Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-07-17 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Job 19:25a Job 19:1-27 2005-07-17.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2005-07-17.1023.mp3 (Preek, 32kPro, 9.0Mb)
2005-07-17T.102.mp3 (Hele dienst, 32kPro, 17.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Job is iemand die heilig overtuigd is van de waarheid van zijn woorden: Hij spreekt van een heilig weten. Ik weet! Te meer opmerkelijk omdat het hier over God gaat. In de wereld en kerk: Er wordt teveel gepraat, maar niet zoveel uit die heilige zekerheid! Job wilde dat deze dingen met een ijzeren griffie op een rots ingekerfd zouden worden. Zo zeker.
Waarvan was hij zo zeker? Niet over het tijdelijke leven. Daar had Job geen zekerheden meer over. Dit gaat boven ons verstand uit. Wijst alles er niet op dat Job door God is losgelaten? In zekere zin wel. Toch is hij zeker van God. Ik weet: Mijn Verlosser leeft. Job: Oprecht én vroom (niet omgekeerd). Dat had God van hem gezegd. Ten diepste is het een belijdenis aangaande Christus! Dat heeft de duivel gehoord! Ook de vrome vrienden. Zij vonden Job helemaal niet vroom: Job, zing maar een toontje lager zingen! Ga eerst maar eens je schuld belijden! Achter zoveel ellende moet toch iets achter zitten!
Het levenslot van een mens is af te lezen aan de mens z’n vroomheid en z’n zonden. Dat dacht men. Maar wist Job waar dit alles goed voor was? Nee. Job wist het niet, Paulus wist het niet, God wel! Eén ding wist Job wel: Mijn Verlosser leeft!
Al zou Hij mij doden, ik zou toch op Hem hopen! Een parel. Van het geloof. Alleen door de beproevingen komt die parel tot schoonheid.
Het hele hoofdstuk: Uitzichtsloos en duisternis van het niet weten. Wat is er van Jobs heerlijkheid overgebleven? Zijn kinderen in het graf, zijn vrouw schampert over zijn oprechtheid. God verbergt Zijn Aangezicht. Hij geeft geen rekenschap van Zijn daden. Dat maakt het lijden zo zwaar. Maar Job krijgt wel iets anders. Hij ontvangt de zekerheid dat er Iemand is Die het voor hem opneemt!! Als een bliksemflits in de duisternis. Je hebt het gezien! Dat God er is , al zie ik Hem niet. Straks sluit het donker weer toe: leest u maar verder. Maar: Wat uit God geboren is sterft niet, maar overwint. Job heeft zijn Verlosser aanschouwd. Geen arme Job of arme Lazarus zeggen! Dat is de buitenkant. Rijkdom in God is onverliesbaar.
Job kan zijn onschuld niet bewijzen. Maar: mijn Getuige is in de hemel. Het geloof grijpt God aan. Mijn Verlosser. Hij hééft een Verlosser. Daar moet Jezus Zelf aan te pas komen. Er loopt een lijn van Job naar Thomas. Wat Job heel uit de verte heeft gezien en geloofd. En door het geloof naar zich toegehaald. Daar zit ook heimwee in. In het dal van beproeving gerijpt. Ieder die dit oprecht doorleeft en naleeft deelt hierin.
Deze tijd van terreur, angst en aanslagen, waar lijkt dat het woord van Christus vervult gaat worden, mag u het woord van Job meenemen. Ons is geopenbaard wat voor Job verborgen bleef: het geheim van Christus.

In diepten verzonken van leed en ellende
Het hart in bedwelmende dromen verward,
Door prikkels van onrust, wier bron ik niet kende,
Gedreven, gefolterd tot eindloze smart,
Heeft de aarde mij lang in mijn dorheid gedragen,
In morrende wanhoop aan wereld en lot:
Een klagend verlangen verteerde mijn dagen,
Een woede van honger naar zielengenot!

In diepten des onheils verzonken, verloren,
versmachtte mijn ziel naar den levende God.
O God des ontfermens! Gij zag op mij neder,
En ‘k werd tot een nieuwe bevatting herteeld.
In de Eniggeboorne keert God tot ons weder,
In de Eniggeboorne, Zijn Uitgedrukt Beeld!
Die Enige.. Zijn Hand heeft mij bestreken,
En ’t hartenwindsel des ongeloofs viel.
Ik zag Hem, ik gaf mij! De hel is geweken;
De hemel ging op in mijn ziel!

Mijn redder, mijn Goël, mijn zondenvernieler,
Mijn Meester, mijn Heiland, mijn Heer en mijn God!
Mijn Onheilverwinner, mijn Levensbezieler!
Gezegend, geheiligd, beslist is mijn lot!

(Is. da Costa)

Door de prediking van het Evangelie worden de windsels om ons hart weggedaan. Dan openbaart zich de kracht van het geloof dat Christus ziet en naar zich toetrekt. En we belijden: Mijn Verlosser leeft. Een levenslied wat de doodsklacht overstemt: Ik zál uit dit vlees God aanschouwen. Daar is Job verzekerd van, daar hunkert hij naar. Niet door intellectuele inspanning, maar het geheim van de Geest. Job vond dit geheim in Christus, en niet in zijn offers enz.
En God is machtig om het pand dat (voor ons) in de hemel is weggelegd, te bewaren tot de dag van Christus. Die genade werkt volharding, en die werkt beproefdheid. Niets kan ons van Jezus scheiden, Gij zijt onze troost alleen!

Edit