Edit|
EditReeks Samenvatting:
U hebt het vast wel eens meegemaakt dat iemand heeft gezegd bij u langs te komen en een ander staat plots voor de deur. Hoe zit dat met onze Heere Jezus Christus? Hebt u wel eens de gedachte, zou Hij het wel echt geweest zijn? Heb ik op het verkeerde paard gewed? Dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat, zei Gerard Reve ooit in spot. Maar is het zo'n gekke vraag in het licht van de ramp van 26 december vorig jaar?
In ons tekstvers komt er een concrete vraag naar Jezus. Bent U degene die komen zou of verwachten wij een ander? Wie stelt die vraag? De Kantekenaren en Calvijn zeggen dat Johannes de Doper die vraag niet zelf stelt, maar was bedoeld voor de twijfelaars onder zijn gevolg. Toch wijk ik van die mening af. Moderne verklaarders zitten vol met twijfel. Hun eigen twijfel profileren ze daarbij. Jezus van Nazareth was een goed mens, maar niet de Zaligmaker van zondaren. Met hen ga ik ook niet mee.
Het onderwerp van vers 2 is Johannes. En Johannes wordt geboodschapt in vers 4. Johannes die toch de geest op Jezus heeft zien neerdalen. Hij zit in de gevangenis. Hij noemde de zonde nl. bij de naam. Hij weet echt dat Jezus de Messias is. Weet u het ook, en jij? Zingt u wel eens, ik ben een koninklijk kind? Ik zal Hem nooit vergeten, Hij alles, Hij volkomen, Hij in mij, ik in Hem?
Johannes stuurt twee van zijn discipelen naar Jezus. Da Costa wijst erop, dat Johannes zat met de doorwerking van het koninkrijk van God. Zit dat ons ook hoog? De belofte aangaande Israël staat nog, hun moeten de schelmen van de ogen vallen, en dan zal heel Israël zalig worden. Willen we graag dat Hij snel terug komt? Ds Okke Jager schreef daar een mooi gedicht over;
"Kom haastig Jezus!" bidt de predikant,
"Ja, Amen," zegt een boer, "wil spoedig komen!
Maar na de oogst, want van m'n nieuw stuk land
Heb ik nog nooit de opbrengst waargenomen."
"Ja, Amen," zegt Mevrouw, "maar mag ik voor
De bontjas die ik gisteren zag hangen
Eerst sparen en hem aandoen, als het Koor
Een avond geeft in ``Christ'lijke Belangen`` ?"
"Ja, Amen," zegt het kind, "maar nu nog niet,
Ik moet nog met vacantie naar de bossen.
Maar ik zal zwaaien, zodat U het ziet,
Als U ons onder schooltijd komt verlossen."
"Kom haastig, Jezus!" bidt de predikant,
"Maar mag ik eerst die nieuwe lezing lezen,
Die ik gemaakt heb voor het Jeugdverband,
Over ``Gij zult het wel verstaan na dezen``?"
De beden komen in de hemel aan.
De Cherubijnen zwijgen, die ze brachten.
En Jezus vraagt: "Kan Ik vandaag al gaan?"
Zijn Vader zucht: "Ge moet nog even wachten."
Het spant er zo om. God beware ons ervoor dat we zo voortgaan in Advent, Kerst, even niks, Lijdenstijd etc. Het gevaar van het kerkelijk bedrijf. Het zou zo maar kunnen dat je niet meer dicht leeft bij het hart van de Heere Jezus. Waarin onderscheiden we ons dan van al die anderen in onze omgeving die Hem niet kennen? Weke Bruid verwacht haar Bruidegom nu niet?
Wat houdt het antwoord in van de Heere Jezus? Hij wordt bepaald niet zenuwachtig van de vraag. Bedriegers worden ontmaskerd. Gaat heen en boodschapt Johannes. Er staan heel veel verwijzingsverzen genoemd bij vers 5 e.v. Hij opent nl. de Schriften. Ga maar vertellen wat je ziet. Blinden die ziende worden, Bar-Timeüs; `Effata` heeft het geklonken en de dove hoorde weer. Kreupelen die door het dak neergelaten wordt, danst. En "Lazarus komt uit" is gehoord.
Was dat nu maar ook zo helder! Als Jezus wonderen deed op de Hillevliet zou iedereen dan tot geloof komen? Wenste u wat meer zichtbaarheid? De opwekking van Lazarus was voor het Sanhedrin de directe aanleiding Jezus' dood te beramen. Daar komen geen mensen door tot het geloof.
Wat ziet u in Jezus van Nazareth? Is Hij tot u gekomen in het gewaad van het Woord? We willen zo graag een briefje uit de hemel. Is er hier ook veel verwarring over geloofszekerheid en gevoelszekerheid? De koster herkent het vast: de een zegt "wat was het warm in de kerk", en de ander "wel nee, het was helemaal niet warm". Dat is gevoel. Het gaat echter om het hart. Het geloof is uit het gehoor. Ik verkondig het u vanmiddag.
Verwachten wij U? Ga maar vertellen, wat u ziet. Wat een troost moet dat geweest zijn voor Johannes de Doper. Het laatste stukje twijfel opgelost. En hij wordt nota bene onthoofd op de volgende 'bladzij'. Waar bent u God? Bent u bereid van God de weg te accepteren waar Hij ook heen wijst? Leer mij volgen zonder klagen, Vader wat gij doet is goed. Voelt u weerstand? Als het voorspoedig gaat, ja dan zing je voluit. Maar nu Asaf in psalm 73.
Wat wil het tegen ons zeggen? En zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden. Mens erger je niet - leuk spel. Bijna binnen, en pats. Ergeren... Voor de Joden is het kruis een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid. Waar ergeren zij en wij ons aan? Aan genade. Niemand wil van nature van genade leven. Niemand wil het doen met Hebreeën 11. In ons bloed zit: eerst zien en dan geloven.
Heeft u geen moeite met de genade van God? Mag Hij schoon schip maken? Bent u bereid het met Hem te wagen? Zegt u: geef mij Jezus of ik sterf. Wij ergeren ons zo makkelijk aan vrije genade! Juist in onze gezindte met al ons goede gedrag.
Je kunt het ook lezen als zaligspreking: Zalig is hij,... Als het evangelie ooit bij je binnen gekomen is, is dat eeuwig leven! Hoe het dan ook gaat! De Heere belooft ons geen kalme reis, psalm van Asaf, door een dal van doodschaduw, psalm van David, de goddelozen gaat het voor de wind; mij breekt het bij de handen af; bijna weer bij de ergernis.
Hoe is het bij Johannes aangekomen? "Hij moet wassen (groeien) en ik minder worden". Zegt u het hem na? Christus leeft in mij, niet meer: ik leef?
Hoe nu verder? Leeft u bij de dag? En verder? Hoopt u er maar het beste van? Dat `hoop` ik ook voor u. Heeft u anderen wel eens verteld hoe moeilijk u het vond om Golgotha te bereiken? De pijn toen u uw zonde en misdaden moest belijden; maar heeft u ook wel eens gejubeld over Gods daden?
Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, zegt de Heere Jezus. Een drie gooien op drie plaatsjes van het einde met de laatste pion. Maar wat een `gevoel ` moet het zijn om bij *Hem* binnen te komen. Wat geen oog heeft gezien, het best moet nog komen.
Leid mij tot U! Ik verwacht geen ander. En u en jij?