Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-03-25 19:30:00 ds A. Beens (em. te Barneveld) Goede Vrijdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 15:46 Mar 15:40-47 2005-03-25.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.2Mb)
2005-03-25.1925.mp3 (Formulier, 32kPro, 12.4Mb)
2005-03-25T.192.mp3 (Hele dienst, 32kPro, 20.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Jezus is gestorven en de avond daalt over Golgotha. De dag is spoedig voorbij, de voorsabbat is het. Als er een ster te zien is, is het Sabbat. De lichamen moeten in een gezamenlijke kuil worden begraven. Aan het kruis mogen ze niet blijven hangen. Aan aantal mensen schuifelen naar voren. Zij zullen Hem begraven, maar niet als een `stuk vuil`. Hij zal bij de rijken in Zijn dood zijn. Jozef van Arimathea is zo’n rijke. Een schemermens, net als Nicodemus, ook hij kwam in de avond/nacht bij Jezus. Deze twee komen voor de dag, op dit moment treden zij op. Wij weten niet of Jozef tot de kring van de discipelen behoorde, maar hij maakt zijn geloof concreet, hij bekent kleur. En dan bij zo’n gevloekte; hij gaat naar de stadhouder als vooraanstaande Jood. We lezen er zo snel overheen. Jozef compromitteert zich ermee.

Hij is geen heldhaftige man; hij is een man die doet wat hij vindt wat hij moet doen. Misschien zijn hier ook schemermensen, nachtdiscipelen, stil op de achterste rij, misschien met veel vragen in je hart. Of het wel waar is, of je je niet vergist hebt. De Bijbel walst ook niet over die vragen heen. Geen aai over de bol, maar: God brengt wat Hij zaait in het hart tot ontkiemen. Misschien ben jij een schemerjongen of -meisje. Dat er wat roert in je binnenste, maar je denkt: zou ik het wel redden, zal het wel zo blijven? De liefde van Jozef lijdt een vreselijke smart.
Wat doet hij het kies en piëteitsvol! Linnen is een teken van rijkdom. Opnieuw wordt Hij in doeken gewonden, Zijn moeder had het gedaan en Hem ermee erkend, het is volledig van mij. Honderd pond gemengde balsem – een kapitaal. Een schenk van de liefde van Jozef en Nicodemus. Zij besteden hun rijkdom. Elk lichaam is kostbaar. Die tempel van de Heilige Geest, geen `maaienzak` of `stoffelijk overschot`. En legde Hem in een graf, lees die tekst ook met eerbied. In de tuin van Jozef.

Een nieuw graf, waar nooit iemand in gelegen had. Niet het graf van die en die, maar dat nieuwe graf, alle mensen bekend. Niet anoniem. Een altaar werd gebouwd van nieuwe steen; zout in nieuwe vaten in de tempel. Een hogepriester wordt hier begraven! Heiligheid voor de Heere.

Jezus wordt afgenomen, afgelegd, neergelegd; drie stappen. Legde Hem in een graf. Hem, die uit de eeuwigheid is; God uit God, Licht uit Licht. God van God ontdaan. In Bethlehem is die goddelijkheid nog een beetje voor te stellen; maar hier kun je er niet bij. Gods Zoon in een graf. De Heilige van God heeft geen verderving gezien zegt de psalm, maar het graf heeft daar wel het beeld van. Het heeft iets vernederends. Er *wordt* gedaan met een dode, en de dode doet niet en weet niet en kan niet.

Het gaat niet om het sentiment vanavond; maar de dood is een aangrijpende straf op de zonde. Daar kun je niet meer mee aankomen in deze tijd, deze cultuur; de dood is nu een keer een deel van het leven. Hebben jullie al eens een dode gezien, jongelui. Ik was 17; dat strakke witte gezicht laat je nooit meer los. En je weet intuïtief: dit hoort *niet* bij het leven. Hoe bestaat dat? Die altijd bezige hand, ze ligt stil. In het graf zijn we onttrokken aan de wereld waarin we ons laten gelden. Aarde tot aarde, onze naam vergaat. Die vrouw die geen kinderen had en op sterven lag: straks praat er niemand meer over mij. De straffende hand van God over ons leven. In de hof van Eden: geen graven, maar alleen daarbuiten. Weten we dat nog?

Jezus wordt begraven. Wie is Hij? Een veelvoud van namen en van kwaliteiten; maar vanavond bij uitstek de tweede Adam. Wilt u mij maar volgen, zegt de begrafenisondernemer zo vaak. Ja, wij volgen Adam. Maar Jezus als een Unieke; plaatsvervangend.
Waarom is Hij begraven – Hij was werkelijk gestorven. Logisch. Echt? Hij heeft Hij dan gezondigd? Kent u die Man wel? Onze logica moet sterven. Als wij aan Hem verbonden zijn worden al *onze* zonden begraven en onze vloek ter aarde besteld. De aarde over al mijn ongerechtigheden.

Jongelui, het is een moeilijk stuk wat ik aanraak, maar je moet er toch van weten, waarom Hij begraven is en wat het betekent. Die zonden van ons moeten uit de weg. Je moet een `borg voor je ziel` hebben, die voor je instaat. Het graf als straf, wordt tot zegen voor de kerk van Christus. Want dat graf is meer doorgeurd van Zijn diensten dan van 100 pond zalf en specerijen. Er spreekt de stem van het evangelie door. Op dit graf bloeien rozen, van vrede en troost. Gij vindt in gunst en niet in wraak Uw lust.

Dit is het graf waar we allemaal al in zijn geweest: Waar we gedoopt zijn in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat watergraf aan begin van ons eigen leven. Bij dit graf van de tweede Adam zegt Hij: denk terug aan dat eerste. Betekent het niets meer voor je? Je doop? Daar is allemaal begonnen, daar ben Ik al bij geweest, daar ben jij gedood en opgestaan. Het gaat om de belofte.
Geef alles mee aan Hem, die begraven wordt, uw schuld vindt daar zijn einde. Voor eeuwig voldaan. Hij is de dood voor de dood.

Een nieuw graf: de graven van al Gods kinderen worden tot slaapstenen. Je graf een wachtkamer. Wij zijn van onszelf zo bang om te sterven. Maar als God laat zien, dat in dit graf jouw graf is begraven... Daarmee wordt het tot een poort, waar je niet in kunt blijven. Soms wil je bij een graf blijven staan, het weggaan is het allerzwaarste ogenblik. Verder zijn er geen toespraken. Laat het aan de doden over om te spreken! Op de derde dag – Jozef weet dat niet. Het laatste, denkt hij, is de steen, die hij voor het graf rolt. Met de afloop in je achterhoofd denk je, wat een moeite. Hadden zij meer liefde dan geloof? Wij hebben makkelijk praten.

Eenmaal zullen ze er allemaal zijn, tot een levende hoop; het nieuwe graf is de doorwaadplek van de doodsrivier. Die hoop moet al ons leed verzachten. Begraven in Zijn dood, dat moet naar het leven toe – op de derde toe; laat het aan Hem over.

Edit