Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-03-09 10:00:00 ds. J.J. Verhaar (Krimpen a/d IJssel) Biddag voor gewas en arbeid

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Dan 6:11 Dan 6:1-29 2005-03-09.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2005-03-09.1023.mp3 (Preek, 32kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Voor een open raam van zijn huis ligt een oude man geknield, in Babel, tegenwoordig Irak + Iran. Door de Perzen veroverd, een buurvolk van de Babyloniërs. Maar Daniël ("God is mijn rechter") bidt tot hun goden niet, maar tot de God van Israël. Daniël is Eerste Minister, hij heeft mooie kleren. Hij is geboren in Israël, de overwinnaars hadden vooral jonge Israëlieten weggevoerd, als een soort gijzelaars. Ze leren de Babylonische taal en de goden en ze vergeten dan mooi Israël, zo is het plan. Het ziet er niet best uit. Maar Daniël heeft leren bidden in zijn jeugd!
Weken lang onderweg naar Babel. Wat zal hij gebeden hebben onderweg. Het was al vroeg een gewoonte voor hem, nu heeft hij God zo nodig. In Babel krijgen ze het goed, genoeg te eten en te drinken, wonen en leren in die grote stad Babel, de grootste stad ter wereld. Nu alleen nog maar woestijnzand.
Het gaat Daniël goed, hij wordt zelfs minister. Hoe moeilijk moet het
dan zijn om de Heere te blijven dienen. Ieder denkt dat die God alleen de God van Israël is, maar Daniël weet, Hij is de God van de ganse aarde. De rest is mensen- en aardewerk. Zelf bedacht. Zo houdt Daniël het vol, zijn taken steeds zwaarder, positie steeds hoger. Maar hij blijft bidden en heeft Hem steeds meer nodig. Minister en christen zijn is ontzaglijk moeilijk. Maar misschien heeft hij daarom zijn positie: trouw naar God is trouw naar mensen. Op Daniël kun je aan, zo weet men. Christenen zijn geen miezers, het begrip 'arme zondaar' gebruiken we wel eens verkeerd.

Daniël overleeft dynastieën en machtswisselingen door de Perzen. Daniël blijft - heel bijzonder. Over veroveringen heen aanbevolen, kennelijk. Maar dat geeft uiteraard jaloezie.
En wie leidt dat allemaal? De Heere natuurlijk. Wat bidt Daniël eigenlijk, drie keer per dag? Wat heeft hij te bespreken met God?
Weten wij wat we bidden?
Daniël bidt hardop, voor het open raam. Het is te horen. Een Jood en een christen horen te bidden. Het open raam is in de richting van Jeruzalem. Zware staatszaken komen zeker in zijn gebed voor. Ook waar hij blij mee is. Maar Daniël doet ook belijdenis. In de kerk rond Pasen gebeurt dat ook, jonge mensen doen belijdenis. Het gaat om twee dingen daarbij: Wie is God en wie ben jijzelf. Je kunt zo veel over God zeggen, daar kom je niet over uitgepraat. Nooit klaar met het belijden van Gods naam. Over jezelf ben je snel klaar. Tot de ontdekking gekomen wie je bent.
Daniël heeft het ook steeds over het volk Israël, dat hoort ook bij
het gebed van elke christen en elk christen-kind. God is onze Vader in de hemel, we beginnen met Zijn koninkrijk, en Zijn wil, voor we komen tot wat ons nodig is. Daniël denkt altijd aan zijn volk, met die hoge roeping. En hij belijdt wie hij is en wie zijn volk is. Ze hebben het er slecht vanaf gebracht. Zie op ons in genade neer, Heere.

Biddag is ook voor ons volk. Ons volk vindt het vreemd, maar juist daarom moeten wij het doen. Elke dag.

Hoe is het afgelopen met Daniël de bidder? Hij moet boven de 80 geweest zijn en hij blijft maar bidden; eelt heeft hij op zijn knieën.
Velen zijn jaloers op Daniël, die allochtoon uit Juda. Er komt een
plan: we moeten hem pakken op zijn geloof. De koning (of later de keizer bij de Romeinen) wordt vereerd als god. We kunnen houden van Beatrix en haar hoog hebben, maar vereren doen we haar niet. Een nieuwe wet zegt dat een maand lang alleen tot koning Darius mag worden gebeden. Een zekere val. Daniël is nog te controleren ook, bij dat open raam. Het is erop of eronder. Dan maar een maandje niet
bidden? We noemen dat dan `verstandig` zijn. Maar soms moet en je mag niet `verstandig` zijn. Juist nu kan en durft hij het bidden niet te laten! Wil de Heere dat wij in moeilijkheden terecht komen? Het geloof moet `fijn` zijn, `goed aanvoelen` of niet dan? De Heere heeft geen `plezier` in moeilijkheden maar er moet wel voor de eer van Zijn naam opgekomen worden.
Geldt het ook voor kinderen? Daniël is al vroeg begonnen. Soms voel je dat ineens: nu moet ik kiezen tussen de Heere liefhebben en doen wat niet mag van de Heere. Stel dat een vriendje vraagt of je iets gevaarlijks gaat doen, dan lijkt het flauw om nee te zeggen, je moet er voor uit komen.

Daniël wordt veroordeeld en in de leeuwenkuil gegooid, de koning heeft door wat voor `poets` hem en Daniël is gebakken. Een getuigenis toch van Daniëls bidden t.o.v. de koning. Misschien heeft Daniël in de leeuwenkuil alleen geroepen, Heere zorg voor mij.

Lopen alle verhalen van bidders zo goed af? Wordt elke Israëliet en
christen uit nood en dood verlost? Nee, zouden wij zeggen; ik heb eens dit of dat gebeden en er gebeurde niets. En toch is het antwoord
`ja`. Een bidder wordt eenmaal voorgoed verlost uit alle nood en
dood. Dus leer bidden en blijf bidden, dan zult u zeker eenmaal
danken.

Edit