Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-01-15 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 5 psa 40:1-18 2006-01-15.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.0Mb)
2006-01-15T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wie zal mij verlossen?
Er wordt gevraagd naar een middel in Zondag 5. 1. Noch door mij zelf, 2. noch door mijn medeschepselen, 3. en toch door de Middelaar.

[12]
Deel twee begint hier. Het stuk van de ellende is afgesloten. Het grootste hoofdstuk (zondag 5 t/m 31) gaat het over de verlossing. Schoonheid ligt in de verhouding. Een mooie huid met flaporen zijn nog steeds niet mooi. De schoonheid van de catechismus is Christus: de lust van het geloof. Die wonderbare Persoon. Hopelijk ook een lust om naar te luisteren – of zegt u: die dominee is zo’n `christusmannetje`, hoort u de duisternis van de ellende liever? Dan is het met u nog niet goed en dan hebt u op zijn minst een bedorven smaakt. Het is ook nodig lang stil te staan bij de verlossing. Om iets kapot te maken heb je weinig nodig. Maar om het heel te maken heeft hij Zijn lijden, Zijn tranen Zijn leven gekost.

Gods licht begint te schemeren. De weg buigt zich om naar de heuvel Golgotha. De zondag van de vragende ziel. Wanneer ga je die vraag stellen? Als alle lampen branden heb je geen erg in de nooduitgangs-verlichting, pas als de nood er is. In de eerste 4 zondagen gingen alle lampen uit en hier wordt de uitweg gewezen. De deuren van de tempel bestonden uit vier delen. Een voor een werden ze opengedaan, zo ook de verlossing. Het hele Oude Testament door. De moederbelofte, dan de offers, dan Kerst en dan Pinksteren, dan gaan alle deuren wagenwijd open – in de zending.

Hier het eerste deurtje. ’s Mensen verlossing. Ook engelen zijn gevallen. Die kunnen nooit meer gered worden. De Heere Jezus neemt niet de gedaante van een engel aan! Maar van een mens! Want een wonder dat wij nog zalig kunnen worden. En zelfs dat is mager. Het *moet* ook. Die enige naam waardoor wij moeten zalig worden. En het moet NU. Want vanavond kan het te laat zijn. Geen tijd om nog een gebedje te doen voor je sterft.

Die eeuwige straf wordt nog niet uitgevoerd. Wij verzinnen uitvluchten, maar we zijn niet boos geschapen, we konden de wet houden, God is rechtvaardig, kan het niet door de vingers zien – alles wordt uit handen geslagen. Het duurde drie Zondagen voor ik mijn mond houd. Hoeveel waren er in ons leven nodig, kinderen van God in ons midden. `Ik ben het zelden met God eens` - daarom heb je geen vrede in je hart. Toegeven dat je fout zit – het zit er bij ons niet in.

Voor je echt kan juichen als je eerst hebben leren buigen. Daar werkt de Heilige Geest op aan, in uw en mijn leven. Naakt bij de dijk. Kunt u het billijken, wanneer God u voorbij zou gaan?
Strafwaardig. Welk middel heb ik om die straf te ontgaan? Erkennen dat je de hel verdient is de eerste stap naar de hemel. En met die angst mag je naar de Heere gaan. Ook dan ben je bij Hem welkom. Hoe je ook komt, wanneer je maar komt! De verloren zoon had niet de eer van zijn vader op het oog!
Dat het weer goed komt tussen God en zijn ziel! Kinderen zijn allemaal wel eens stout. Bang dat ik kloppen krijg, naar boven of vroeg naar bed. Maar ook verdrietig omdat papa boos is, niet meer vriendelijk. O dat het weer vriendelijke, vaderlijke ogen worden!

Hoe ontga je de straf? De Onderwijzer zegt geen ja en nee. Het recht van God wil genoeg gedaan worden. In de prediking heet het: geloof in de Heere Jezus en u zult leven. Hier gaat het om onderwijs: het is alleen mogelijk wanneer er aan de wet van God is voldoen. Eerherstel. Een islamiet weet onmiddellijk wat bedoeld wordt. Wij zijn het kwijt geraakt. Vragen om genade en wijzen op Gods recht. Genade dóór het recht. Door een ander voldaan, maar het moest gedragen. De schuld moest weggedaan. Verzoening door voldoening.

[13]
10.000 talenten schuld. 2 miljard.... hoe krijg je dat afbetaald? We willen het graag zelf: zo ons best doen, God te bewegen ons te bekeren. De Heere is al barmhartig. De Heere is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Niet in het werkhuis, maar het armenhuis. “Als ik hier door kom, word ik echt serieus. Een paar bladen de deur uit”. Alle tranen spoelen de schuld niet weg. Het eerste wat Adam deed na de zondeval was werken: schorten van bladeren maken. Wat ik doen om het eeuwige leven te behouden? “Ik heb een middel om de zekerheid van het geloof te verkrijgen: kruipend naar huis gaan” we zouden het doen. Maar: Niet het offer dat ik breng, niet de tranen die ik pleng. Dagelijkse vermeerdering van persoonlijke en ambtelijke schuld. Goede ambtsdragers bestaan niet, alleen een goede God. Het eeuwige leven wordt gegeven aan eenieder die gelooft. Niet doen maar laten. “Wat moet ik doen?” – je bent te laat, dat heeft Christus gedaan.

[14]
Bij anderen kunnen we ook niet terecht. Niet op geestelijke prinsen betrouwen. En we doen het wel. Kijken op tegen sommigen. Of door dieren? Nee, een mens moet betalen. Brandoffers voldeden niet aan Uw eis of eer. Ook een engel kan niet betalen.
Ik had een vrome vader, die veel voor mij gebeden heeft – daar is je schuld nog mee open. De wijze maagden konden geen olie geven aan de dwazen.

[15]
Wat dan? Voor een mens onmogelijk – daar gaat God werken. De ogen van de Heere blijven zeggen dat ik schuldig ben. Dan weet ik het niet meer. Een groots moment. Heere ik weet het niet meer – ik geef het uit handen. Het moet opgelost, ik wil niet met een misschientje naar de hemel. Geen voorwaarde, maar herkent u dat?
Het komt van Gods kant. Zo ruim en heerlijk. Waar dan heen? Tot u alleen, Gij zult mij niet verstoten. Hier gaat de deur open. Pas in Zondag 6 wordt de naam genoemd – onze Heere Jezus Christus. Een middelaar en verlosser. Ik kom o Heer, om uw wil te doen.
De Heere heeft geen vergeetboek, maar een gedenkboek. Die zonden komen er uit, wanneer de middelaar met een druppel bloed die schuld uit het boek doet. Ik moet de schuld voor God bekennen. Maar een Ander wil ze voor mij betalen. Alles in een keer afbetaald. En nog schatten daarenboven, zodat ik rijk word in Hem. Christus is rijk en goed en gul. Zijn rijkdom is meer dan mijn schuld. Je moet Hem je zaak toevertrouwen. Luther droomde van de duivel die een lijst had met zijn zonden, maar met een rode pen schreef hij er door heen: “voldaan”. Die Verlosser leeft.

Van een middel naar een Middelaar. Het kostbare bloed van Christus erover. Hier ben Ik, niet daar ergens, hier. Hier was Hij vanavond: Heeft u uw hele schuldige zaakje bij Hem in Zijn handen gegeven? Niet een geloof van Doen maar van Gedaan, hebben wij.
Ga niet alleen door ’t leven, die last u te zwaar, ga tot uw Middelaar. Prijs de Heer, mijn God, mijn Middelaar.

Edit