Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-01-01 10:00:00 ds. M. Klaassen (Sliedrecht) Nieuwjaarsdienst

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 8:12 Gen 1:1-19 Joh 8:12 2005-01-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2005-01-01.1023.mp3 (Preek, 32kPro, 11.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Bijbel begint in het donker. Duisternis was op de afgrond. God spreekt en doorbreekt de stilte. Er zij licht. Wie hoort het? De duisternis, en ze vlucht weg. Voor Hem, die licht is. Licht is de stem van God, die de duisternis verdrijft. Aan het begin al gaat God de strijd aan met het duister. Het begin was goed. En God maakt scheiding tussen licht en duisternis.
Woest en ledig is de aarde. Als het donker wordt in een cultuur, is dat een terugkeer naar chaos en leegte. God is een God van orde. Waarom kan God zeggen: er zij licht? Omdat er een Zoon bij de Vader is. Alle dingen zijn door Hem gemaakt. Ook het licht is door Hem tot aanzijn geroepen.
Ik ben het licht der wereld, zegt Jezus in Jeruzalem; er werd het Loofhuttenfeest gevierd. Het derde van de pelgrimsfeesten {`regalim`}. Het was een oogstfeest en een herinnering aan de uittocht. De voorvaderen hadden in de woestijn geleefd. 7 dagen leeft men in hutten van loof. Zo voelt het om op doortocht te zijn, om geen vaste woonplaats te hebben. Lev. 23: 'zeven dagen zult gij vrolijk zijn'. Het Loofhuttenfeest is uitgebreid, aan het einde van het O.T. was er een processie toegevoegd naar de bron Gihon, er werd een kruik gevuld en onder gezang uitgestort bij het altaar. Het wijst naar het doorklieven van de rots in de woestijn. Op de laatste dag ging men 7 keer naar beneden om water te scheppen. Daar roept Jezus: indien iemand dorst heeft, die kome tot Mij en drinke. Op het voorhof der vrouwen stonden enorme fakkels, 16 lampen bij elkaar; dat moet een spectaculair gezicht zijn geweest. Weer een verwijzing: naar de vuurkolom in de woestijn.
Jezus op het Loofhuttenfeest. Ik ben het levende water (h 7); nu zegt Hij: Ik ben het licht der wereld. Dat licht van de tempel komt niet verder dan Jeruzalem. Maar het licht van de wereld dat ben IK.
Licht is een symbool dat God erbij is. God is in Christus tegenwoordig. Jesaja had er al over geprofeteerd: Ik heb U ook gegeven tot een licht der heidenen om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. De Heere is mijn licht (psalm 27). Of zegt u: het is zo duister om mij heen? Een donkere tijd, zeggen we. Antigoddelijke krachten in de maatschappij. De mens als maatstaf van alle dingen. Geen religieuze overtuigingen in het publieke leven, hoe hoger de leus van tolerantie, hoe enghartiger de grenzen ervan, let maar op. Een wrange vrucht van de Verlichting. Een proces eeuwen geleden gestart: "de mens is maatstaf, want God is onkenbaar".
God lijkt afwezig. Waar is Hij? En toch zegt Jezus: Ik ben het licht der wereld. Het veronderstelt duisternis. Je moet het licht wel zien. We zijn blind, en daarom zien we het licht niet. En het ergste is dat je het niet door hebt. Denk aan de genezing van de blinde man: zijn ogen gaan open voor het licht van Jezus. De Farizeeën menen dat ze zien, terwijl ze blind zijn.

Heeft u het licht gezien, gemeente? Niemand zal zichzelf aan Christus aanbieden om verlicht te worden dan diegene die weten dat deze wereld duisternis is en dat je zelf blind bent, zegt Calvijn. Erken het voor God. Laat je oude levensstijl los, waar je zo aan verknocht zit. Het licht laat je je eigen duisternis zien. Kom dan tot dat licht want in de duisternis kom je om. Hoe langer je in het donker blijft lopen, hoe moeilijker het is de weg terug te vinden.
Ontwaakt gij die slaapt, Christus zal over u lichten. Hoe kan het dat kinderen van de duisternis toch het licht kunnen zien? Op Golgotha ging het licht letterlijk uit; opdat zondaren het licht des levens zouden genieten. Wij proberen het licht te doven, in het paradijs, op Golgotha. Het licht is onze diepste duisternis in gegaan. Hij is dieper gegaan dan wij. Waar je denkt, hier ben ik alleen, zo donker; daar was Hij al. Ook geestelijk is er maar één zon: Jezus.
Volgen is je toevertrouwen aan iemand. Jezus is niet meer bij ons, zegt u misschien? Elke dag verspreidt Hij zijn licht in het Woord en door de Heilige Geest. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad. Er blijven raadsels, er blijft gevecht tussen licht en duisternis. Je volgt Hem echt als je niet meer terug kunt of wilt. Los van de moedeloosheid soms. Niet meer terug naar het duister, want je hebt het licht gezien.
Een christen is dagmens en nachtmens tegelijk. Mijn ziel vol angst en zorgen wacht sterker op de Heer dan wachters op de morgen.

Het licht des levens zijn de weldaden van Christus. Kennis, vrede, heiligheid, geluk, die Hij en Hij alleen kan schenken. Jezus volgen is met verbrijzelde voeten en lege handen in Zijn armen vallen. Jij wordt klein en Hij al groter. Veel mensen zijn moe, en je hart zit vol vragen. Wie Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen. Is het duister? Wanneer heb je voor het laatste gerust op het volbrachte werk van Christus? Worstelend en biddend gaat het door tot het einde.
Zijn wij dragers van het licht? Hoe dichter je bij Hem leeft, hoe meer licht je zult dragen. Gij zijt het licht der wereld, zegt Jezus tegen ons.
Vannacht was er imposant kunstlicht, maar het is zo voorbij. Laten we in de chaos en duisternis van deze tijd houvast vinden bij God. Klamp je des te meer vast aan Hem.
In het nieuwe Jeruzalem zal geen nacht zijn, wanneer God voorgoed met de duisternis zal hebben afgerekend. Heeft u het licht gezien? Toen Hij mijn ogen opende. Het licht heeft mij gezien, en het licht overwint.

Edit