Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-03-05 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorber. H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 15:1 Joh 15:1-17 2006-03-05.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2006-03-05C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 18.2Mb)
2006-03-05T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.9Mb)
De "Ik ben"-uitspraken

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Heere Jezus wordt met verschillende namen genoemd. Zon der Gerechtigheid, Blinkende Morgenster uit de sterrenwereld, of uit de dierenwereld: de leeuw van Juda, Lam van God, of uit de plantenwereld: de roos van Saron, de Wijnstok.

Jezus is de ware wijnstok.
1. Mijn Vader is de Landman, 2. De wijnstok, 3. de ranken (v 6), 4. de vrucht

`Ik ben het licht der wereld` was de eerste preek in deze serie. Hier zijn we op witte donderdag, na het avondmaal. De tafelgesprekken vinden plaats. Afscheidsgesprekken eigenlijk. En dan (14:31): laten ons van hier gaan. Ze gaan naar Gethsemane. Ik ben de ware wijnstok – een herinnering, mogelijk, aan het Avondmaal dat ze net hebben genoten. Misschien passeerden ze een wijngaard onderweg. Aan de ingang van de tempel stond een grote gouden wijnstok, daar kwamen ze ook langs. Druiven waren hèt product van het land Kanaän. Dat zagen we al aan wat de twee verspieders terug brachten. Het ministerie van Toerisme heeft het als logo. Ook een symbool van Israël zelf, die over gezet wordt in Kanaän, om vrucht te dragen voor de hele wereld.

1.Zijn Vader is de grote Landman. “Ware” wijnstok. Dat heeft te maken met Israël in het Oude Testament. Maar hun wijnstok was aan het verwilderen. In Jes 5. klaagt de Heere over Zijn wijngaard, geplant op een heuvel, van stenen gezuiverd, ommuurd, knechten gestuurd; maar het bracht stinkende druiven voort. “Wat moet Ik nu nog meer aan Mijn wijngaard doen? Nu zit je al zo lang in die bank – nog steeds geen vruchten van geloof en bekering, wanneer geef je je echt gewonnen aan Mijn?” Gij kunt en wilt mijn ondergang beletten.. (ps 119); maar als jij niet wilt, dan moet God met straffen komen.
Ik ben de Ware wijnstok, waar de landman Zijn vreugde aan zal beleven. Als een hemels stekje geplant in Bethlehem. Geen doornhaag, die pijn doet - maar een wijnstok. Het is God erom te doen om u vreugde te bereiden.
De Heere Jezus in de wijnpersbak (`Gethsemane`), vertreden door God om het oordeel voor de zonde. Er kwam bloed uit..

2. Het hout van de wijnstok is erg onaanzienlijk, maar wel heel vruchtbaar. Geen gedaante noch heerlijkheid. Maar Christus is niet onvruchtbaar. Die preken we vanaf de kansel. Wij hoeven niet wat te betekenen. Jezus deelt mij het sap van het geestelijk leven mee (Kant). Maar, als ik de rank ben, dan ben ik dat niet van nature. Je moet wederomgeboren worden. Hoe kom ik dan in Hem? Hoe heb ik geen verloren leven, of ziel! Ik moet van Adam afgesneden en bij Christus ingelijfd. (Zondag 7). Ik ben een rank aan Adam, van mezelf uit. Ingeënt moet ik worden in Christus. Enttouw, lijm, zodat je met Christus gaat vergroeien. Delen in Zijn levensgemeenschap. Het is nodig, wil je aan het avondmaal gaan op goede grond. Het is zo moeilijk, denk daar niet gering over. Thomas Boston zegt, er zijn soms wel twaalf afsnijdingen nodig – eer je los laat: je moet van je kerkgang af. Van je belijdenis af: “ja, het is hier gebruikelijk, dominee, ik bid toch aan tafel, ik heb wel eens wat mee gemaakt! Ja maar ik geloof;” zelfs daarvan moet je afgesneden worden; “ik ben het anders gaan zien dominee”... Dan trek ik mijn levenssap nog steeds uit mijn eigen wortels. Hooguit klimop, maar geen rank! Als bijna alles afgesneden is, maar op één rafeltje na niet, dan is ook die laatste slag nodig, dan val ik los – dan heb ik niets meer om aan te blijven hangen, behalve Christus!! Niet mijn belijdenis, mijn gebed, mijn geloof. Maar Christus! Door Hem opgevangen.

3. Wie zijn de ranken? Zijn vrienden, de belijders. Maar: Je hebt twee soorten, die wel en die geen vrucht dragen. Levende en naam-christenen. Geen levensverbinding, alleen uiterlijk. Vrucht, misschien weinig vrucht, maar er is leven. Bij de doop word je heel dicht bij de rank gebracht, maar niet er in. Als je niet in mij bent – die wordt weggenomen. De landman is een vakman en houdt voortdurend zicht op die ranken. Er zijn ‘dieven’ - wilde loten, die veel vocht opnemen, maar geen vrucht zetten. Massa’s preken over je heen, maar geen vrucht. Voor die wilde loten heb je geen snoeimes nodig, je pinkt ze weg. Een broze aanhechting. In vers 6 worden ze buiten geworpen, ze verdorren en worden verzameld als vuil verbrand. Een ieder beproeve zichzelf. Heere is het nu goed tussen U en mij, of denk ik dat het goed is? Kinderen van het koninkrijk kunnen verloren gaan, zonder dat persoonlijke geloof, waarachtige bekering, volledige overgave aan Christus.
Deze rede is hard, veel van zijn discipelen wandelden van toen af niet meer met Hem (Joh 6:66). Een echte rank zit in het hart, een wilde rank zit alleen aan de schors. Een ware christen kent twee dingen in zijn leven: 1) uit mij geen vrucht in der eeuwigheid. Niets kan ik doen zonder Jezus. Je leert dat het echt zo is. 2) maar ook: de vrucht komt vanzelf voor wie in Hem blijft, vruchten van dankbaarheid moeten er wel zijn.

4. Wat is de vrucht? Hoop op Hem. Heiliging van je leven naar Hem toe, Godsvrucht, een leven uit Hem. Liefde en blijdschap en barmhartigheid worden gezien. Het geheim is vrucht in de gemeente, vrucht op de preek, opgewektheid in de prediker. Is dat bevestiging in je eigen mening? Nee, dat is geen zegen, of een voldaan gevoel over het gehoorde. Knus en aardig of toename. Maar waar God is, dat ik de behoefte krijg om Hem te aanbidden. En als ik hem niet ken dat ik hem wil aanroepen om ontferming en genade. Zo niet dan heeft u geen zegen volgende week, of vanavond. Het geheim van een vruchtbaar leven. De Heere Jezus zegt in vers 5: Indien Gij in mij blijft, die draagt veel vrucht. In één minuut is het te zeggen: tegen een zondaar zeg ik: Kom tot uw Heiland en toef langer niet. Als je dat gedaan hebt: Blijf in Hem. `Blijven` is hier “je huisvesting vinden” – wonen. Als ik vroeger op zaterdagavond kwam voor het weekend in een gemeente, nam ik twee tasjes mee. Maar als je in Hem gaat wonen, bestel je een verhuiswagen!
Zovelen gaan bij Hem als gast op bezoek, als ze in de problemen zitten, een tas met zorgen, en een klein tasje dankbaarheid. Met je hele hebben en houwen je leven en je ziel, je verleden en toekomst – laat niets achter. Bent u zo’n tasjesgelovige? Blijf in Mij..
Vrucht dragen, is dat zwaar, heel de dag inspanning? Nee: in Hem blijven. Hij doet het – de druifjes – door mij heen. Ook niet voortbrengen, door Hem. Maar vruchten dragen. Niet krampachtig bezig zijn, heel hard werken, maar Hem heel hard nodig hebben.
Vrucht dragen is geen eis, het gaat van zelf. En dan ook geestelijke groei: Hij reinigt (met een snoeimes) zodat er meer komt (v 2) en vers 8: veel vrucht, tot verheerlijking van de Vader. Een snoeimes in mijn leven. De Heere heeft er twee, een gouden en een ijzeren. Goud is Zijn Woord. Het ijzeren is lijden, beproeving verzoeking. Die doet het meest pijn. Het krenten van de druifjes, Heer: u houdt niets meer over, alles gaat eraan...! De vakman weet wat Hij doet. Er kan nog zoveel vrome poppenkast weg... Heere alles gaat toch niet weg? Zodat het meer gaat dragen, en alles gaat op naar de grote oogst.
“Ik zie zo weinig!” Ik kom naast u zitten, maar de Landman is een vakman. Als ik het niet zie, Heere, wilt u het dan maar zien?

Een wijnstok loopt enorm uit: over de muur – de loten worden via lijnlatjes geleid. Daar moeten ze vruchten voortbrengen. Dan denken we aan allen die uitgegaan zijn. Soms bindt de Heere de loten hoog, wethouder, of laag, voor de kinderen, of in het buitenland. Maar ze zijn allemaal verbonden aan de wijnstok. Jou prik ik in R’dam-Zuid, jou op een openbare school en jou in het evangelisatiewerk onder moslimkinderen. Hoe moet dat dan? `Blijf in Mij` en de Heere zal vrucht geven.

Laat m’ in u blijven groeien bloeien,
O Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
Of ‘k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
Opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!

Edit