Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2001-12-16 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
tit 3:4-7 rom 6:3-14 tit 1:5-13 tit 2:11-3:8 2001-12-16.1011a.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2001-12-16.1011b.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.2Mb)
2001-12-16.1011c.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2001-12-16.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Paulus heeft het evangelie samen met Titus op Kreta verkondigd. Niet ongezegend. Kretenzers kregen deel aan de reddende zaligheid van God. De triomf van het kerstevangelie klinkt er in door. In Zijn souvereiniteit.
Het moet blijken. Je komt anders in de wereld te staan. Los geweekt van de wereld waarin je leeft. Een babytje gaat niet zelf in bad. Maar als het gewassen is: 'nu houd je je schoon'. Een ander kleed aan gedaan.
De Kretenzen hadden een slechte reputatie, zelfs op Kreta. Paulus haalt een Kretenzer dichter aan, die zes eeuwen daarvoor leefde.
De zonde van de wereld woekeren in de gemeente Gods voort. Zelfs gesanctioneerd van hogeraf.
Titus moet oudsten aanstellen. Palus is kennelijk vertrokken. Waar moet Titus op letten?
Bestraf en vermaan ze, want in het ambt komt het kind van Bethlehem tot u. Het ambt wordt gedevalueerd in deze tijd. Het ambt heeft alles te maken met Kerst. Ook in deze brief komt de kribbe er bij.
Stel heel selectief en voorzichtig mensen aan. Een profielschets van het ambt. Waartoe de mensen geroepen en bekwaamd zijn.
Voedt op om rechtmatig te leven. In gehoorzaamheid. In Paulus' tijd was er evenmin een christelijk kabinet.
Wij waren vroeger toch precies eender? Paulus stelt geen decreet op. Een christen stelt zich kwetsbaar op.
De wereld verschilt niet veel van Kreta toen. Onwijs, ongehoorzaam, dwalend en stikvol haat.
Men wil ook van het Kind niets weten.
Het is toch een wonder dat u nu in de kerk bent en niet het einde van de Ramadan viert? U kunt een vrome jas aantrekken, maar daar kijkt God doorheen. Paulus sluit zich erbij in.

Maar wanneer de goederterenheid...(v. 4) De ommezwaai, de tegenstelling: de mens in zijn haat en God in Zijn liefde; maar ook de oude mens en de gewassen mens. Als dat gebeurt ga je vanzelf zingen; met heel je hart - misschien een gebroken stem.

De goedertierenheid van God is verschenen. En Zijn liefde. Die kunnen wij ook bewijzen aan anderen, eenmaal aangeraakt door Gods liefde.
Kerst is lijken op de Here Jezus.
Christus gezindheid kwam in vernedering. Bij u ook?
Paulus was vroeger een kerkelijk man, maar dat stond hem in de weg; tot het Kind in zijn leven kwam. God hoeft niets te vinden in uw leven, waarmee Hij zegt, Ja nu kan het... Gelukkig. Wie kan er dan niet zalig worden. Als u weet wie u bent? Het geschiedt niet uit uw hart, maar Zijn hart. Paulus kwam erachter toen hij de grootste zondaar werd.
Niet 'ik hoop dat Hij ons....' maar Hij heeft ons zalig gemaakt. Maar hoe kun je het zegelied zingen wanneer je nog in het water ligt. Hij heeft het toch gedaan.
Door het bad der wedergeboorte. De doop in zijn wezenlijke betekenis. Niet om het uiterlijke teken. Het is een keurmerk. Geroepen uit de duisternis van het bestaan tot het Licht. Simeon zei ook: mijn ogen hebben de zaligheid gezien.
In de oude kerk had een doopfont twee trappen, aan de ene kant erin, aan de ander kant eruit.
God heeft het bad klaar gezet, in de kribbe. Zowel de Heere God als de Heere Jezus worden in dit gedeelte 'de Zaligmaker' genoemd. Ze zijn ook een.
De Geest is rijk uitgegoten, geen druppeltjes. En Pinksteren begint met Kerst. Een zware weg ligt er tussen. Armoede vernedering. Golgotha begint bij Bethlehem. Maar het is geen vruchteloze weg. Hij eindigt er niet; zelfs niet op de Olijfberg. In Zijn naam zal alle knie zich buigen. Hij is de Kurios.
God komt niet lege handen, ik wel. Een schat aan gave. Het grote kerstpakket uit de hemel. God is niet karig. Hoort u waartoe de kribbe u oproept?
...opdat wij.. erfgenamen zouden worden. Van nature zijn we dat niet. We mogen het worden. Dat komt het Kind van Bethlehem ons zeggen.
Een erfenis ontvangen is alleen voor ons gratis. Niet voor God; Hij moest Zijn kind afstaan.
Wij van schuld vrij gesproken.
Ergenaam zijn, is nog niet de erfenis hebben. Maar ik krijg hem wel. De liefde van God is in ons hart uitgestart door de Heiige Geest als keurmerk van onze verlosing.

Edit