Wie zou Jezus niet willen volgen? Wie Hem kent, wil Hem volgen, toch? Genade is op Zijn lippen uitgestort. Hij is de goede Herder. Hij stelt Zijn leven voor degenen die Hem volgen.
En wat u ook tegenhoudt, Jezus houdt u niet tegen! Wat wil Jezus anders dan dat wij Hem volgen? Hij nodigt vriendelijk en dringend; Hij zegt: Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen. Hij zegt: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Hij weent voor de poorten van Jeruzalem. Milde handen en vriendelijke ogen zijn bij Hem van eeuwigheid.
In de dagen van Jezus’ leven op aarde volgen velen Jezus. We lezen van de scharen! Het volk. Vier-, vijfduizend mensen zitten aan de voeten van Jezus. Het prikkelt de Farizeeën: Zie, zij volgen Hem allen na! De hele wereld gaat Hem na, zeggen zij tot elkaar.
Mensen zijn onder de indruk van Jezus wonderen. Hij geneest zieken; Hij geneest alle zieken die tot Hem worden gebracht! Hij werpt duivelen uit. Hij breekt de donkere macht van satan; Hij bindt de strijd aan met het koninkrijk der duisternis. Zijn gerucht gaat door het hele land. De vijand beeft op Zijn gerucht!
Mensen zijn echter ook onder de indruk van Zijn Woord. Hij leert als machthebbend. Zij woorden dringen binnen in hun bestaan; Zijn woorden raken hun leven. Denk eens aan de bekende Bergrede van Jezus! De scharen ontzetten zich over Zijn leer: het volk was geschokt. Jezus leerde hen de grondwet van Zijn Koninkrijk. Hij leerde hen bidden. Hij richt hun ogen op de dingen die boven zijn.
Ook in onze dagen zijn velen onder de indruk van Jezus. U ook? Jij ook? Wie zou Hem niet willen volgen? Wat een heerlijk leven met Jezus – ‘het goede en de weldadigheid – al de dagen mijns levens; al ging ik in een dal van de schaduw van de dood … Jezus zegt: Ik ben het Leven.
In de geschiedenis die wij hebben gelezen, komen drie mannen tot Jezus. Zij willen Hem volgen. De bekende Engelse prediker John Bunyan heeft ons behalve zijn beroemde Christenreis nog een ander boekje nagelaten: “Komst en welkomst tot Christus”. Komst en welkomst … zijn deze drie mannen welkom bij Jezus? Er zijn immers ook vele mensen, die Hem verlaten! “Van toen aan wandelden velen niet meer met Hem.” Hier zijn drie mannen, die belijden Jezus te willen volgen. In de hemel is er blijdschap voor het aangezicht van de Vader over één zondaar die zich tot God bekeert … en hier zijn er drie!
Bent u/ ben jij ooit zo tot Jezus gekomen? Meester/ Heere, ik zal U volgen! Je moet wel ongerust zijn, als er nooit zo’n moment is geweest in je leven! Jezus zegt: wie niet voor Mij is, die is tegen Mij. De keuze is niet: Jezus volgen, of Jezus niet volgen … de keuze is: Jezus volgen, of Jezus verlaten! Liefhebben of haten; er is geen tussenoplossing. Wie met de woorden van Jezus wordt geconfronteerd, komt in een crisis. Hij is gekomen om een crisis te brengen. Jezus heeft een helder doel. De Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was.
Drie mannen die tot Jezus komen. In het Matthéüsevangelie zijn het er twee. Het zijn wellicht alle drie discipelen van Jezus, in de meer algemene betekenis van dat woord. Jezus had twaalf discipelen in het bijzonder, maar nog andere leerlingen die Hem volgden in het algemeen. Deze drie mannen zijn Schriftgeleerden, die zich door Jezus wilden laten onderwijzen, en die nu Hem te kennen geven Hem te willen volgen.
In deze geschiedenis komen deze Schriftgeleerden eerst tot Jezus, voordat Hij zegt: “Volg Mij”. Toch is Zijn roeping eerst. Hij toont Zijn heerlijke werken, waarmee Hij mensen trekt en Hij verkondigt het Evangelie – Matth. 4: 17: “Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Daardoor kennen zij Jezus. Zo zijn zij verlangend geworden om Hem te volgen.
Wellicht zijn deze Schriftgeleerden – met vele anderen – begonnen Jezus te volgen nadat Hij Zijn Bergrede had uitgesproken: Matth. 8: 1. Vele scharen zijn Hem gevolgd! Nu beveelt Jezus naar de andere zijde over te varen. Het vertrek van Jezus brengt een scheiding. Blijven zij achter, of zullen zij Hem volgen? Nu stellen deze mensen hun levensvraag. Het is een belijdenis, maar eigenlijk ook wel een vraag. N.B. Wij weten ook niet, of zij uiteindelijk Jezus gevolgd zijn, of niet!
De eerste spreekt een onvoorwaardelijke verklaring uit. Meester, Ik zal U volgen, waar Gij ook henengaat. Meester: hij geeft Jezus het gezag. Jezus leert als machthebbende (Matth. 7: 29).
Het valt in de Evangeliën op dat Jezus nooit onder de indruk is van een eerste reactie. Als Hij in Zijn eigen woonplaats Nazareth de Schriften opent en het Evangelie verkondigt, “geven zij Hem eerst allen getuigenis”. Als Jezus hen de scherpte doet zien van Zijn Woord, willen zij Hem van een bergtop afwerpen. Het zaad komt op, om later te verdorren of het komt op, om vruchten te dragen; het gaat om hetzelfde zaad!
In deze geschiedenis spreekt de eerste mens die Jezus zoekt Hem aan met ‘Meester!’ In het Lukasevangelie met ‘Heere!’ In ieder geval eert deze man Jezus. Wat noemt gij Mij Meester? Eén is uw Meester … Kennelijk weet deze man dat Jezus geen rabbi is als de anderen.
Zijn wil om Jezus te volgen is onvoorwaardelijk. Hij stelt geen voorwaarden, geen eisen; hij wil alleen maar Jezus volgen. Verlangt u ook wel eens naar zo’n keuze, zo’n belijdenis uit de mond van uw man/ vrouw/ kinderen/ buren? Het is ook niet aan ons om deze man of welk mens dan ook te veroordelen. Het is echter ook niet onze taak haastig de handen op te leggen! Jezus doet dat ook niet. Heere, wat zal deze? Strijd gij om in te gaan!
Let goed op de woorden van Jezus. Hij is de goede Herder. Jezus is niet zomaar een profeet, een voorganger, een dominee, maar: God geopenbaard in het vlees. De hoogste profeet. Hij weet als geen ander wat in het hart van mensen leeft.
Het antwoord van Jezus lijkt eigenlijk helemaal geen antwoord aan deze man te zijn! En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge. Jezus spreekt over Zichzelf. Het Evangelie openbaart Wie Hij is. In het Evangelie vinden we eerst Jezus, dan onszelf; nooit andersom!
Wil je Mij volgen? Waarheen dan? Naar welke plaats? Tot welk doel? Ik heb geen woning hier. Voor Mij is hier geen plaats. Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Toen Ik kwam in het vlees, was voor Mij geen plaats in de herberg. Hij heeft, zoals Johannes het zegt, onder ons ‘getabernakeld’ (Joh. 1: 14: “En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.”). H. Ridderbos heeft eens gezegd: Jezus voert geen triomftocht, maar leidt een zwerftocht.
Jezus is wel de Zoon des Mensen, en daarbij verwijst Hij naar de profeet Daniël: “Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon …” (Daniël 7: 13). Jezus is de Koning van alle koningen. Hij zal in heerlijkheid komen – maar door een weg van vernietiging van Zichzelf. Die weg duurt Zijn leven lang.
Toen Ik kwam tot de Mijnen – tot Mijn volk, tot Nazareth, wierpen ze Mijn uit. Heden roepen ze ‘Hosanna!’ Morgen ‘Kruisigt Hem!’. Straks zal Ik van de aarde worden verhoogd – aan het kruis; verwijderd van deze wereld. Wie Mij wil volgen, gaat een stervend leven tegemoet.
Jezus volgen – een vreemdeling zijn op aarde. Je leven verliezen, om het te behouden. Een stervend leven zelfs: ik sterf alle dagen. Niet meer ik leef, maar X leeft in mij. De wereld is mij gekruisigd en ik ben de wereld gekruisigd.
Deze man riep: ‘Ik!’ Ik zal U volgen! Hij riep niet: Heere, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp. Of: O God, wees mij zondaar genadig!
Deze man riep: ‘Heere!’ maar niemand kan zeggen dat Jezus Heere is, dan door de Heilige Geest. Tenzij een mens wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet beërven.
De tweede man volgt Jezus niet helemaal onvoorwaardelijk. Maar hij heeft wel een heel goede reden om Jezus niet meteen te volgen. Hij gebruikt het Woord van God! “Laat mij toe, dat ik heenga, en eerst mijn vader begrave.” Eert uw vader en uw moeder. Volgens de Talmoed mocht men voor deze godsdienstige plicht zelfs alle andere plichten laten varen. Het eerste wat je doet, is toch wel je gestorven vader de laatste eer en de laatste zorg bewijzen. Jezus Zelf weent bij het graf van Lazarus!
Wij kunnen nooit Jezus’ antwoord zo letterlijk geven. Inderdaad is het een liefdesplicht te zorgen voor de ter aarde bestelling van ouders. Maar Jezus zeide tot hem: “Laat de doden hun doden begraven; doch gij, ga heen en verkondig het Koninkrijk Gods.” Hoe kan onze goede Herder dit antwoord nu toch geven?
In de kerkgeschiedenis is uitlegkundig van alles ondernomen om de scherpte van Jezus’ woord wat af te zwakken. Sommige uitleggers suggereren, dat de vader van deze man nog leefde. Dat betekent dan, dat deze man misschien wel héél lang uitstel vraagt aan Jezus: als mijn vader overleden is en als ik hem dan begraven heb, dan zal ik U volgen! Anderen (Augustinus al) leggen Jezus’ antwoord zo uit: Laat de geestelijk doden, die Mij niet volgen, hun doden maar begraven, maar gij, volg gij Mij!
Als we echter de grondtekst lezen, staat het er toch zo: Laat de doden hun eigen doden begraven! Een antwoord dat toch bijna bruusk overkomt?
Een scherp woord – en toch tegelijkertijd een liefelijke nodiging. Volg Mij: Ik ben het Leven. Ik heb de dood gedood in Mijn dood (John Owen); Die in Mij gelooft, zal leven.
Onze beste verontschuldigingen zijn geen enkele reden om bij Jezus weg te blijven. Jezus keert zelfs onze beste redenen om in aansporingen om Hem te volgen! Laat mij toe, dat ik mijn vader begrave … en dan zegt Jezus: Volg Mij. Jezus is niet zomaar een profeet, een voorganger, een dominee, maar: God geopenbaard in het vlees.
Jezus volgen vraagt alles. Mijn zoon, geef Mij uw hart: uit het hart zijn de uitgangen des levens. “En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil, Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.” (Mark. 10: 28 – 30).
Vader, moeder, broers, zussen, akkers, huizen, ja, je leven! “En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij. Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal het behouden. Want wat baat het een mens, die de gehele wereld zou winnen, en zichzelven verliezen, of schade zijns zelfs lijden? (Luk. 9: 23 – 25). “En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Een is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is.” (Matth. 23: 9). Jezus neemt ons af wat ons het liefste is. Ons bezit: de rijke jongeling. Al onze parels!
De vrouw van Martyn Lloyd-Jones ontmoette in Wales eens een vrouw met een zwart gaasje voor haar oog … deze vrouw had inderdaad haar rechteroog uitgetrokken en weggeworpen! We begrijpen toch wel, dat Jezus dit geestelijk bedoelt? Uit ons hart zijn de kwade bedenkingen! Anderzijds weigeren wij vaak deze dingen letterlijk en praktisch te nemen … Bij ds. Buskes kwam in de oorlogstijd in Amsterdam een rijke jonge man. Hij vroeg aan ds. Buskes: “Moet ik alles wat ik heb inderdaad, zoals Jezus zegt, aan de armen geven?” Wat zou u zeggen? Ds. Buskes zei: “Dat is geestelijk bedoeld.” En dan schrijft ds. Buskes: “Toen ik dat gezegd had, ging die jongen gerust heen en ik bleef ongerust achter!” U begrijpt wel: wij proberen vaak te ontsnappen aan de radicaliteit van Jezus’ Woord.
De laatste volgeling wil Jezus volgen … en afscheid nemen. Hij wil zijn verwanten verlaten. Hij wil afscheid nemen. Hij wil doen, wat Jezus vraagt! Zo kan het gaan in je leven, dat het Woord van Jezus zo dichtbij komt, dat je voelt dat er een scheiding gaat vallen. Een scheiding tussen je eigen leven en het nieuwe leven met Jezus. Een scheiding tussen de zonde en de heiligheid van de Heere Jezus Christus. Een scheiding tussen alle andere goden en de ene God Die Zich in Christus openbaart. En je wilt Hem volgen … en je wilt nog éénmaal omkijken. Afscheid nemen. De wereld vaarwel zeggen, Jezus volgen. Hoe velen aarzelen zo? Hoe velen hinken zo op twee gedachten?
Jezus roept tot geloof … èn bekering. Geloof en bekering: een siamese tweeling. We kunnen beide niet en nooit losmaken van elkaar. En bekering is een diepe, algehele ommekeer. Om nooit meer terug te keren. Een ‘onberouwelijke bekering’ tot zaligheid. Met hart en geest en ziel en alle krachten! Je schepen achter je verbranden, de deur voorgoed sluiten. De brug ophalen naar de wereld, naar de zonde, naar je eigen oude ik-gerichte leven.
Deze man begint al bij de eerste stappen op de weg der bekering met … terugkeren. Eerst! Eerst mijn familie. Jezus zegt: Zoek eerst het Koninkrijk van God. De vrouw van Lot zag om! Gedenk de vrouw van Lot.
Deze man gaat de hand aan de ploeg slaan en kijkt om. Dat heeft ook gevolgen voor anderen. Ploegen en omkijken – dat worden geen rechte voren, dat wordt een zwalkende gang, dat wordt een stuurloos leven. En inderdaad: ieder die in het Koninkrijk Gods arbeidt, moet een rechte gang gaan. In de weg van de bekering, in een leven met Jezus vanuit het gehele hart. Anders kun je in het Koninkrijk van God nooit de handen aan de ploeg slaan. Een dominee met een onheilig leven, met een zwalkende gang … een ouderling, een diaken, en u? En jij? Hoe kun je anderen winnen voor Hem, die jij maar met een half hart dient?
Drie mannen, drie belijdenissen, drie antwoorden. Eigenlijk één belijdenis: Ik zal u volgen, maar … En ook één antwoord: wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, en wie zijn leven zal verliezen om Mijnentwil, die zal het behouden.
Jezus antwoordt. Scherp? Bot? Dan kent u Hem niet. Luther: “Sie wissen nicht, wie freundlich der Herr ist”. Nee, Hij antwoordt als de goede Herder. Hij ontmaskert. Bent u ooit ontmaskerd door Jezus? Hij doorziet al onze arglistige bedoelingen; onze vrome uitvluchten, onze zogenaamd bijbelse verontschuldigingen.
Jezus roept. Hoor Zijn stem! En let eens op uw antwoord. Ja, ik wil U volgen … maar, …! Maar, maar.
Zoeken maakt niet zalig. Augustinus: Iedereen die God zoekt, heeft een genadig God, maar is nog niet gelukkig. Zoeken maakt niet zalig, maar vinden.
Jezus roept. Hij onderzoekt uw hart! Hij kent jouw gedachten …”Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.” (Matth. 3: 12).
Geloof niet in je geloof, maar wend je tot Jezus. O God, wees mij zondaar genadig. O God, red mij door Uw gerechtigheid.
Moeilijk? Of … onmogelijk? Tot Jezus Zelf komt. Zachéüs, Ik moet heden in uw huis zijn. En dan gaat het door Jezus’ Woord en door Jezus’ werk vanzelf: ‘automatè’. Ik kan niet breken met mijn zonden, ik kan niet scheiden van mijn leven nu, ik kan niet loskomen van mijn begeerten … Gij Zone Davids, ontferm U mijner!
Jezus volgen in een strijdend leven dat tegelijkertijd een gezegend leven is. Hem in het hart, Die het leven is. Zelfs – of: juist! – in een dal van de schaduw van de dood. Ik zal niet sterven, maar leven. Zijn stok en Zijn staf … Soms een zware strijd: in de wereld verdrukking. Jezus bad te ernstiger, als Hij in zware strijd was. Soms een felle strijd, maar terug? Nooit!
Mensen gaan niet tot Jezus; mensen vluchten tot Hem. Vlucht nu, heden tot Hem en sla de hand aan de ploeg en vertel het met die samaritaanse vrouw ook anderen: Deze is een profeet, die mij heeft gezegd wie ik ben; Hij is de Zaligmaker der wereld. Amen.