Edit|
EditReeks Samenvatting:
De vrezende discipelen, de slapende Heiland en de zwijgende storm.
Nog altijd heerst er een grote verbijstering over de vloedgolf in Azië, veroorzaakt door de zeebeving. Dat spreekt ons aan, velen hebben toch geroepen: waar was nu die grote God? Kon Hij die verbijsterende ramp zomaar gedogen? Het doet ons denken aan de angstschreeuw van de discipelen: Meester bekommert het U niet, dat wij vergaan? Waar is uw geloof, zet Jezus er tegenover. Dat is de tegenvraag.
Een les over de beoefening van het ware geloof door Gods kinderen. Dat waren de discipelen toch? De Heere Jezus leert ze hier, in grote angst en benauwdheid. En wat kan het soms stormen in ons leven... De discipelen hadden alles verlaten en waren Hem gevolgd. Ze gaan in het schip om over te varen naar de andere kant. Ze waren vermoeid. Maar er stak een hevige storm op, en golven slaan over het schip.
De kerk van Christus zal op aarde altijd een strijdende kerk zijn, veel stormen. De Heere wil Zijn kerk louteren, om hun hoop en vertrouwen alleen op Christus te stellen. Zoiets moet geleerd en beoefend worden. Er gebeurt niets bij geval. Dat kan ook niet met 's Vaders Zoon aan boord. Hij staat boven de wind en de zee.
"God heeft een behouden thuiskomst belooft, maar geen kalme reis", zegt het wandbordje; maar dat geldt feitelijk alleen de ware gelovige. Horen wij bij dat volk? Zijn wij waarlijk in Christus geborgen? Dat gebeurt niet met een ingebeeld of een aangepraat geloof. De geest van de wedergeboorte leert de zaligheid buiten zichzelf te zoeken in Jezus Christus alleen. Daar is oefening voor nodig.
Al Uw golven gaan over mij heen, zegt de psalmdichter. Heere behoed ons! Wij vergaan. Wat bent u zo vreesachtig, zegt de Heere. Moeten jullie nu zo bovenmatig bang zijn? Hebben jullie geen geloof?
Als je nooit ergens voor vreest kun je je bedriegen; het geloof zoekt zijn vastigheid niet in zichzelf maar in Christus. In de vrees komt het geloof aan het licht. Maar niet hier bij de discipelen. En toch waren het ware gelovigen, maar toch veel zwakheid en vrees. Juist Gods kinderen moeten leren wie ze zijn in zichzelf. Meester, we vergaan. De wachter Israëls zal niet sluimeren of slapen, maar dat zingen de discipelen niet. Ze roepen wel hun Meester aan, maar hebben niet voldoende geloof om door de ramp heen te berusten.
Het slapen van Jezus laat zien hoe Hij werkelijk in het vlees gekomen is. Hij is vermoeid en slaapt, bewust. Zo laat Hij straks zien, dat Hij naar Zijn Godheid nooit slaapt.
Jezus hoort ook het geroep van klein geloof! Hij maakt ze eerst geen verwijt. Hij zwijgt eerst in Zijn liefde. Zo is het nog.
-------------------------------
Zingen wij nu eerst Psalm 103:7
-------------------------------
De zwijgende storm. Zwijg stil! zegt Jezus en de wind en de zee zijn stil; geen werk van mensen. Hij gebiedt en het staat er, zoals bij de Schepping. Bij de Rode Zee en bij de Jordaan. Gods kinderen hoeven dus niet te wanhopen. Waar is de praktijk van hun geloof? Moesten ze juist nu niet het geloof praktiseren t.o.v. het object van hun geloof?
En dan vrezen ze weer (vers 41), verbaasd, verwonderd; vol diep ontzag voor de goddelijke majesteit die Jezus hier toont. 'Wie is toch Deze', is niet een vraag waar ze antwoord op moeten hebben, maar het is een belijdenis. Wie is Hij voor u en voor mij? De Christus, de Zoon van de levende God. Hij is het, en Hij komt terug, en dan zult u het zien. Hij komt om te oordelen, de levenden en de doden. Dat geloof ook al is het zwak, Hij heeft het gewekt. Schep vanmiddag moed uit deze geschiedenis. Jezus hoort ook het geloof van klein geloof en wil het opwekken tot een groot geloof. Hoop op God, ik zal Hem nog loven.