Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-04-10 17:00:00 ds. M.A. Kuit (Huizen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Rom 4:17,18 Rom 4:13-25 2005-04-10.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2005-04-10.1723.mp3 (Preek, 32kPro, 10.3Mb)
2005-04-10T.172.mp3 (Hele dienst, 32kPro, 20.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat hebben Abraham en zijn vrouw veel getobd over een nog niet geboren kind. Meestal tobben ouders over kinderen als ze geboren zijn; over hun gedrag, of hun afhaken, over een ziekte. Het zaad der belofte is wat Abraham en Sara bezig houdt. Nog geen kind op hun ouderdom, daar leiden ze onder. Velen hebben geen kinderen, dan doet elke doopbediening pijn. Allerlei vragen liggen op de bodem van het hart; wie neemt het bedrijf over, waarom worden wij nooit opa en oma? Terwijl er elke seconde 5 baby’s geboren worden op de wereld. Help en steun elkaar daarin. Wat een kwaad is, dat er ook mensen zijn die een kind laten `weghalen`. Of als het kind in de moederbuik niet geheel gezond blijkt te zijn, en men ingrijpt.
Zonder kinderen zijn Abraham en Sara nog meer vreemdelingen. Hun God heeft hen geroepen om op weg te gaan. Waar blijft het kind, waardoor Jood en heiden zalig zouden worden? Is God hem vergeten? Er komt niets van terecht. Verstaan wij iets van die worsteling? Is God in uw leven? Beloofd Hij wel maar houdt Hij ons aan een lijntje? Denkt u wel eens dat God Zich heeft terug getrokken van u? Wat heeft Hij u veel beloofd toen uw kinderen gedoopt werden! Hij, de Heere strekte Zijn hand uit. Ontfermde Zich over u. Wat is er nu van terechtgekomen? Er liggen zoveel gebeden voor Zijn troon en uw kinderen komen niet meer in de kerk. Waar is God?
U hebt uw jawoord uitgesproken bij uw belijdenis. Er was blijdschap maar het is allemaal zo alledaags geworden, maar zelden gaat u met blijdschap de kerk in of uit. U slaat wel eens een keer over, u bent niet onverschillig, maar ja.
U hebt uw jawoord uitgesproken bij uw huwelijk en u dacht nu gaat het beginnen, dat ’s Heeren zegen op u daal – er is zoveel huwelijksverdriet in uw leven gekomen.
U was bang om te sterven, en u zocht de Heere in uw benauwdheid, en nu is het allemaal weer minder geworden. Ogenblikken zijn het slechts, en toch heeft God beloofd – is er zo weinig van Hem te merken?
“Jij Abraham, een vader van vele volkeren, terwijl je niet één kind hebt op hoge leeftijd, jij en Sara? God heeft je helemaal niet geroepen.” De duivel is er altijd als de kippen bij. Elk woord van God moet weggenomen. Hij vindt een gewillig oor. Gelovige mensen brengen het er niet beter van af dan zij die bij voorbaat God de deur wijzen.

Voor Hem, staat er in vers 17. Dwz Abraham is `ten overstaan van` God gaan staan – niet in een hoekje kniezend. Niet: `ja ’t is niet anders, en het zal wel zo moeten zijn`. Nee, voor God stelt hij zich. Voor Hem die doden levend maakt. Dat moet een natuurlijke reactie zijn van ons. Je wilt naar hem toe vluchten, maar je ziet ook je zonden en zou willen weg vluchten. Hij staat ook niet naast God, maar voor Hem.

En we roepen Hem aan. De God van Pasen. Die de doden levend maakt. Dat is waar Abraham behoefte aan heeft, daar moet Hij zijn. De moeder in Sara is dood. Waar hebben wij behoefte aan: Geld, goed, geluk? Zit er leven in? U zult er mee moeten leren leven, zei het `ziekenhuis` tegen Sara. Maar nee, wij hebben geen dode afgod. God maakt de doden levend. Een herscheppend God.
Maar ik buig niet zomaar voor God, voor Hem te staan en alles te verliezen. Een ja-zeggend hart hebben wij nodig. Leef voor Hem en ga voor de Heere staan. Onmogelijke dingen maakt Hij mogelijk. Hij gebiedt en het staat er. Heere, u kunt mijn man, mijn kinderen mijn kleinkinderen weer op het goede spoor brengen. Ik sta voor U en ik sta erop dat U mij helpt, dat is vrijmoedigheid. De God van uw belijdenis, de God van uw huwelijk, van jouw doop.

U woord maakt doden levend. Zaligmakend geloof; Heere ik laat U niet gaan tenzij Gij mij zegent. De bron is onuitputtelijk, maar ik kan zo moeilijk putten. Ik put moed uit Gods eigen Woord, dat is het geloof van Abraham. Van Abraham kennen we geen klaaglied. Hij blijft hopeloos hopen. Hij praat zich geen moed in. Hij liet zijn emmertje zakken in de bron. Er zit altijd water in. We putten niet of hebben een gat in onze emmer.

Stel u voor God. Het oog omhoog, het hart naar boven. Uit niets kan Hij nieuwe dingen scheppen, door de onmogelijkheid heen.
Zitten de ouderen vast in het verleden? Horen uw kleinkinderen alleen hoe goed het vroeger was? Sommigen staan jaren op één been op één tekst. Het gaat om het levende woord – dat heel dat woord voor u gaat leven. Is er leven in uw ziel? Bij Sara zien we de verjongingskuur. Die de Heere verwachten, zal de kracht worden vernieuwd.
Als het allemaal voor de wind gaat bij onze jongeren, dan ervaar je hiervan de troost niet – als het tegenvalt, geef dan niet de ander de schuld. Geef het niet op, zeg niet, ik heb al zo lang gebeden, ’t wordt niks meer. Het wordt wel wat.
U zou geen God zijn als u mij zalig zou maken op iets anders dan Uw eigen voorwaarden.

Kom, dode, en leef en blijf staan voor God tegen hoop op hoop. Hoop doet leven, maar ook: leven doet hopen.
Hoop op God want u zult Hem nog loven als de gelovige Abraham.

Edit