Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-06-12 17:00:00
ds. H.J. Catsburg (Stad aan `t Haringvliet)
Nabetr. en Dankz. H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 15:12-21 Gen 15:12-21 Heb 6:9-20 2005-06-12.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2005-06-12.1723.mp3 (Preek, 32kPro, 11.0Mb)
2005-06-12T.172.mp3 (Hele dienst, 32kPro, 19.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Heere omringt Abraham liefderijk als Vader en geeft hem een nieuw teken. Een teken waar hij aan mee moet werken. De dieren delen en wachten op de Heere. De zon is aan het ondergaan en er valt een diepe slaap op hem. Hij zal moe geweest zijn. Er komt schrik en duisternis over hem, en dan komt de Heere. Juist dan. Het is een eenzijdige liefde van de Heere God – Hij komt, wij zien vol verwachting naar Hem uit. Abraham ziet een oven en een fakkel die door de stukken doorgaat. Dit in tegenstelling tot de duisternis die over Abraham was gevallen. Het symbool van het overwinnende licht. De rokende oven: een beeld van de verdrukking in Egypte bij de Farao. Niet als straf, maar dit zal gaan gebeuren. De zonde van de ongerechtigheid van de volkeren, van de Amorieten. Zij zullen verdelgd worden, maar pas als ze die uitroeiing ook verdiend hebben (v. 16). Onder de Amorieten waren ook nog die God vreesden, zoals Mamre en Melchizedek. De Heere is trouw, Hij wil dat ook anderen om ons heen nog tot geloof komen. Laten we de Heere God zoeken, elke dag opnieuw.
“De wereld haat Mij, ze zullen ook u haten”; dat gold al voor Abrahams geslacht – de wereld zal zien dat jullie anders zijn en jullie verdrukken. Maar de Heere zal aan het einde, wanneer die ongerechtigheid vol is, strijden tegen die volkeren. Hij zal Zijn verbond aan Abraham nooit vergeten. De vurige fakkel doet ook denken aan de vuurkolom en rookkolom, die het volk voorging naar het beloofde land.

God zelf gaat tussen de stukken door, als oven – verdrukking en als fakkel – overwinning. Zo ook in het Nieuwe Testament. De Heere Jezus neemt de schuld en al de zonde op de schouders. Maar Hij gaat niet ten onder, Hij is ook degene met vurige fakkel. Hij zal ons thuis brengen in het hemelse Kanaän. Hij zal in de duisternis terechtkomen, maar er zal ook de fakkel van Pasen zijn. Zo ook de gemeente: door lijden tot heerlijkheid. Als we de Heere Jezus mogen liefhebben, zien we ook allerlei tegenslagen, spot. U bent niet van de wereld, daarom haat de wereld u.

Abraham zit daar nog in slaap. Hij doet niets. God werkt, maakt Zijn verbond. God blijft steeds Abraham vasthouden. Hij gaat als de vurige oven – het lijden van de wereld op Zich nemend; en als fakkel tussen de stukken door.
De beloften van God lijken zo haaks te staan op ons leven; maar Hij blijft naar ons toe komen. Twijfel nooit aan Mijn genade. Ik geef u Mijn liefde en trouw. Niet wij werden verbroken op de Tafel. Maar wij dachten aan Hem. Hij is Overwinnaar. Het is Volbracht! Alle dingen zijn gereed, Ik HEB het gedaan. Komt, doe je mond wijd open en al wat je ontbreekt zal ik je geven, mild en overvloedig.

In het hebr. `verbond` (“b’rith”) zit ook: `keuze`. Hij zoekt verlorene uit. Mijn zoon, Mijn dochter, Ik heb geen lust in je dood. Al je lijden, al je schuld wil Ik op Me nemen. Ik zal verzoening voor je verkrijgen.

In de woestijntijd, wanneer Israël steeds `murmureert` moet de Heere steeds weer Zichzelf “overwinnen” om Zijn volk vast te houden. Ook de zonde van Israël zelf kon Israël niet verloren laten gaan. Het kan Zijn belofte niet teniet doen. Dat laat de Heere zien in oven en fakkel, en in brood en wijn.
Als we voor de zoveelste keer niet liefdevol zijn, niet de ander vergeven, niet dankbaar zijn – altijd meer en hoger willen; als we dat ontdekken en de Heere ons stilzet, dan mogen we steeds tot God terugkeren.

Het licht van Pasen heeft getriomfeerd en deed alle duisternis weg; alle pijn en alle verdriet zal ooit weg zijn. Hij heeft ons de tekenen daarvan gegeven. Het is alleen afhankelijk van de trouw van onze God, die niet liegen kan, die nooit laat varen de werken van Zijn handen.

Ik HEB dit land al aan jullie gegeven. Het staat al op naam van Abraham. Maar het duurt nog 400 jaar, je zult ook nog ontdekken in de woestijn dat er uit jou niets goeds is. Jullie zullen er echter komen, het mag vast en zeker zijn. Het hemelse Kanaän heeft de Heere ons gegeven. Het leed van de wereld noch onze zonden kunnen daar iets aan af doen. Vast en onbewogen.

In die dagen maakt God een verbond – in dagen dat Abraham alleen maar twijfels heeft en slaapt.
Roep de Heere aan, nu Hij te vinden is. Als we maar blijven met de vraag, waarbij zou ik dat weten – dan vertrouw je de Heere God eigenlijk ook niet. Hij wil de stukken door gaan. De Heere weet echter wat maaksel wij zijn. Wij vallen Hem niet `tegen`. Wij mogen opnieuw op de knieën voor Zijn aangezicht; misschien als we Hem vanmorgen verloochenden – Petrus, al wat je ontbreekt... – heb je Me lief, Petrus?
Wat een vriend is onze Jezus? Kan een vriend ooit trouwer wezen? We zijn onderweg, mèt Israël. We zullen onszelf vaak tegenvallen – maar ga elke dag dat hemelse manna oplezen in het hemels evangelie. Hij laat ons niet alleen gaan, maar zien we Zijn stem of kijken we alleen naar beneden in duisternis? Hij schudt ons wakker.
Ik heb het land gegeven en Ik bewaar het. We mogen vooruit zien op de toekomst die God schenkt. Laten wij verheugd, van zorg ontslagen Hem roemen die ons blijdschap geeft.

Edit