Edit|
EditReeks Samenvatting:
Jeremia spreekt `plotseling` woorden van troost en hoop, triomfantelijke woorden. De Messias blijft niet weg, maar komt, om te verlossen. De vertroosting van Israël. Woorden vol kracht. Let erop, zegt Jeremia. Er gaat iets gebeuren. Wij bedenken het niet.
Het hart van het evangelie: God is tot ons gekomen. Hij had ons niet nodig. Een volk dat gebonden zit in de schaduw van de dood. Komt verwondert u hier mensen. In het Hebreeuws is dit gedeelte een lied. Plotseling verheft Jeremia zich boven de angstvallende realiteit. De vreugde slaat door zijn bedroefde ziel heen. De Verlosser zal recht en gerechtigheid doen op de aarde. In volstrekte tegenstelling tot vandaag de dag staat dat. Het geloof ziet anders. Als Jeremia op de situatie kijkt klapt hij in elkaar. Maar hij heeft de ellende doorzien als de roede van Gods verbolgenheid.
Toen we zeiden, het is afgelopen met de kerk, toen brak de zon door. Mar niet als automatisme.
Er komen nieuwe dagen, dagen van verlossing, Juda zal verlost worden. Door de nacht gaat het, door de dood en het graf. Die hebben echter niet het laatste woord. God zegt: Ik zal uw zonden vergeven. Zonder vergeving en vernieuwing heb je niet veel aan bevrijding. Alles wat in het Midden-Oosten gebeurt heeft te maken met de kribbe van Bethlehem. Alle beloften van God cirkelen om dit wonder heen, waarin de nieuwe tijd aanbreekt.
Zelfs onder David en Salomo bleef de praktijk onder de maat van de theocratie. En het klonk ook toen: och Heere doe de hemel open. En Hij doet het.
Mensen geven vorsten een naam, Karel de Grote, etc. Maar het haalt niet zoveel uit. God verwekt de rechtvaardige Spruit aan David. En daarom kan het ook. En het betekent ook, dat ik finito ben. Niets meer van mij te verwachten. In een wereld zonder uitzicht. Ook in onze kerk.
God zal het recht volvoeren. De bergen zullen vrede dragen, de bergen van Israël, de heuvels van Galilea. Straks trekken wij op naar Jeruzalem om in die vrede te delen. Het Kind brengt scheiding te weeg, maar vergadert ook die bijeen horen. De twee rijken Israël en Juda komen bijeen. Zou het een profetie zijn voor de kerk? Dat God bijeen brengt? Een einde aan de verscheurdheid? Jeremia heeft die verdeeldheid als schuld beleden.
Wie moet voor Jezus niet door de knieën gaan? Het komt goed. De Heere onze Gerechtigheid heet Hij. Een vertroosting maar ook een waarschuwing. Van Zijn kant verwachten wij het. Het heil ligt voor het oprapen. Net als manna dat uit de hemel viel, bukken en oprapen. Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, een nieuw leven, zij zullen Mij tot volk en Ik hen tot God zijn.
Als ik het van mijn eigen gerechtheid moet hebben gaat het niet, zoals Zedekia (Tsedikyahu, rechtvaardig is de Heere). Hij was aangesteld door Nebukadnezar, en zijn regering was alleen ellende. De naam van Jezus hier (Adonaj tsikenu, de Heere onze gerechtigheid) komt uit de hemel, een hemelsbreed verschil!
Jeremia heeft op wacht gestaan. Wordt het nog geen dag? De dagen komen… zegt hij heel vaak in zijn profetie. Ik zal een nieuw verbond maken en Mijn wet in hun binnenste schrijven, dat krijg je nooit meer uitgevlakt. Ze zullen Mij allen kennen. Dit is het Nieuwe Verbond in Mijn bloed. Zult u er aan denken volgende week? God komt op bezoek. En als Hij straks op het laatste kerstfeest komt, verstommen alle klaagzang en met 'de Heere onze gerechtigheid' zal Israël Hem begroeten.
Hij komt nog een keer, om thuis te brengen, die met Israël zijn ingelijfd, huisgenoten van God. De dagen zijn gekomen, ik heb het blijde geheim ontdekt.