Edit|
EditReeks Samenvatting:
Salomo, voor de keuze gesteld van rijkdom, eer of wijsheid, begeerde wijsheid van de Heere. Niet een intellectuele prestaties, maar kennis van de Heere en Zijn woord. De Heere roept ons toe: mijn zoon geef mij uw hart. Het geldt iedereen. De Heere is aan het woord.
Achter de aardse vader en moeder staat de Heere. Het zijn de twee handen als het ware die God geeft om ons leven richting te geven. Wij moeten een voorbeeld geven. Jongeren zijn nog niet bekwaam om in hun leven richting te zien. Sommige jongeren zeggen, ik weet het beter, want ik ben een betere opleiding. God blijft echter dezelfde. Hij wil je vader en moeder gebruiken om aan je leven richting. Dezelfde God van Salomo, Abraham en Paulus. Ouders blijven verantwoordelijk. En kinderen doen er goed aan in het spoor van hun ouders te gaan.
Kunnen ze dat? Zou u het fijn vinden als uw kind zou zeggen: ik wil zo leven als u. Durft u dan te zeggen, volg mij maar na?
De vader Salomo wijst zijn zoon op 4 gevaren van de wereld waarin hij leeft. Het lijkt wel onze tijd.
Het eerste is de consumptie mentaliteit van de afgestompte massa: zijt niet onder de zuipers en vreters; eigenlijk geen kanseltaal maar het staat wel in Gods woord. Normloos gedrag.
Het tweede gevaar is de sexualiteit; wat de Heere als een gave gegeven heeft ontaard op een vreselijke wijze. Een vreemde vrouw is een enge put.
Derde is de verslaving, hier alcoholisme. Maar iederen heeft zijn verslaving; hoevele nette kerkgangers zitten avond aan avond achter de PC, geen tijd voor kerkewerk of andere zaken.
Het vierde is onverschilligheid en roekeloosheid. Slapen in het kraaienest van een schip. Branie, bravour. Wat kan mij het schelen...
Is de wereld niet vol van deze dingen? Ze ondermijnen het leven en de fundamenten van de samenleving. Het zijn de reuzenklauwen van de briesende leeuw die rond gaat en miljoenen meesleept naar beneden.
Heeft het uw hart?
De Heere zegt: ik weet in welke wereld u woont. Hij heeft ons in dit kerkgebouw verzameld om ons te waarschuwen, maar ook om ons te nodigen.
Al die stemmen in de wereld zeggen geef mij je hart. De stem van het Levende woord roept dat ook. De Heere heeft ons behoud op het oog. Ernstig maar ook liefdevol. Jong en oud roept Hij het toe.
"De jeugd van tegenwoordig", alsof het vroeger beter was. Zeg maar rustig, het is een zoon van mij, een dochter van mij. Ik heb zo'n onreine voortgebracht. Ik zie in mijn kinderen de zonden van mijn eigen leven terug. Een beeld van mij. Ouders, hoe gaan we met onze kinderen om? Wat krijgen ze thuis te zien? Onze kinderen zien en luisteren scherp! Bij de doop hebben we beloofd hen op te voeden in de voorzeide leer.
Een catechesant zei, 'mijn vader is niet oprecht. Ik moet altijd voor 24:00 op zondag thuis zijn - maar hijzelf komt om 1:30 thuis.' Zijn wij een voorbeeld? Vind u het moeilijk?
Dan moet u eerst zelf als vader of moeder het onderwijs van Gods woord ter harte nemen. Zeggen we dit, of houden we onze mond over de liefelijke dienst aan de Heere?
Als de Heere zegt mijn zoon, zegt Hij dat als de Schepper van hemel en aarde, en Hij heeft recht op ons allemaal. Wij zijn toch kinderen des toorns? Jazeker, maar toch blijft staan 'mijn zoon'. Je behoort Mij toe; geef Mij je hart.
De Heere heeft een weg geopend in Zijn eniggeboren zoon. Overgegeven aan deze wereld tot aan het kruis. Zo zoekt hij verloren zondaren op. Mijn zoon; eenmaal gesproken tot de Here Jezus. Hij heeft het gegeven. Hij heeft Zijn hele leven op aarde geweid aan de deugden van Zijn Vader. De woorden mijn zoon zijn geladen met de liefde en het bloed van Christus, en met de Heilige Geest. En het klinkt nog zondag aan zondag.
Dat Hij met ons nog van doen wil hebben. Geef mij uw hart - ik heb geen lust aan uw dood. Voor die bittere vijanden is plaats.
Misschien is er iemand die zegt, daar durf ik mij niet bij te rekenen... Maar bij zoveel goedheid breekt je hart toch. Heere sla de zonde van jonkheid niet gade. Denk aan mij toch in genade om uw goedheid eer te geven. Mijn zoon, geef mij uw hart.
Wat is uw hart? De bron van uw leven en gemoed, begeerte en wilsleven. Geef mij uw hart. Als je iemands hart hebt, heb je hem helemaal. De Heere heeft er recht op. De grootste zonde is als wij de Heere ons hart onthouden, want dan onthouden wij Hem alles. Wat heb je aan een kerkganger die met zijn gedachten op de zaak zit of waar ook. Eigenlijk een belediging van de Heere.
Ja maar, mijn hart is zo vuil. Ik heb zo'n zondig hart. Meen je dat? Dan zegt de Heere, ik weet het - geef mij het.
Arglistig en tegen het gemene aan is mijn hart. Meent u dat? Heb je daar verdriet over? Geef hem dan je hart, want Hij weet maaksel we zijn.
Er is zoveel wat een beroep doet op je hart; de roepstemmen op het hart van de jeugd - de wereld met al haar begeerlijkheden. Sommigen eten van twee walletjes, God en de mammon. De kerk zondag, maandag de wereld: Geef mij je hart.
Maar dominee is dat wel zuiver? Geef mij je hart, een mens is toch dood in zonde? En toch staat er geef mij je hart, en geen enkel excuus hebt u meer aan te dragen.
Ja maar ik kan niet. Weet u waarom niet? Omdat u niet wil. Aan de wereld doet u het wel; nu vraagt de Heere het en dan zeggen we, maar dat gaat zomaar niet. Willen we eigenlijk ons oude leventje wel loslaten?
Soms doen we het wel, maar de volgende staat de Heere weer buiten; daarom moet het elke dag weer opnieuw. Zie dan ook wat de Here Jezus heeft gedaan om ons te verlossen. Is Hij het dan niet waard om gediend te worden?
Het feit dat Hij aan het vloekhout gehangen heeft is er een bewijs van. Het is een rechtvaardige eis. Heeft u het wel eens geprobeerd? Dan kom je erachter dat je het niet kunt. Je loopt vast. Je krijgt het benauwd. Kan een mens dat vrijwillig. Ja en nee. Het is een gedwongen vrijwilligheid. De Heere overreed ons door Zijn Heilige Geest om het te doen. Niet door kracht maar door het Woord. Hij windt de harten in en buigt ze tot Hem.
Het is een wonder dat U mij roept. Heere hier ben ik met al mijn schuld - U weet er raad mee.
Wat de Heere van ons eist is tevens de inhoud van Zijn belofte.
Dan krijg je ook en afhankelijkheid van de Heere - wat is het wat U wilt dat ik doen zal. In de eerste en de dagelijkse bekering. Ik wijk zo vaak van U af. De Heere doet niets liever om mensen in radeloosheid tot zich te trekken. Niet: poets je eens op en maak je hart zelf maar eens schoon. Hij reinigt het, Hij wil het reinigen.
Dan val je bij Hem neer - wat ben ik een dwaas geweest. U trekt, U hebt mijn hart genomen, ik zal u eeuwig willen loven.
Mijn zoon geef mij uw hart. Hebt u het verstaan?