Edit|
EditReeks Samenvatting:
Zie het Lam Gods – er is veel te zien in onze wereld. De hele wereld roept je toe: Zie! Kijk eens! In de kerk is er eigenlijk maar weinig te zien. Je kunt er luisteren, maar er valt niet veel te kijken. Toch zegt het Evangelie: Zie! Het Woord spreekt in beelden.
Johannes heeft beleden: Ik ben de Christus niet. De andere dag wijst hij Jezus aan als de Christus. Hij is het!
Wie is Johannes? Dat vragen de afgevaardigden van de Farizeeën. Elia? De Profeet? Wat zegt gij van uzelf? Een legitieme vraag aan alle verkondigers van de goede boodschap. Wat zegt u van uzelf? Kent u zelf ook wat u brengt?
Johannes heeft zelf de Heilige Geest zien neerdalen op Jezus. De hemel werd geopend, en de Vader sprak. Een Drie-enig God openbaarde Zich. Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb! Toch spreekt Johannes niet van zijn eigen persoon. Hoor wat de grote prediker zegt: “Ik ben een stem …” Een stem, die het Woord tot klinken brengt – meer niet.
Opvallende naam: het Lam van God. Zo komt deze naam alleen tweemaal voor bij Johannes. We horen hier de eerste preek over Jezus die door een mens tot het volk werd gehouden. En dit is Zijn naam: het Lam van God. Vanuit de Bijbel kunnen we natuurlijk veel meer zeggen over Jezus. Hij is de goede Herder, Hij is de Koning der koningen. Maar aan deze dingen wordt voorbijgegaan in de allereerste preek over Jezus. Hij is het Lam van God – dat staat centraal. Het is kennelijk heel belangrijk, dat wij Hem zo zien. Johannes had kunnen zeggen: “Zie, daar is de Messias, Hij Die komen zou!” Of: “Zie, de Rechter staat voor de deur!” – in lijn met zijn prediking van de bijl die aan de wortel van de boom ligt. Maar de Heilige Geest wil, dat wij Hem allereerst zo kennen: “het Lam van God”.
De Messias komt niet in de eerste plaats als de Leeuw, maar als het Lam. Hij komt niet in de eerste plaats om te oordelen, maar om te verzoenen. Hij komt niet in de eerste plaats om te regeren, maar om te dienen.
Wat is een lam? Over enkele maanden voorjaar – een lammetje. Kwetsbaar, teer, weerloos. Ook: wit en rein.
De Heere komt ons heel nabij in Zijn Woord. Hij wil ons duidelijk maken hoe wij bij Hem kunnen komen en bij Hem kunnen horen. Wil je dat? Luister naar Zijn stem. Zie de eenvoudige beelden die Hij gebruikt.
In deze allereerste preek van een mens tot het volk over Jezus wordt zonde en genade in een zin genoemd. Daarmee gaat dit woord ons allen aan. Wie is zonder zonde?
Zonde: mis. Mistasten, misstappen. Er naast. Als je het mis hebt, schiet je naast je doel … maar dan raak je ook iets anders! De mens: zondaar. We missen de eer van God, we treffen het doel van onze eigen eer. We missen ons behoud, we raken een ander doel: het verderf. We missen het doel van ons leven: we halen wel een ander doel, de dood.
De dood is de straf op de zonde. De schepping is het leven. De zonde is tegen God en tegen het leven. De dood hoort bij de zonde.
God heeft gesproken. In het begin. Gelijk na onze val. Wij kozen onze dood, God doorkruiste onze keuze en kwam met het leven. In de plaats van onze dood laat Hij een lam sterven.
De Heere heeft de pijl die wij hebben afgeschoten als het ware afgebogen. Duizenden, tienduizenden offerdieren, lammeren, door de eeuwen heen. Onschuldige, reine dieren. Geschapen door God. Gegeven door God.
Op het zelfde moment dat Johannes Jezus aanwijst als het Lam van God, werden wellicht lammeren door de Jordaan geleid, naar het heiligdom te Jeruzalem, waar zij zullen worden geslacht voor het morgen- en het avondoffer. Zonder tegenstreven immers, stil en gewillig, geduldig en volgzaam, liet het lam zich leiden naar de slachtbank.
"Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komen". Dan verheft deze heraut van de Koning luid zijn stem en roept: "Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt".
"Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt". En zo wijst Johannes hier niet meer op de lammeren Israëls, een door mensen gebracht offer, maar hij wijst ons op het Lam Gods, een door God gebracht offer.
Aan welk lam Johannes precies gedacht heeft, toen hij deze naam aan Christus gaf, weten we niet. We kunnen denken aan Genesis 22, waar Abraham Izak offert. Genesis 22: 8: “ En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon! Zo gingen zij beiden samen.”
We kunnen ook denken aan Exodus 12, waar het bloed van het lam aan de posten van de deuren de verderfengel doet voorbijgaan.
Ook kunnen we denken aan Jes. 53 – het eerste Bijbelgedeelte waar het beeld van een lam wordt verbonden met een persoon! Het lam, dat gewillig tot de slachting wordt geleid.
Geen van deze lammeren kon de zonde niet verzoenen, maar wezen heen naar het Lam van God dat de zonde der wereld wegdraagt.
Dat staat in de ‘tegenwoordige tijd’. Johannes zegt niet: “het Lam, dat de zonde der wereld zal wegdragen …” Hij draagt de zonde der wereld weg! Daar is Hij mee begonnen, toen Hij werd geboren – ‘de eerste trap van Zijn vernedering’. “De ganse tijd van Zijn leven, maar inzonderheid aan het kruis.” Ja, Hij is eigenlijk al begonnen voor de schepping van de wereld – toen was Hij al bereid om deze ondragelijke last te dragen: het Lam is immers ‘geslacht vóór de grondlegging der wereld’.
Dat heeft Hij gewillig gedaan – als een Lam is Hij ter slachting geleid. Geleid: Zijn leven lang. Mijn ure is nog niet gekomen – nog word Ik geleid. Hij werd geleid naar Jeruzalem – Hij moest lijden en sterven. Geleid door de Vader, Die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven. Dat heeft Hij met liefde gedaan. Zo kon geen lammetje het doen: Jezus ging Zelf, welbewust. Jezus was niet, als de ram in Genesis 22, verward in de struiken; Hij kon Zijn engelen bevelen. Tot het laatste toe de verleiding: Kom af van het kruis! Neem de zonde niet weg!
Zo heeft Hij de zonde weggedragen – weggerold, weggenomen. Het handschrift der zonde, dat tegen ons was, heeft Hij vernietigd. Er staat niet, dat Hij de schuld heeft weggenomen. Er staat: de zonde. Dat is heel algemeen. Daar zit de schuld ook in.
De schuld van de zonde, de macht van de zonde, de vloek van de zonde.
Hoe kan Hij dat doen? God en mens. Als mens heilig. Een lam. Rein, zuiver, onbesmet, onbevlekt. 1 Joh. 3:5 “En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.”
Jezus is God: Hij draagt de vloek. Geen schepsel kon dat. God draagt de vloek. Hier staan wij stil. Onze gedachten verzinken in deze zee.
Petrus zegt het zo in zijn brief: (1 Petr. 2:22-24): “Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
Zie het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt! Dat doet Hij: radicaal, totaal en finaal.
Kent u Hem? Ziet u het Lam? Nee? dat is huiveringwekkend, dat is vreselijk. Dan moet u zelf de last van uw zonde dragen. Dan zal de toorn van het Lam u treffen.
De zonde der wereld. Zoals onze kanttekening het zo treffend zegt: “Van al diegenen uit de gehele wereld, die in Hem hebben geloofd, en nog geloven zullen!” Jood en heiden.
Hier is de grond voor een wereldwijde nodiging met bevel van bekering en geloof: (1 Joh. 2:1) “Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.” De heenwijzing van Johannes vindt haar grond in een andere heel bekende Johanneïsche tekst: (Joh. 3:16) “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” De rechtvaardiging van de goddeloze is de grond voor de wereldwijde nodiging. Wie verstaat dat zondaren zalig worden, verkondigt Jezus aan allen, werkelijk allen. U komt de belofte toe, en uw kinderen, zovele als er de Heere onze God toe roepen zal.
De kennelijke wil van de Vader is dat Zijn Zoon wordt aangeprezen. De kennelijke wil van de Heilige Geest is dat de Zoon wordt verheerlijkt.
De zonde der wereld – de kosmos – de gehele schepping zucht! In Christus wordt tenslotte ook de gebrokenheid, de vloek van de schepping opgeheven.
Hebt u zo Jezus al gezien? Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
Hoe kan ik Hem zien? zo vraagt u. In Zijn Woord. “Christus onder u gekruist.” Jezus Christus is u voor de ogen geschilderd, Hij is onder u gekruist. Johannes zegt: “Hij staat midden onder u, Dien gij niet kent.” Dat geldt nog altijd – dat is nu niet anders.
Maar het Woord van God reikt ons raad aan. Hij is groot van raad en groot van daad. Luk. 24:31 “En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem …” (Luk. 24: 31) Zien is hier niet: even kijken. Maar: zien is hier hebben. Eén blik op Jezus, en u bent voor eeuwig zalig.
De oproep van Johannes leidt ook tot het volgen van Jezus. Dat zien wij in het volgende hoofdstuk. Wie zo op het Lam van God ziet, gaat Zijn beeld vertonen. Dat is een gevolg van het zien op Jezus. Lijken op Hem. Johannes, de evangelist ging Jezus volgen op de heenwijzing van de Doper. waar heeft dat hem gebracht! Aan de voet van het kruis … Jezus volgen! Op Patmos, aan het zand der zee, waar hij de oordelen van het Lam te zien kreeg. Daar wordt aan Johannes getoond, wat allen zullen zien, die het Lam volgen: “En ik zag het Lam staande als geslacht …” Amen.