Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-06-05 17:00:00
ds. H.J. Catsburg (Stad aan `t Haringvliet)
Voorber. H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 15:1-6 Gen 15:1-6 2005-06-05.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)
2005-06-05.1723.mp3 (Preek, 32kPro, 10.0Mb)
2005-06-05T.172.mp3 (Hele dienst, 32kPro, 19.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Heere is Abram een schild en een groot loon. Abraham heeft een veldtocht gehouden tegen Keder-Laomer. De koning van Sodom betaalde geen belasting meer aan Keder-Laomer, dus had de laatste Sodom ingenomen en weggevoerd, Abraham had dat teruggedraaid met een kleiner leger – hij hoefde er geen beloning voor. De beloning van de Heere is hem genoeg daarna.
Voorts komt Abraham in een geloofscrisis, kennelijk. Vraagtekens bij de zegen, die God gegeven heeft. Denken en tobben in de nacht. Het vertrouwen zomaar kwijt zijn. Wat breng ik ervan terecht – ik ben slechts een zondaar, mijn leven staat zo haaks op het Woord. Dan vergeten we zo makkelijk dat God zulke grote dingen heeft. En Hij is altijd dezelfde!

Hij moet naar buiten om de sterren te tellen. Vrees niet, Abram. Ik ben je schild en beloning. Ik Ben. De Heere God tilt ons hoofd op. Waarom hoeft Abram niet te vrezen? Omdat hij de verbondstekenen heeft? Een geloofsheld is? Een toegang bij God? Niet om zijn geloof, want hij zit in twijfel, maar omdat God zegt: Ik Ben. Onze ogen worden opgericht om het van Hem te verwachten. Hij is ons schild.

Wanneer kunnen we schuilen achter dat schild, delen in dat loon? Wat hebben we nodig? Niks, net als Abram. Alleen zijn vrees en twijfel heeft hij aan te leveren. Wie dorst heeft die kome en neme van het levende water om niet. Wij zijn niet bestand tegen de pijl van de twijfel – maar de Heere zegt: Ik ben uw Schild. Als de Heere u nodigt en roept om achter dat Schild te schuilen, blijf dan niet zitten waar je zit! God vraagt vertrouwen van Abraham. Maar Abraham zegt, ik ben te oud en Sara ook, U zegt het wel steeds, Heere, maar U doet het niet. En hij zegt het ook eerlijk tegen de Heere; Zacharias echter stelde voorwaarden voor zijn geloof. Er zal toch eerst wat moeten gebeuren bij mij, ik moet eerst iets wonderlijks mee maken, voor ik bij de Heere Jezus wil schuilen. Maar God werkt niet via de weg van voorwaarden, maar van onvoorwaardelijke overgave!
Abram meent het uitgesloten te zijn dat hij nog een kind krijgt, maar: hij stelt geen voorwaarden voor zijn geloof, Maar hij schreeuwt het uit, Heere kom mijn ongeloof te hulp.
Mijn leven is zo gebroken, ik wil het wel geloven maar durf het niet! Vers 4: En zie, op letten, er gaat iets gebeuren. Deze zal uw erfgenaam zijn. Wat zou het makkelijk zijn, wanneer Sara toen had gezegd, ik ben zwanger.. Maar God geeft hem niets dat bij hem is. Hij herhaalt zijn belofte. Onvoorwaardelijke overgave vraagt de Heere.

De Heere geeft hem een teken: tel de sterren – zo zal uw zaad zijn. Daarmee zijn Abraham en Sara nog steeds even `dood`, geen vrucht komt uit hen. Probeer de sterren eens te tellen – Uw werken zijn te groot Heere. Zijn je zonden te groot? Kom naar buiten en zie de werken van Zijn handen. Heeft God niet Golgotha gegeven? Zou de vergeving dan alleen voor anderen zijn? Zie het vergoten bloed en het gebroken brood – kom uit je tent en zie op Hem. Zoek het leven buiten jezelf.
Avondmaal is niet voor het kind dat in eigen kracht heel goed leert schrijven, maar voor het kind dat steeds de verkeerde letters schrijft – Kom maar naar voren, ik houd je hand vast – niets doen en toch een plaatje krijgen in je schrift. Niets doen, het is Gods hand die schrijft. Hij wil Zijn hand om de onze leggen – is dit dan niet genoeg? Zie het brood en de wijn; vergeving krijg je niet omdat jij je zo bekeerd hebt, maar omdat je nooit verder komt dan de dood in jezelf.
Abraham je hoeft er niets aan te doen – Ik zal het doen. Wil je dat van Mij aannemen? Daar staat Abraham. Hij heeft geloofd en vertrouwd. Hij geloofde niet meer in zich zelf.

En de Heere rekende het hem tot gerechtigheid. Een prachtig plaatje in je schrift – kijk eens ma, hoe goed ik kan schrijven – terwijl je er niets van kunt, je hebt het toch zelf geschreven, met je hand in Zijn hand: Het is volbracht. Een kind heeft een cadeautje gekocht met geld van vader – het wordt het door moeder toegerekend als een cadeautje van het kind zelf. Dank je wel.
Dank je wel, dat je dat doet, Abraham, Ik reken jou de gerechtigheid toe, alsof je het zelf hebt gedaan, terwijl je er niets aan hebt gedaan, maar dat zeg Ik er niet bij.

Avondmaal voor een kind dat alleen krassen en kliederen kan. En toch verlangt – de Heere heeft het geschreven in Brood en Wijn. Rechtvaardig voor God, van onszelf alleen zondaar. Want een zegen als u en jij ook op die genade ook amen zegt.

Edit