Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-10-30 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 13:31-32 Mat 17:14-21 13:31-35 2005-10-30.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2005-10-30T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)
De "Koninkrijk der Hemelen"-gelijkenissen

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een kleine oorzaak kan grote gevolgen hebben. Een klein mannetje als Luther heeft de toenmalige wereld op z’n kop gezet. De gelijkenis van het mosterdzaad komt in wel 3 evangeliën voor.

Het minste wordt het meeste


Een klein begin, een verborgen weg, een groot einde.

Het koninkrijk van God wordt vergeleken met een mosterdzaad – dat stond haaks op de belevingswereld van de mensen; ze waren enthousiast en vol vuur, ze verwachten elk moment een doorbraak. Alle ongerechtigheid weg, Romeinen het land uit, Jezus koning over de hele wereld. Alleen de Heere Jezus kon zo’n zaadje zien als Hij het tussen Zijn duim en wijsvinger hield, 1 millimeter klein, 1 milligram zwaar. De rest niet. Het was een zwart speldenknopje. In vergelijking met de groten der aarde is Hij nederig en klein. Geboren in een stal, niet in de hoofdstad. In een voederbak. De eerste 30 jaar horen we bijna niets over de Zoon van God. Geen openbaar optreden daarna als een prins, maar als een Man van smarten. De onwaardigste onder de mensen, zegt Jesaja. Zelfs Johannes de Doper laat op den duur vragen, bent U het nou? Een paar kinderen zingen Hosanna, een vrouw met een verleden behoorde daar bij. De Messias-belijdende Joden, de Jezus-gelovigen onder moslims. Zo klein. In Europa begon het met één bekeerde vrouw, Lydia, niemand zat er verder op te wachten.
We krijgen allemaal een Hof om in te planten, het kan je gezin zijn, of als de klas waar je voor staat, groep 3 of 7, of de kring of club waar je leiding aan geeft. Een mosterdzaadje valt in de akker. Een zaadje, geen doos vol. Er staat er zo mooi: hetwelk een mens genomen had. Als we het woord op de plank laten liggen, in de doos, gebeurt er niets. Zondagsscholen heten nogal eens ‘Het mosterdzaadje’. Wijze woorden van moeder, een eenvoudig gebed van vader, een opmerking van een kind. Het ziet er niet uit, maar God gebruikt het om een boom uit te creëren. Een tekst geleerd op een vakantie bijbelweek. Het blijft hangen in een kinderhart. ‘En nou volhouden, hoor’ – een woord te bemoediging, dat `wonderen` werkte. Een vers, één lied, één bijbelwoord. “Volg Mij”, zei Jezus.
Een mosterdzaadje heeft een levenskiem, alles zit er al in, zo ook in het evangelie. Indien gij het geloof had van een mosterdzaadje. Een snik, één schreeuw naar God.

De verborgen weg. Het zaadje wordt in de akker gezaaid. Eenmaal laten vallen, is het niet meer terug te vinden. Het sterft daar, wat komt er van terecht, denk je. Het gaat de diepte in. Begraven in de grond, net als de Koning van dat Rijk. Als een mosterdzaadje ter aarde besteld. Is dit het begin van het Koninkrijk? Dat kan toch niet – hoe kan een lijk het begin zijn? Het bleef niet klein, maar zo is het nu niet. Eerst zijn er meer graven van zendelingen, dan dat er bekeerlingen zijn. Een aflopende zaak? Geen zaakje, maar een zaadje, groeien door het sterven heen. Geen aardse gestalte maar wel goddelijk gehalte.
Het begon zo mooi, maar het lijkt wel of de genade van God weggeëbd is. Alleen grove kluiten van strijd, ongeloof en twijfel. Het verdwijnt voor je gevoel in de aarde.

Maar, zegt vers 32. Wanneer het opgegroeid is. Klein begin, grote boom. Grote takken en de bladeren zijn tot schaduw, vruchtjes tot voedsel. Een boomstruik van 3 meter. De vogels zingen het hoogste lied.
Zo ging het bij de Heere Jezus, de minste werd de meeste. De allerhoogste, aan de rechterhand van de Vader, die alle macht heeft. Tot een boom des leven. Zo ook met de kerk – het lijkt een afgelopen zaak. Kerkgebouwen moeten worden gesloten. Geen zaakje, een zaadje. Dagelijks toegedaan aan de gemeente die zalig worden. De takken verspreiden zich. Over gevangenismuren heen. Zelfs naar Europa. Over soldatenkazernes, tippelzones, overal reiken de takken. In de Derde Wereld groeit de kerk explosief. Geen verbleekt vrijzinnig christendom. Alleen bij ons loopt het leeg, maar daar groeit het. Straks komen er nog 144.000 van Israël bij en een schare die niemand tellen kan. Een grote schare van kinderen voor Gods troon. Ook kleine vogeltjes vliegen naar de boom. Ik kan er naar verlangen, naar de verwerkelijking van deze profetie. Alle koninkrijken van deze wereld zullen als een zaakje verdwijnen. Een zal er blijven staan. Een bemoediging om door te gaan.

Buiten die boom sta ik bloot aan de hitte van Gods toorn en satanische strikken, dood en oordeel zitten mij op de hielen, ‘kom maar tot Mij’, zegt de Heere. Als een bang vogeltje gevlogen om te schuilen bij de Heere Jezus. Ik kwam zoals ik was en vond rust. Rust voor mijn ziel.

Buiten de boom is buiten God. De boom staat nog. Je moet er vandaag nog, nu direct, vluchten, vliegen, vertrouwen, je toevlucht nemen tot de Heere Jezus op de vleugels van geloof en van het gebed; wie tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. Als je eenmaal op die takken mag rusten, dan ga je zingen, fluiten. Vogels van diverse pluimage, maar ze zingen één lied, tot eer van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Drie-enig God U zij al de eer.

Edit