Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2001-11-25 17:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 5 heb 8:1-13 2001-11-25.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2001-11-25.1712.mp3 (Catechismus, 16kPro, 0.2Mb)
2001-11-25.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.4Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We gaan de drempel over van de ellende naar de verlossing. Dat gaat op een geestelijke wijze, misschien niet zoals wij het in kaart zouden zetten. Het eerste en tweede deel gaan naadloos in elkaar over. Het is onberekenbaar. God is niet na te rekenen. Vlak voor de drempel remt de catechismus af. Als een vliegtuig dat landt op een vliegdekschip. Je maakt het eigenlijk niet mee. Je zou door willen, naar de verlossing. Is God dan niet barmhartig? Ja maar ook rechtvaardig.
Het gaat allemaal maar niet zo, zoals wij dat zouden willen. Van zelf en vanzelfsprekend. De schrik de Heeren komt er bij.
Weten we vandaag nog raad met de majesteit van God? Bij de berg Sinai schrikt het volk terug.
Is er enig middel waardoor we de straf zouden kunnen ontgaan? Weten we dat dat terecht is, dat God mij moet straffen? Het is kennelijk nou verbonden met de verlossing. De straf is mee over de drempel van de verlossing.
Is er enig middel... Het antwoord is merkwaardig ontwijkend. Wij zouden zeggen, 'Ja, Goddank er is een middel'. De catechismus ontwijkt. Er moet genoegdoening zijn. Is er een 'heilsegoïsme', als ik maar de straf kan ontgaan? God moet aan Zijn eer komen, anders kom jij niet van je straf af.
Geen verzoening dan door voldoening.

Kunnen we zelf die genoegdoening geven? Nee. Nog geen 'maar'. We doen elke dag nog toe aan de schuld.
Wij rennen door, maar de catechismus remt af. God moet mee in de verlossing.

Kan het via andere schepsel, die voor mij kan betalen?
Ik heb toch een bekeere vader en moeder gehad? Ieder komt persoonlijk voor God te staan, alsof je de enige mens op de hele aarde was.
Onderschat het woordje 'betaling' niet. Genoegdoening.
Zoals Adam kijken we opzij. Die vrouw, die Gij mij gegeven heeft.
Want nooit gewanhoopt heeft aan zijn heil zal niet gaan hopen op God. Heilzame wanhoop. De naam van Jezus wordt nog niet genoemd. Maar Zijn contouren worden geschilderd, waarachtig en rechtvaardig mens. Aan zo'n Verlosser komt behoefte vanuit de ellende. De verlossing is een wonder, dat komt er uit mee.
Pas het antwoord op vraag 18 noemt Jezus Christus. De middelaar wordt een persoon. Een persoonlijke verlosser. Alleen een persoon kan staan tussen God en mij.

Edit