Edit|
EditReeks Samenvatting:
De mens wikt en God geschikt.
Van een keizer die al heersend dient en van een koning die al dienend heerst
Kerstfeest brengt ons de blijde tijding: hier is uw God. Maar in het begin van het kerstevangelie lijkt het nergens op. God blijft maar ver weg. Er lijkt hier alleen maar sprake van de grootheid van de mens, heel de wereld in de benen, vanwege één bevel van de keizer. Hij wil nauwkeuriger controle over tol en belastingen. Algemene registratie. Zijn wil is wet in Africa, Asia en ook in het land van de Joden. Daar moet iedereen ingeschreven op de plek waar vanouds zijn geslacht had gewoond en zijn familie bezit was geweest.
Daar gaan ze, ook Jozef en Maria, uit het hoge Noorden naar Bethlehem, een vermoeiende reis, zeker in Maria's omstandigheden - geen romantisch gebeuren! Het volk van David is verworden tot een volk van knechten. Geen plaats voor de nakomelingen van David. Geen troon, niet eens een wiegje maar een beestenvoederbak.
De grandeur van de mens die gebied, de hardheid van de wereld. God, waar blijft Uw trouw en Uw eer, dat zeg je als je alleen ziet wat voor ogen is. Zo kunnen we ook naar het hier en nu kijken.
Kerst is Christusfeest, maar er is plaats voor van alles, maar niet voor het kerstkind. Bij ons ook niet van nature. Wel voor de kerstman. Hoe kom ik aan meer aanzien, hoe komt mijn vrome ik aan meer eer? Mijn wereld - ik stop maar met stenen gooien naar die herbergier die Maria en Jozef niet wilde ontvangen. Ik met al mijn poeha. Zo zal kerstfeest een wonder worden, dat krijg je niet meer klein. Dat Hij gekomen is in deze wereld, in uw en mijn misère in onze schuld. Hij komt u opzoeken, niet om u weg te doen, maar om u te behouden. Om zo in persoonlijk geloof te mogen zien op het kindje in Bethlehem. Dat u Hem mag omarmen, dat Hij u zo doorleidt naar een wereld waarin de dood is verslonden. Zie hier is uw God. Ook al zijn de dagen na Kerst weer somber, u weet ik ben niet alleen, al is er weer de strijd met de machten van binnen en buiten. Er is kerstlicht. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn. Ondanks de macht van keizer Augustus.
Maar al heersend heeft hij moeten dienen. God beschikte. Augustus' taal, het Latijn is een dode taal geworden, maar het evangelie leeft. De Heere is een Verlosser van een volk, dat Zijn geboden niet hield. Alles doet Hij om het te maken tot een koninklijk priesterdom. Uit het duisternis geroepen.
Ziet u uw bestaan zonder God, als een slaaf van de zonde? Die dat ziet heeft het te kwaad gekregen met die Augustustroon diep in zijn hart. Heere ik belijd het U. Wie weet of u nòg een Kerst beleven zal? Voor velen was het vorig jaar de laatste. Nog altijd is het God lust om zondaars te registreren op Zijn rol. En dat om te geven uit Zijn volheid. In grote drommen staan ze op de rol, mannen van naam en onbekenden, opgekomen tot Bethlehem, en nog altijd gaat de inschrijving door. Zolang de wereld bestaat. Bethlehem, `broodhuis`. Met honger in het hart, wordt u verzadigd. Zelfs zonder honger mag u er komen. Hij zal ze zeker voeren naar het God verheerlijkende einddoel.
Zijn wij al opgekomen? Jongeren, ouderen? De tijd is kort. Ja, maar dan moet je toch horen tot de uitverkorenen? Wat wil je daar mee zeggen? Als je tot Hem ingewonnen wordt, door Zijn woord, die ZIJN daartoe uitverkoren. Maak van die troostrijke waarheid van de verkiezing geen misbruik door u er achter te verschuilen, door er een verontschuldiging te zien om dóór te leven… De mensen komen niet in Bethlehem die weten verkoren te zijn, maar die weten verloren te zijn, zonder Hem. Wie u ook bent, u bent welkom. Als u maar komt met geen andere brief dan de brief van uw schuld, geen andere pleitgrond dan Gods eigen woord.
Ze gingen alle op om beschreven te woorden. Ook Jozef. En hij nam iemand mee. Neemt u ook iemand mee? Mensen te winnen voor de Koning is zalig en zoet. Anderen te lokken naar Bethlehem. Laten we gaan - wel ieder op eigen voeten. Het geloof is een aller persoonlijkste zaak.
De beschrijving in Bethlehem was voor alle leeftijden, zo ook bij Koning Jezus. Die Koning wil ook graag uw zaligmaker zijn. Al eerder geweest of tot nog toe een vreemde? Laat ons gaan, want zonder het Kind zijn we voor eeuwig verloren. Nog kunt u gaan, nog is de deur niet dicht. Soli Deo Gloria.