Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-07-31 10:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Open 21:1 Open 21:1-8 2005-07-31.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2005-07-31.1023.mp3 (Preek, 32kPro, 11.1Mb)
2005-07-31T.102.mp3 (Hele dienst, 32kPro, 19.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
En de zee was niet meer … Je zult maar bij het strand komen, en de zee is weg. De zee was niet meer. Johannes staat op het strand. En ik stond op het zand der zee (12: 18). Johannes ontvangt de openbaring van Jezus Christus. Jezus toont Johannes, en daarmee Zijn Kerk, de dingen die haast geschieden moeten.

De Openbaring van Jezus Christus aan Zijn dienstknechten – Johannes is er één van! Het woord openbaring (apokalypse) komt maar een enkele maal voor in het Nieuwe Testament. Het is me opgevallen, dat het dan meestal gaat om de heerlijkheid, die ons zal worden geopenbaard. Nu nog niet – maar dan! Die heerlijkheid is de heerlijkheid van de zaligheid èn de heerlijkheid van Jezus. Dat is het gebed van de Kerk: Toon ons nu uw heerlijkheid.
Wij zien Jezus, met eer en heerlijkheid gekroond. De Openbaring: niet een kijkje, hoe het straks zal zijn. Maar een onthulling van hoe het nu is, en straks aan ons zal worden getoond. De Heere regeert. Nu zien wij het nog niet – maar dan!
De schrijver van de Hebreënbrief zegt het zo: Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. ( …) Doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond. (Hebr. 2: 8 en 9).

Johannes is vanwege het getuigenis van Jezus Christus gevangen door de golven. En de zee was niet meer. Een troostrijk beeld voor Johannes en voor ons! Waarom toont Jezus dat? Denk maar aan het einde van het evangelie: “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.” Troost, vanwege een gegronde hoop: Jezus is met ons. Paulus schrijft aan de Kolossenzen: “Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen.” Dat woord hoop betekent: het goede verwachten. Vanwege Gods eigen beloften. Omdat wij in hope zalig worden: in de hope des eeuwigen levens; omdat God de God der hoop is. Ook deze tekst beoogt dat, deze profetie: “… en de zee was niet meer.”

Wat is een dagje aan zee aangenaam. Zwemmen in zee: heerlijk, ontspannend. Maar toch: gevaarlijk! Als je op zee bent: verraderlijk. Dreiging. Denk maar aan de tsunami (Kerst 2003).

Op deze wijze zijn er de dreigingen in onze tijd. De wereld is als een zee. Dat is al een oud beeld uit de geschiedenis van de kerk: het schip van de kerk op de woeste baren van de zee, ontleend aan de geschiedenis van de storm op zee in het Evangelie.

Als we om ons heen kijken, is er overal oorzaak tot wanhoop, zegt Calvijn, tot wij bij God komen. Overal; in de wereld, in de kerk, in je eigen leven.

Ook in je persoonlijke leven. De Engelse prediker Richard Baxter vocht zijn leven lang tegen pijn. Hij was er zelden één uur vrij van! Migraine, nierstenen, galaanvallen. Toen hij 35 jaar oud was, raakte hij voor lange tijd aan zijn bed gebonden. Hij heeft toen zijn gedachten neergelegd in een boek: De Eeuwige rust van de heilige. In dat boek betoogt hij hoe heilzaam het is elke dag een half uur over de hemel te denken. Als je warmte nodig hebt, waarom niet in de zon wandelen? Als je geestelijk verkleumd bent, waarom je niet warmen aan deze zon? Onze wandel is in de hemelen!

Zo gaan wij samen overdenken, wat de Geest tot de gemeente zegt in dit woord: en de zee was niet meer. Tot onze troost, of … tot onze vermaning!

En de zee was niet meer. De laatste tekst in de Bijbel, waarin de zee voorkomt. Het gaat over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ziet Ik maak alle dingen nieuw. Hoe zal het zijn? Een verborgenheid, die geopenbaard wordt. Een tipje van de sluier wordt opgelicht.

Geen zee meer op de nieuwe aarde? Geen water meer? Laatste hoofdstuk in de Bijbel: een stroom van levend water. En: de glazen zee. Water is toch niet zonder meer negatief: een bron van leven!

In de eerste verzen van de Bijbel komt de zee al voor. God maakt een scheiding tussen het droge en de wateren. God noemt de wateren de zeeën en: Hij zag dat het goed was!

Jezus beminde de zee. Onze Heere was er vaak. Hij preekte vanaf een bootje in zee. Hij wandelde langs de zee. Hij woonde aan de zee.

Toch in de Bijbel het beeld van de zee vaak niet positief. Een onrustig, een dreigend beeld. Soms staat de zee zelfs gelijk aan de plaats waar de doden zijn. De dood en de hel gaven de doden die in haar waren.

In de Bijbelse tijden weinig of helemaal geen sprake van enige beheersing van de zee. In onze tijd lijkt dat wel beter, maar denkt u maar weer aan de tsunami!
Voor de mensen uit de tijd van Johannes was de zee een donker, dreigend en vaak dodelijk fenomeen. Tegen die achtergrond moet u onze tekst lezen. En de zee was niet meer. Er zal geen dreiging meer zijn.
Die dreiging van de zee is al heel oud in de Bijbel.

- We kunnen al denken aan de watervloed in het eerste Bijbelboek.
- Of de kolkende zee, die Jona verzwelgt. De Heere werpt een grote wind op de zee.
- In Daniël 7 lezen wij van de verschrikking van vier dieren, die uit de zee opkomen.
- En we kennen ook de geschiedenis van de storm op zee, als de discipelen in het schip zijn met Jezus.
- En in de Openbaring van Jezus Christus komt het beest op … uit de zee.

De zee … een beeld van onrust, dreiging. Wie zal de zee intomen, beheersen? De zee: een vloeibare nacht.

En de zee was niet meer. Petrus zegt in zijn tweede brief, dat de elementen brandende zullen vergaan (2 Peter 3:12-13: “Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten. Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.”
Zal de zee dan … verdampen door het vuur? Er zijn wel uitleggers geweest die hieraan hebben gedacht; de Kanttekeningen noemen deze uitleg ook. Toch, gemeente, moeten wij maar vasthouden aan een beeld. De zee is immers door God geschapen! God zag dat het goed was. Van de aarde en de hemel lezen wij dat zij vernieuwd zullen worden. Van de zee lezen wij, dat zij niet meer was.
Het gaat dus om een beeld, dat in de tijd van Johannes een heldere taal heeft gesproken. We kunnen verschillende betekenissen noemen van de zee als beeld in de Bijbel.

In het bijbelse spreken wil ik met betrekking tot het beeld van de zee enkele betekenissen noemen:


1. de zee als beeld van de oorsprong van het kwaad tegen God

Een beeld van de oorsprong van het kwaad … Zo ziet u de vier dieren uit de zee komen in Daniël 7
In de Bijbel zien wij de tegenstelling van chaos tegenover de kosmos.
Zo zien wij in Openbaring 4 en 15 de glazen zee – dan heeft God de orde hersteld.

De zee, als een beeld van de donkere vraag: Waar komt het kwaad vandaan? De zee als een beeld van de vele waarom-vragen, die wij ook al in het Oude Testament tegenkomen (psalm 73).

Weet u wie ook met deze vragen heeft geworsteld? Onze Heere Jezus Christus. Mijn God, Mijn God, waarom gaan al Uw golven en Uw baren over Mij heen?

God haat de chaos! God haat de duistere werken, de donkere krachten van het kwaad. Want alzo lief heeft God de wereld (kosmos!) gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Nu heeft Jezus Christus de sleutelen van de hel en de dood. Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde. De winden èn de zee zijn Hem gehoorzaam. Het kan wel lijken dat Hij slaapt, in de wereldgeschiedenis, in de geschiedenis van Zijn Kerk, in je eigen leven, maar: Israëls wachter sluimert niet! De Heere regeert. Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond.


2. de zee als beeld van de opstand van het ongeloof tegen Christus

Jesaja noemt de goddelozen “een voortgedreven zee, die niet kan rusten” (57: 20).
In de Openbaring zelf lezen we dat Johannes op het zand der zee stond, en uit de zee een beest ziet opkomen, hebbende zeven hoofden en op zijn hoofden was een naam van godslastering.
U kunt ook denken aan het woeden van de heidenen in de tweede psalm.

Een bekend beeld uit de Vroege Kerk: de Kerk als een schip op zee. Omgeven door woedende golven; alle dagen in gevaar. Een dreigende ondergang, zelfs nog in het zicht van de haven!

De dreiging voor de Kerk op zovele manieren … zoveel als er golven in de zee zijn … Telkens een andere golf, maar uit dezelfde zee.
Bijvoorbeeld: de aanval op het geloof dat God de God is Die hemel zee en aarde schiep en sinds bewaart!
En wellicht ook: de dreigende Islamisering van ons werelddeel.

Toch moet de kerk ook waken, zich niet een martelarenrol toe te meten. Zijn we niet meer bevreesd voor de goddelozen, dan voor goddeloosheid?
En hebben we, bij alle dreigingen van buitenaf, ook zicht op de verzwakking van binnenuit? De dreigende doorbraak van de dijken van de kerk? Ongeïnteresseerdheid, lauwheid, partijschappen, onderlinge verkilling en verkoeling, materialisme!

Een strijd voor de Kerk des Heeren, met gevaren van binnen en van buiten. De diepe achtergrond: de strijd van Christus met de draak. Christus troost Zijn Kerk. Heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. De wereld buiten de kerk en de wereld binnen de kerk. Psalm 93: De Heere regeert.


3. de zee als beeld van de bedreiging van de schepping Gods

De Heere heeft de hemel en de aarde geschapen … de zee en al wat daarin is! Hij heeft de aarde en de zee gevormd uit de chaos. God schiep en God scheidde: Hij ordende. Het water ons gegeven als een bron van leven.
Door de zonde de natuur onder de vloek gekomen. Het aardrijk zij om uwentwil vervloekt. In Genesis 6 keert met de zondvloed als het ware de chaos en de dood over de aarde terug.

Nu geldt dat ook de gehele schepping lijdt. De schepping is onderworpen aan de verderfenis. De schepping zucht naar het einde. Rom. 8:22: “Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.” Het schepsel wacht … op de openbaring van de kinderen Gods. De openbaring van de kinderen Gods zal de verlossing van de gehele schepping inluiden. En de zee was niet meer … Troost, troost Mijn volk! Haar strijd is vervuld.

Als u de uitleg van onze tekst in de Openbaring zelf wilt lezen, kunt u eigenlijk terecht bij vers 4: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.”

En de zee was niet meer. Hunkert u ook naar die grote dag, dat de Heere Jezus Christus Zijn werk zal voleinden? Dat Hij Zelf komt, daadwerkelijk, en definitief orde op zaken stelt? Onderscheidt u de tekenen der tijden? “En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?” (Matth. 16: 3) Of drijft u mee op de golven van de tijd? Kopend, verkopend, handelend en wandelend in deze wereld? Hoe anders dan? Je moet toch met beide benen op de grond staan? De Bijbel zegt het toch anders: Uw wandel zij in de hemelen. “Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn ( … ). Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus. (Fil. 3: 18 – 20)

Onze taak is strijden! – Jezus spreekt in ons tekstgedeelte immer over “die overwint” “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God ?” (1 Joh. 5:4-5)

De Kerk verkeert altijd in de branding van de zee. In de slag met de tijd, met de geest der eeuw (Da Costa). En nu is de vraag: bent u een levend lidmaat van die Kerk? Kent u die strijd? Strijd om in te gaan, zegt de Heere Jezus Christus. Die overwint, zal alles beërven. Maar als u die strijd schuwt (vreesachtig bent); als u ongelovig bent, dan blijft de toorn van God: de tweede dood.

En de zee was niet meer. Eschatologie. Toekomstmuziek. Wat hebben we daar nu aan? Wat nut ons de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes? Is het zoals dat lied: Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw; de hemel en de aarde? Hebt u de tekst wel goed gelezen? En de zee zal er niet meer zijn – nee, dat staat er niet; er staat: … en de zee was niet meer. Profetisch spreken. Dat is niet: de toekomst voorspellen. Jezus Christus spreekt: dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods. Die het heden kent, de toekomst overziet. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in der eeuwigheid. Hij doorlicht de tijden. Nee, meer, Hij kent de tijden. Nog meer: Hij stuurt en stuwt de tijden! Zij zijn in Zijn hand. Al onze tijden.

Vertroost elkander met deze woorden! De Heere regeert.

Jawel, maar de laatste vijand dan? De dood? Als Christen in de Christenreis van Bunyan komt bij de doodsrivier, dan valt een grote schrik op hem en een dikke duisternis valt op hem en zijn metgezel. Tot Christen het hoofd opricht, en op Jezus ziet. Daar klinkt de stem van Jezus, de Zoon van God: “Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; ( … ) want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israels, uw Heiland. (Jes. 43: 2, 3)

En de zee was niet meer. De dood zal niet meer zijn. Eeuwig leven met Jezus. Lof zij het Lam! Amen.

Edit