen van Duma aangeduid.
Een last: een oordeelsprofetie. Een profetie tegen Edom, staat er in mijn uitgave van de Statenvertaling boven. Het oordeel, de straf is er al, eigenlijk. Het is nacht geworden over Edom: het is dreigend donker geworden. Daarmee geeft de profeet aan dat het werkelijk zal geschieden! Hij spreekt in de tegenwoordige tijd.
Het oordeel over Edom wordt getekend met het beeld van een wachter. Een wachter, die in tijden van gevaar werd uitgezet met de opdracht te waken. Een beeld in Jesaja 21: een wachter. Een uitkijkpost dus. Hij moest zijn scherpe ogen gebruiken met grote nauwkeurigheid. Al zijn waarnemingen moest hij boodschappen aan de anderen. Komt de vijand? Met hoevelen zijn zij? Wat hebben zij bij zich? Hoe verplaatsen zij zich? Hoe zijn de omstandigheden? Lopen wij gevaar?
Het volk waarover het oordeel wordt voltrokken vraagt aan de wachter naar het verloop van het oordeel. Zij stellen hun vragen niet aan een eigen wachter, die men zelf heeft aangesteld, maar aan de profeet, die het oordeel heeft verkondigd. Men roept uit Seïr. En deze mensen roepen tot de profeet, die eigenlijk de stem van de Heere is. De profeet zelf is de waarnemer, die de oordelen aanschouwt, of de profeet heeft zelf een wachter aangesteld (vs. 6). Het verhaal van de vraagstellers en hun vragen is overdrachtelijk; het geeft levendigheid aan de profetie.
Een vragen uit vrees geboren … Wachter, wat is er van de nacht? Een aanhoudend vragen. In welk deel van de nacht verkeren wij? Hoe lange nog? De vraag is: Hoe lang duurt het nog, voordat wij verlost worden? Een echte adventsvraag dus!
De wachter antwoordt. “De morgenstond is gekomen en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.” Ook al een duister antwoord; het lijkt wel een orakelspreuk.
Het is morgen geworden maar het is nog nacht. Betekent dat, dat het oordeel onafwendbaar en onomkeerbaar is? Wel dag geworden, maar het oordeel zal niet wijken? Of: morgen en nacht komen tegelijk? Of: voor de één wordt het morgen, voor de ander nacht?
Of … morgenstond geworden, en het is nog nacht, maar: blijf wachten, blijf vragen, blijf uitzien! Ik denk toch het laatste; juist vanwege die nodiging om terug te keren.
Toch is het een oordeelstekst … in de adventstijd. Misschien hebben wij wel moeite met het oordeel. Onlangs werd ook uit een onderzoek in christelijk Nederland duidelijk hoe moeilijk mensen van nu het hebben met een eeuwig oordeel, met de hel. Een Ander evalueert je leven, en doet een uitspraak … en ik heb daar zelf geen stem in. Dat is eigenlijk onverteerbaar voor ons, mondige mensen … En dan een eeuwige straf … wij hebben toch een God Die rijk is in barmhartigheid?
Weet u wat zo treffend is? Wij belijden van de Heere Jezus Christus, Die de geliefde Zoon van de Vaders was, Die in de eeuwigheid in Zijn schoot verkeerde, dat Hij in het oordeel is gekomen, ja, dat Hij is nedergedaald tot in de hel.
De tijd van advent leert ons dat de Heere oordeelt. De geboorte van de Heere Jezus Christus is de “eerste trap van Zijn vernedering”. Hij is geboren om te sterven! Eer God de zonde ongestraft liet, heeft Hij de zonde gestraft aan Zijn eniggeboren Zoon.
En die eniggeboren Zoon heeft Zichzelven vernietigd. Zó ernstig heeft de Vader de zonde genomen – zo heilig is God. Daarom heeft God Jezus uitermate verhoogd en een Naam gegeven boven alle naam. Wie kan de werkelijkheid van het oordeel ontkennen, als wij zien op Jezus?
Het oordeel geldt ons ook. Wij kijken eigenlijk niet meer naar de komst van de Heere Jezus Christus in Bethlehem uit, wij kijken uit naar Zijn wederkomst. Hij zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden.
Oordeel: Hij komt. Die is en Die was en Die komen zal!
Wij mogen wel vragen stellen bij het oordeel dat komt … en we kunnen de vragen stellen aan de wachter, aan de profeet, of aan het profetisch Woord … Er worden vragen gesteld bij het oordeel. Petrus zegt dat er in het laatste der dagen spotters zullen komen, die zeggen: Waar is de belofte Zijner toekomst ?
Seïr stelt vragen; wij stellen vragen. Zij vragen de wachter. Zij roepen hun vragen, of een herhaalde vraag. De tweede vraag is eigenlijk nog sterker dan de eerste. Het is natuurlijk geen vraag die zomaar eens, uit oppervlakkige belangstelling of verveling wordt gesteld. De vraag is uit de nood geboren! De last van het oordeel brengt hen tot vragen aan de getrouwe wachter.
Wat heeft die wachter een belangrijke taak! Stel dat hij zwijgt! Of een geruststellend antwoord geeft, dat niet klopt! Daar moet je toch niet aan denken!
De getrouwe wachter is een nauwkeurig waarnemer. Ik trek het beeld door, naar onze tijd. De wachter die het profetische ambt heeft antwoordt op de vragen. Hij verstaat de tijden, Hij kent de Heere. Hij doorvorst de duisternis, hij let op het licht. Hij is eigenlijk altijd een man van advent – hij weet van het naderende oordeel, hij wacht op het komende heil, hij verbeidt de verlossing. De wachter vervult een profetisch ambt. Hij heeft een adventstaak.
Laten wij eens goed kijken wat zo’n wachter eigenlijk doet. De wachter doet drie dingen: waarnemen, waken en waarschuwen.
Een wachter ziet
Hij is een ziener – met name voor een ander. Waarnemen wat degenen die in gevaar verkeren niet goed kunnen zien, of niet helder kunnen beoordelen.
Een getrouwe wachter heeft als taak de tijden verstaan – Jezus zegt: Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?
Een wachter waakt
Volgens de schrijver van de brief aan de Hebreeën waken de voorgangers voor uw zielen ( … ) In het formulier tot bevestiging van predikanten wordt dat genoemd, in de toespraak tot de gemeente.
Een wachter waarschuwt
In Ezechiël zegt de Heere tot de profeet: Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.
Een wachter waarschuwt, en noemt oordeel en ontkoming; zonde en genade; dood en leven. Een wachter waarschuwt voor de hel, om aan te dringen in te gaan door de smalle poort die tot het leven leidt. De onlangs overleden prof. Graafland zegt in een van zijn preken in het bundeltje Nalezing (p. 87): “Ik huiver om het te zeggen, maar ik zou me niet verantwoord voelen als ik hel en verdoemenis niet noem.”
Nog iets: de wachter geeft ook een helder geluid – hij brult als een leeuw, lezen we in de voorgaande verzen. Een angstvallige Petrus die zijn Meester verloochent, heeft dan leeuwenmoed! En een verlegen Thomas Boston brengt het Evangelie op zijn helderst.
Nu hebben we het over de wachter gehad, de wachter die waakt. Maar let op:
Het waken geldt voor allen – wat is dat waken dan?
Heel eenvoudig: wakker blijven/ opletten
Jezus zegt: “Waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is. En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.” De heer des huizes kan terugkeren – als een dief in de nacht!
Waken is: de wacht houden – In de wet komen wij hetzelfde woord tegen: “die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden” En in de psalmen: “Ik zal op mijn wegen letten.”
Dat is nu het werk van de wachter, en dat is het waken dat voor ons allemaal geldt.
Maar wat nu het antwoord van de getrouwe wachter. “Het is licht geworden en het is nog donker.” Ik moet denken aan een tekst van de profeet Jeremia “De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.”
Wat benauwend toch, als het zo gesteld is! Nacht; donker, aardedonker. ’s Morgens nog geen licht! Wat kan dat benauwend zijn in een mensenleven – inderdaad waken in het donker en wachten tot het licht wordt.
Er waren in de tijden van de profeten godsdiensten, die een god vereerden die de dag had gemaakt. Maar de nacht, die was van een andere, van een kwade god! En die god van de dag kon ’s nachts niets uitrichten … dan kon je ’s nachts alleen maar wachten tot het rijk van de goede god, tot de dag weer aanbrak …
Maar zo is de God van Jesaja niet, zo is de God van de Bijbel niet, zo is de God van onze Heere Jezus Christus niet. God is een Licht en in Hem is gans geen duisternis.
Hij heeft Zelf de nacht geschapen! Hij is de God van dag en nacht.
o God beschikt de duisternis (psalm 104).
o God bewaart voor de schrik des nachts.
o Hij bevestigt ’s nachts Zijn verbond met Abraham (Gen. 15)
o God is een Licht – de nacht is volgens psalm 139 een helder licht voor Hem!
o ’s Nachts voert Hij Zijn volk uit het diensthuis uit (Ex. 12: 42: Dit is de nacht des Heeren.)
Ben ik nu weer niet te positief over de nacht? Het is toch ook wel een beeld van oordeel en schaduwen van de dood? Ook in onze tekst, in de last van Duma!
Ja, de nacht heeft een duistere kant gekregen, door de verschrikking die onze zonde heeft teweeggebracht. In het donker zijn wij angstige mensen geworden.
De naam Duma betekent stilte. Die naam komen wij ook tegen in psalm 94 en 115, als het gaat over de stilte van de dood, de stilte van het graf. Dat betekent, dat je geen enkele verwachting meer kunt hebben van Duma, en geen enkele verwachting van ons!
Maar toch blijft God Dezelfde. Ja, God is een God van dag en nacht. De nacht is een helder licht voor Hem en waar Hij is, daar wijken de schaduwen van de dood. In de nacht, in het donker van je leven mag je altijd tot de Heere roepen! Hij is een God van dag en nacht. Bij dagen en bij nachten, zegt David. In de diepste duisternis zegt deze God: Daar zij licht.
God is in Christus in deze donkere en zondige wereld gekomen. Naar de oude belofte, gesproken door een stervende David, als een morgenstond zonder wolken. Als een oosterse morgen – een haastig verschijnen van het verlossende licht. God zal helpen in het aanbreken van de morgenstond – psalm 46! Zijn komst werd verwacht; Hij werd verbeid.
Intussen is er wel eeuwen gewacht! Het is nog nacht! Eeuwen van duisternis en schaduwen des doods. God zweeg; Hij vertoefde. Met de wachters werd uitgezien … de morgen; ach wanneer?
Totdat de morgen aanbreekt – de morgen zonder wolken. Jezus Christus komt in de nacht. De nacht wijkt niet voor het licht; het licht doet de nacht wijken.
Jezus in de kribbe: de Morgenglans der eeuwigheid.
Jezus Christus is in de nacht gekomen. In Zijn geboorte. Al een donkere voorbode op de duisternis op Golgotha. De slagschaduw van het kruis wordt al geworpen op de geboorte van het Licht der wereld.
Aan het kruis hangt Hij in het donker. Alle krachten van duisternis, de gehele verschrikking van de nacht komt op Hem aan.
Zo voert de Heere Zijn volk uit het diensthuis uit, in de nacht van Golgotha. En de morgenstond van de opstanding – laat na de sabbat, toen het begon te lichten (!) brengt de volle verlossing.
Het blijft geen nacht … dat kan niet. Waar God is, daar is de nacht licht. Daar komt de morgenstond.
Amos zegt dat Die God, Die het Zevengesternte en den Orion maakt, de doodsschaduw in den morgenstond verandert.
Ja, zegt u, het is morgenstond geworden, en het is nog nacht. Het Licht der wereld is gekomen, en wat is het nog donker! Een wereld van geld en geweld, van dreiging en moord. Het is morgenstond geworden, en het is nog nacht. Advent … wachtend op Jezus komt … vragend naar de getrouwe wachter, naar de ziener die de tijden verstaat en waakt voor je ziel …
In en buiten de kerk maken wolken van antichristelijke machten die zich opmaken tegen God en Zijn Christus. Laten wij niet vergeten, dat het een profetie is tot Duma: Edom … er gloort licht voor een volk, dat niet het volk des Heeren is!
Edom … misschien mag ik toch wel zeggen: vandaag de dag volop in de belangstelling. De nakomelingen van Ezau, van Ismaël. De hand des Heeren is niet verkort! Jes. 25: 9 En men zal te dien dage zeggen: Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid.
De Zon der gerechtigheid is opgegaan over deze wereld en over welk volk schijnt de zon niet?
Het is morgenstond geworden met het Evangelie. Als het licht ’s morgens is aangebroken, kan het echter nog lang donker zijn in je huis.
Het licht is aangebroken. Jezus Christus is gekomen. En het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien.
Is het nog donker in jouw leven? Duisternis bedekt de aarde, donkerheid de volken. “Wij hebben de duisternis liever gehad dan het licht.”
Evenwel – het licht schijnt in de duisternis, door het profetisch Woord. Van dat woord heeft David gezegd dat het een licht voor zijn pad en een lamp voor zijn voet is. Het licht in de prediking van het Woord valt over de duisternis van uw, jouw bestaan. De röntgenstralen van het Evangelie van Jezus Christus – een licht schijnende in duistere plaatsen. Want bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht.
Brak het volle licht van het Evangelie al aan in jouw leven? Of zit je jezelf in het licht? Kom toch uit de schuilhoeken van zonde, ongeloof en twijfel. Het licht wenkt en lokt je! Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op.
Of hebt u toch de duisternis liever dan het licht? Gebonden in de banden van dood en duisternis? Deze Vredevorst Die het Licht der wereld is gebiedt; Hij spreekt en het is er; Hij gebiedt en het staat er. Zijn licht verzengt niet, maar geeft licht en warmte en troost in de duisternis. In het Hebreeuws heeft het rijzen van dit licht de notie van het brengen van zegen.
Zo komt Christus, Die zegt: “Ik ben het Licht der wereld.” Wie zo wordt gesteld in het leven, verlangt naar het levenbrengende licht in de prediking van het Evangelie. Opdat u zou verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.
Je kunt jezelf niet in het licht plaatsen. Je kunt de morgenstond niet naar voren halen, als de nacht zo lang duurt. De wachter kan het ook niet licht maken voor u! Bid dan: Trek mij, uit de duisternis, tot Uw wonderbaar licht. Duma – doodse stilte. Maar: vraag de wachter! Keer weder, komt!
Keert weder, komt. Een element van bekering in dit grondwoord. Wend je tot de Heere, wend je tot het Licht der wereld. Vraagt naar de Heere en Zijn Licht.
Ook nu lijkt het erop dat de Heere vertoeft. Zwijgt God? Houdt Hij Zijn licht in? Laat Hij ons in de duisternis? In het leven van de Kerk van Christus is het tot op de jongste dag advent. De adventspsalmen reiken ons nog altijd gebedsstof aan. Och, dat Gij de hemelen scheurde! De beloften Gods staan nog open. De vervulling is niet ten volle.
Als er nooit meer een morgen zou zijn, en de zon viel in slaap met de maan, zong iemand … mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? Maar nee, Hij komt; Hij komt haastig. Bethlehem is niet het laatste. De grote morgen komt – de morgen zonder wolken, de morgen waarop alle schaduwen zullen vlieden. Dan zullen allen die de duisternis liever hebben gehad dan het licht een eeuwige nacht tegemoet gaan.
U daarentegen die Zijn Naam vreest zal de Zon der gerechtigheid eeuwig en ten volle opgaan. Die Zon zal nimmer ondergaan, en uw maan zal haar licht niet intrekken; want de Heere zal u tot een eeuwig licht wezen. Aldaar zal geen nacht meer zijn! Amen.