Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2005-12-18 17:00:00 ds. A. van Lingen (Kinderdijk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 26:1b Jes 26:1-9 2005-12-18.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.0Mb)
2005-12-18T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zijn jullie wel eens in een oude vestingstad geweest, kinderen, zoals bijv Naarden? Hoge muren, stevige aarden wal, singel er omheen, en dan weer een muur en weer een singel, etc. In de tijd van Jesaja is die stad er niet. Sanherib had eerder de stad belegerd. Ooit zal de stad zoals Jesaja die kent, vallen; het zou nog 125 jaar duren, maar Babel zou dan de grote overwinnaar zijn. De grote vijand van God.
Dat het zal vallen komt niet omdat het zo’n zwak gebouwde stad is. Maar ze vertrouwen op het verkeerde, zegt Jesaja. Op je eigen inspanning en koningen die toevallig aan jullie kant staan. Maar niet op de Heere, jullie houden niet van Hem en verbreken het verbond. Blijf in Mijn wetten, zei de Heere, en je zult altijd in dat land blijven wonen. Eer uw vader en uw moeder. Kinderen: doe wat je van je ouders hebt geleerd. De Heere lief te hebben en te gehoorzamen.
Dat was mis gegaan. Ontvangen wij van onze ouders wat zij van de hunne gekregen hebben en geven wij door wat wij gekregen hebben? Dat is het leven en de toekomst van de gemeente. Zonder God sterf je in het donker en het licht gaat nooit meer aan.

Maar toch gaat Jesaja zingen vanaf hoofdstuk 24. De Heere heeft Zijn genade al klaarliggen, voordat wij met onze zonde de boel verknoeid hebben. Ook al is er slechts zicht op de verwoeste stad en wil je alleen Klaagliederen zingen. Toch het lied van de hoop, van de redding, van de Redder. Jeruzalem verwoest, het volk in Ballingschap, en toch zingen: we hebben een sterke stad, doet de poorten open.

De toekomstige stad zal even werkelijk zijn, maar is wel geestelijker. Op de belofte van God gebouwd. Werkelijkheid voor u en mij als je je verwachting stelt op God. Voor hen die berouw hebben over de reden waarom de eerste stad verwoest moest worden. Over ouders die hun kinderen niet over God hebben verteld, of nieuw-getrouwden die in hun nieuwe plaats niet meer naar de kerk gaan, of zij die wel gaan, maar dat niet volkomen doen, niet gegrepen door de genade. Geen hoogmoed of zelfverheffing in het nieuwe lied, maar een geheel nieuw verlangen, naar God, omdat Hij Zijn volk uit Zijn nabijheid had weggestuurd.
God stelt het Heil – `Jesjoea` in het Hebreeuws - tot muren. De muren bestaan uit Gods redding, uit Jezus! De zangers van het nieuwe lied hebben verdriet naar de Heere. Ze willen Hem ontmoeten, in Zijn koninkrijk wonen. Binnen de onneembare muren van Zijn liefde. In die stad hangt de geur van de vergeving en het heil. Op de bellen der paarden is zelfs geschreven – den Heere Heilig. Dat stond op het hoofddeksel van de Hogepriester. Overal is zijn invloed merkbaar.

De Heere Jezus biedt echte veiligheid, tegen de zonde, tegen de duisternis. Dat heil, waar de muren uit bestaan, is gebouwd op gerechtigheid, wat ontbrak aan het eerste Jeruzalem - in ons leven ook. De Heere maakt het goed tussen Hem en de inwoners van de stad. Het is echt vrede. In die stad is het goed wonen, als je van God houdt. Je kunt niet anders. Die de trouw van God hebben bewaard, wordt de poort geopend. Die hun hart aan de Heere verloren hebben.
Voel je je thuis in die stad? Zou je daar op je gemak zijn? Past het bij u? Ik voel me van huis uit thuis in de stad van deze aarde. Misschien nu nog wel? Dat is niet best, laten we dat eerlijk zeggen. Je moet door die woestijn heen en er niet blijven, want daar kom je om. Het gaat om een genade-verbond. Je hoeft niet aan kwalificaties te voldoen. Aan je voorhoofd wordt het al verzegeld, als je nog een leven van zonde misschien voor je hebt. Ook al heb je in Babel gewoond, mag je in de nieuwe stad komen. Mag ik ook binnen? Ja kom – dan is er feest in de hemel.

Wat zal de Heere Zijn oren hebben geneigd tot dat lied van de ballingen, hoe wij Hem liefhebben en begeren altijd bij Hem te zijn. Een licht zo schoon, straalt bij volk aan volk in de ogen. Niet alleen voor Israël, maar alle volken van de aarde. Alle nationaliteiten die in Rotterdam wonen.

Edit