Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2004-12-26 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eze 17:22-23 Eze 17:1-24 2004-12-26.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De heerlijke Christusceder: De Heere belooft, Ik zal planten. De Heiland is beschreven (v 23: Hij zal vrucht dragen). De heidenen bekeerd (onder Hem zal wonen allerlei gevogelte).

Als het stil is in een bos, dan kun je het ruisen van de boomtakken en bladeren horen. Zo iets kun je ook horen in het O.T. De naam van de komende Messias - die zal komen. Zo ook hier in Ezechiël 17. Het kerstevangelie naar de beschrijving van Ezechiël. De Heere Jezus wordt vergeleken met een cederboom. Ook de orthodoxe Joden zien hier een Messiastekst in.

Wat weet u van Ezechiël? Er wordt bijna nooit over gepreekt, behalve de dorre doodsbeenderen. God spreekt hem aan met mensenkind. Ben Adam, zoon van adam, de mens. Dat zijn wij, niet meer en niet minder. Ezechiël is al vóór-weggevoerd. Hij moet een raadsel vertellen.

Er was eens een arend, de koning onder roofvogels. Hij vloog naar de Libanon, daar stonden cederbomen - kerstbomen. Evergreen, altijd groen, stevig hout, hoog. Het plukt het bovenste takje af en hij neemt het in zijn snavel mee en hij laat het vallen in een stad van koophandel - daar wordt het vertrapt natuurlijk.
Tweede raadsel: De arend pikt een zaadje en laat het vallen bij een rivier en wordt een kruidwijnstok. De wortel en de ranken richten zich helemaal naar die arend.
Derde raadsel: uit het zuiden komt nog een arend. Die cirkelt rond de wijnstok, de wortel en de ranken draaien zich naar die tweede arend toe. Zal het gedijen, zal het gelukken? Nee, de wijnstok wordt vertrapt.
Uitleg in vers 11: De eerste arend is koning Nebukadnezar, een machtige koning. Hij gaat naar de ceder: een beeld van het huis van David. Het opperste takje, Jojachim en Zedekia. Jojachim brengt hij naar een stad van koophandel, Babel. Ambteloos burger. Hij gaat naar Jeruzalem, Zedekia, het zaadje wordt daar gepland, en hij belooft trouw. Zedekia bloeit op. De andere arend is de Farao, Zedekia wil samen een opstand beginnen tegen Nebukadnezar, de Heere neemt die trouwbreuk (een eed in Zijn naam) hoog op. Zedekia's zonen worden gedood, zijn ogen uitgestoken. Het einde van het koningshuis van David.

Een vreselijke boodschap, want de Joden zagen uit naar de Messias op de troon van David. Een afgesneden belofte. En dwars door die onmogelijkheid heen zegt de Heere in v 22, Ik zal ook van de bovenste tak nemen. Wat de arend deed gaat de Heere ook doen. Een stek, dat wordt gepland op de bergen van Israël. Er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï; een scheutje. Een klein puntje. Dat is ook gebeurd.
Hoe vaak staat `Ik zal` er niet in de tekst, Ik zal nemen, zetten, afplukken, planten? Ik zal, belooft de Heere. Ik de Heere heb het gesproken en Ik zal het doen (ver 24).
Het stekje gaat groeien en wordt een boom - een beeld van de Heere Jezus: geen inlegkunde. Hooglied 5:15, de bruid zegt van de Bruidegom: zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen. Het wordt kerst hier.
Het takje zou je bijna over het hoofd zien in Bethlehem. De baby van Bethlehem wordt een man van smarten. De kruis werd een boom des levens.

De Heiland wordt beschreven: Hij zal takken voortbrengen en vrucht dragen. Op Golgotha is dat gebeurd. Wat voor stormen en winden waaien, die boom gaat niet om. Pinksteren: de takken gaan uitlopen. De Parthen, en Meden, etc. De kamerling uit Morenland. Een tak loopt uit tot boven zijn wagen. Hij komt tot geloof, mag de `vrucht` plukken. En er komt een tak naar Europa. En vanmorgen verschijnt er een tak vlak boven jouw hoofd. Er hangen kostelijke vruchten aan, je mag eronder schuilen. Kleine babyhandjes naar mij uitgesterkt, de takken buigen zich naar u toe. Ze hangen zó laag. Heerlijke vrucht. Om van te plukken en genieten. In het paradijs mocht het niet en deden we het toch. En nu: nemen we de vrucht wel? Of zegt u: `ja ik heb toch wat gemist in de preek`.
Misschien is er wel een echte zondaar in de kerk. Die zich echt ongelukkig voelt daarin; als ik sterf waar ben ik dan? Kom ik naast u zitten; het kan zo het einde zijn. Ik weet echt hoe het moet, maar is het wel met mijn ziel? En nu komt er een tak naar u toe en op de vrucht stat: vergeving van zonden, en u mag met de hand van het geloof die vrucht gewoon plukken: Allen die Hem aangenomen hebben heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Je hoeft niet te klimmen in de boom, Hij komt naar je toe.

Misschien hebt u een goed en vroom leven; maar het goed redt niet van de dood, en dat voelt u ook. Daarmee red ik het niet. Ook voor nette fatsoenlijke mensen komt er zo'n tak naar u toe: Gods gerechtigheid, niet uit u of uit mij.

Anderen zijn moe. Onrustig, angstig, geen vrede, ik ben mijn zonde moe. Dan komt zo'n tak naar u toe en er staat op: uit zondaarsliefde, komt allen tot Mij, vermoeid. Hij is onze vrede staat er op de vrucht. Ook voor mij. Ook voor mij.
Genade overvloeiend voor de grootste van de zondaars.

Kinderen van God: misschien voelt u zich moedeloos, als Elia: een vrucht, sta op, eet anders zou de weg voor u te veel zijn. Ik heb grote lust om onder zijn schaduw te zitten.

Helemaal bovenin hangt nog een vrucht: de toekomende heerlijkheid. Als die laag hangende al zo heerlijk zijn…

Onder Hem zullen allerlei vogels wonen. Zondaars die tot Hem gevlogen zijn. Er *zijn* wat vreemde vogels op het kerkelijk erf. U bent welkom. Sommigen komen uit het Noorden, Zuiden, overal vandaan. Kanaänese vrouw uit het Noorden, koningin van Scheba uit het Zuiden, wijzen uit het oosten. Roodborstjes, gelen, blanken, zwarten; allen gezaligd door de Heere Jezus. Niet allemaal hebben ze dezelfde weg achter zich, Noord; een wettische bekering, zeg maar, het zwoele zuiden, een evangelische weg, die hebben niet aan de rand van de sloot gestaan... Eén ding hebben ze allemaal gemeen: nergens vinden ze rust dan alleen in Christus.

`Zou er voor mij nog een plaats zijn in de boom? Ik voel dat ik nog niet bekeerd of behouden ben.` Ik vind zoveel ruimte in de laatste tekst: allerlei vogels, trek je daar aan op. Zelfs de mus hebben we gezongen. Goedkoop, kan niet zingen. Zelfs de mus wordt niet weggejaagd. Als je eenmaal bij Hem bent, kan het niet anders of je gaat zingen. Simon, Zacharias, een jonge Maria, hoor ze eens zingen.

Wie je ook bent, in de schaduw van de boom mag je *wonen*. Ik heb de neiging om steeds bij de boom vandaan te vliegen. Dicht bij Christus is het het best toeven. Een kreupel vogeltje, Mefiboseth, gelukkig is hij.

Alleen mis ik u nog: Het is levensgevaarlijk buiten de boom. We ontkwamen aan het vogelvangersnet - de duivel probeert je daarin te krijgen. Als een wolk komen ze gevloden, naar de Heere Jezus en bij Hem te blijven, dat is het.

Edit