Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-12-04 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorbereiding H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 13:47-50 lev 11:9-12 mat 13:47-53 2005-12-04.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.3Mb)
2005-12-04T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.0Mb)
De "Koninkrijk der Hemelen"-gelijkenissen

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zevende en laatste gelijkenis over het Koninkrijk der hemelen. Het Koninkrijk der Hemelen is als een visnet. De discipelen waren beroepsvissers. Geroepen en gemaakt tot mensenvissers. Het Koninkrijk der hemelen is niet de hemel, maar het gebeurt hier op aarde. Bij de wederkomst komt het net naar boven. Nu is nog verborgen wat de inhoud van het visnet is.
Het volle visnet.
1. het visnet (47)
2. de vissen
3. de voleinding
Eerst het beeld zelf. Grondtekst Grieks “net”=zegen. Een sleepnet dat door het water getrokken wordt om zo veel mogelijk vissen te vangen. Bovenaan kurken, aan de onderkant loodjes. Twee touwen, links en rechts. Aan beide kanten een bootje. Samen slepen ze dat net. Er komt van alles in dat net. Als het vol is, slepen ze het op het strand en gaan ze het uitzoeken. Ze zitten neer en zoeken het uit. Ze nemen er de tijd voor. Het eetbare is de goede vis. Wat niet rein / kosjer was haalden ze eruit en wierpen ze weg. Vers 49: zo zal het zijn in de voleinding der eeuwen. Nu worden allerlei soorten vissen samengebracht. Dat is het doel van de prediking. Er is een band met de medevissen en met de visser. Op de jongste dag komt er een scheiding tussen goede en kwade vis. Rechtvaardigen en bozen. Vangen is mensenwerk. Scheiden is engelenwerk en dus Gods werk. Dat gebeurt niet nu, maar straks.
Zee=de mensenzee, volkerenzee.
Vissen=mensenzielen.
Vissers= allereerst Jezus Zelf. Maar ook zijn knechten, zendelingen, clubleiders.
Het net = de prediking van het evangelie. Dat net is constant in beweging. Verkondiging op allerlei plaatsen in de wereld. Wie zielen vangt is wijs (Spreuken).
Strand= oever van de eeuwigheid.

1. Het visnet: wat een wonder dat dat er staat. Dat het vergeleken wordt met een visnet en niet met een dieptebom of een zeemijn. Bedoeling is niet om te vernietigen maar om te redden, uit liefde naar zich toe te trekken. Hoopgevend, het wordt niet vergeleken met een hengeltje maar met een visnet. Niet karig, maar een enorme reikwijdte. Dat hele net is niets kleins aan. Alleen de mazen. God maakt het je maar heel moeilijk om te ontkomen. Je kunt er nauwelijks onderuit. De Heere wil maar 1 ding met de prediking: jou vangen! Er zijn mensen die maar om dat net heen en weer zwemmen en er niet in zwemmen. Denken dat het voor hen niet is. Let nu eens op de omvang van dat net. Het reikt van de oppervlakte tot aan de bodem. Het net wordt van bovenaf in de zee geworpen. Beeld van eenzijdige genade. Maar ook alzijdige genade, staat naar alle kanten uit. Ruimer kan niet. Wij zijn zo diep gezonken. Maar Gods armen reiken dieper dan onze diepste diepte. Dat net komt op plaatsen waar het donker is. ”‘k Zucht daar kolk en afgrond loeit.” Benauwd in je bank, je voelt je als in een draaikolk, weg van God af. Maar: Hij trekt door de trekkracht van het evangelie. Gelukkig is de trekkracht van het Evangelie groter dan de aantrekkingskracht van de wereld, van de wanhoop,etc.
Een bemoediging, dat beeld van dat net. Maar ook opvallend: een vis verlangt niet naar de Visser, voelt zich als een vis in het water! We zitten van nature wel goed in dat water en willen onder het net uitkomen. Je wilt er niet aan, er zit iets van verzet in je. Liever blijf je in het duister. We hoeven niet te wachten op de gewilligheid van de vissen. Die is er niet. Maar gelukkig zijn er wel koorden van Gods liefde. Die voel je dan trekken. Toch kan het zijn dat je als met ketenen vastgeketend zit aan de bank. Maar het kan ook zijn dat je niet meer kunt blijven zitten vanwege de trekkracht van Zijn liefde. Hij trekt je dan overal doorheen.

2. De vissen. Allerlei soorten vissen. Eetbaar en bedorven of onrein. Zo is het nu nog. In die ene kerk zitten verschillende soorten mensen. Niet alles wat opgehaald wordt is ook kosjer, rein, bruikbaar. Niet alles wat in 1 kerk of aan 1 tafel zit is goede vis. Ons resultaat is niet hetzelfde als Gods resultaat. Vergelijk met de gelijkenis van het zaad. Dolik= net echte tarwe. Of: denk aan de man zonder bruiloftskleed aan. Een huis met bozen en goeden. Geldt ook voor dominees; er zijn boze en goede dienstknechten, zegt de Bijbel. Gemengd gezelschap is nu nog realiteit. Straks pas zal alles rein zijn. Dat is een ernstige waarschuwing. “In het net zijn”, is niet hetzelfde als “in Christus zijn”. Onder het Evangelie leven is nog niet hetzelfde als uit het Evangelie leven. “Heere hebben wij niet in Uw naam gegeten en gedronken?”; toch niet van harte tot God bekeerd en in Hem geloofd.
Er zijn rechtvaardigen en bozen, zegt God. Goede en onreine vis. Wie ben ik?
Griekse woord voor vis=ichthus. Kenmerk van de eerste christenen in Rome. Denk aan Leviticus 11: eetbare en reine vis. Reine vissen hadden schubben en vinnen. Had de vis dat niet, dan was die onrein. Vinnen zijn nodig om een juiste koers te gaan, juiste richting op te gaan. Schub is nodig ter bescherming: kwade invloeden van buitenaf. Allebei heb je nodig. Schubben: denk aan het schild van het geloof, waarmee je alle aanvallen van buitenaf af kunt weren. Vinnen: geven de koers aan, zodat je niet zomaar met de massa mee gaat. Lot had ‘schubben’: woonde in Sodom, maar werd er niet door beïnvloed en vluchtte uiteindelijk weg. Petrus had ook ‘vinnen’: tot wie zullen we anders heen gaan, Gij hebt de woorden van het eeuwige leven. Dat is de juiste koers!
De voleinding: vers 49 en 50. Ze nemen er de tijd voor, gaan er voor zitten. Vangen is mensenwerk. Sorteren is Gods werk en gebeurt op het strand. Wat in het net bij elkaar zit, zal straks uit elkaar gaan. Dat zien wij niet aan de buitenkant. God ziet wie rechtvaardig is en wie huichelt. Maar straks is de vistijd voorbij. Dan zullen de engelen scheiding maken. Opvallend: de scheidslijn loopt niet om dat net heen, maar loopt dwars door dat net heen. Dus ook dwars door onze kerk, door onze kerkenraadkamer, door onze avondmaalstafel, dwars door 1 bed, dwars door 1 bedrijf. Straks wordt er uitgedund. Mag ik er dan blijven zitten? Wij mogen niet scheiden. Dominee niet, en kerkgangers ook niet. Zeker niet als u blijft zitten. Het is de tijd niet en het is uw taak niet. Als ambtsdrager heb je wel de taak om in liefde te vermanen.
Bij die scheiding gaat het wel rechtvaardig toe, niet zomaar willekeurig. Ieder mens komt aan de beurt en zal gecontroleerd worden naar Gods maatstaven. En dan volgt vers 50: de toekomst van de goddelozen zal verschrikkelijk zijn. Zij zullen in de vurige oven geworpen worden, zegt vers 50. Dat vraagt niet zozeer uitleg maar vooral geloof. Dat vuur is beeld van Gods toorn. Dat blijft eeuwig branden. Wening en knersing der tanden”dat doe je uit zelfverwijt. Genoeg roepstemmen gehad, genoeg waarschuwingen. En toch maar doorgegaan? Wat doe je met al die roepstemmen?
De duivelen sidderen. Raken deze woorden je nog? Of schrik je er niet meer van?
Wetende de schrik des Heeren, beweeg ik de mensen niet tot angst maar tot het geloof.
Juist de Heere Jezus weet hoe erg die schrik des Heeren is.Maar je hoeft niet verloren te gaan! Ontvlucht die toekomende toorn! Kom tot Mij,wend je naar Mij toe en wordt behouden! Wil je behouden worden? Kom!
Er staat niet: de uitverkorenen worden in vaten gedaan, maar de rechtvaardigen. Maar er is toch niemand goed? Kun je dan zeker zijn van je behoud? Ja! Hoe dan?
Bid om een rein hart, buig voor de Heere Jezus en geloof in Hem!
Wie is rechtvaardig? De tollenaar die bad om ontferming bijvoorbeeld, of de moordenaar aan het kruis die aan Christus vroeg om aan hem te gedenken.
Wat denkt u van de Christus? Hij legt als het ware Zijn sleepnet om je heen, slaat Zijn armen om je heen. Mijn zoon, mijn dochter geef Mij je hart.
Dat moet nu gebeuren, want morgen kan het te laat zijn.
Hebben we de 7 gelijkenissen van de afgelopen weken gehoord. Heb je het ook verstaan? Is het zaad in de goede aarde gevallen? Is er in je leven dat kleine mosterdzaadje van het geloof? Ben je van zandkorrel tot een pareltje geworden? Doortrekt dat Woord als een zuurdesem je leven? Welkom aan de tafel!
O Heer vang mij in het net
door Uw dienaars uitgezet
en als Gij mij trekt naar het strand
werp mij niet terug op het zand
behoud mij als een gave vis en
maak dat het tot Uw ere is.

Edit