Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-03-05 17:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 16:26 Luc 16:19-31 2006-03-05.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.4Mb)
2006-03-05T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De onoverbrugbare kloof. In een huwelijk, in een gezin, in de politiek en in een kerk. Daar doe je niets aan. En toch kunnen we heel wat, niet waar; we slaan bruggen over rivieren. Maar deze niet. Nou ja, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, in het hiernumaals. In het hiernamaals zijn de wonderen wel de wereld uit. Over die kloof gaan kan nooit meer. De scheiding tussen hemel en hel. Geloven wij daar nog wel in? In allebei? Geloven we ook echt in de hemel? Of in een Germaans of gereformeerd Walhalla? We kunnen er zelfs al in geloven vanwege wat we zien op aarde, denk aan “De hel en hemel van Dachau” van ds Overduijn.
Lazarus gaat van de hel op aarde naar de hemel en de rijke van de hemel op aarde naar de hel. Een kruiselings beweging. Hemel en hel op aarde liggen vlak naast elkaar. Bij elkaar krijg je niet. We geven af en toe flink aan de collecte, om ons geweten te ontlasten. Een onoverbrugbare kloof in de media.

Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Een zeker mens, onrechtvaardige rentmeester. De geldzuchtige Farizeeën lieten de armen verkommeren. In strijd met de wet van Mozes (Lev 19:9-10) – voor de armen moest er altijd wat over blijven. Abraham zelf was ook rijk – schatrijk. Maar deze rijke mens deelt niet mee, maar is zelfgenoegzaam. De rijke gaat bedelen nu het te laat is en dat maakt alles anders. Lazarus kan niet komen met wat water. Kind (van het verbond), zegt Abraham. De wonderen blijken het hiernamaals uit en wel tot in alle eeuwigheid. Een grote kloof gevestigd – dwz definitief, voor goed – een eeuwig ravijn. Maar die kloof was er feitelijk op aarde al. Vertroost worden en smarten lijden, het was er al. Maar dan omgekeerd. Deze kloof is er daar voor eeuwig. Er was een onoverbrugbare kloof gekomen tussen de orthodoxie, de elite, en de massa die de wet niet kende. Men had het en men was er.
De bedelaar en de rijke in de kerk komen nooit bij elkaar, want dat kan ook niet. De rijke wil dat niet, daarvoor is hij te rijk. De bedelaar kan hooguit bij de poort komen. De rijke is een anonymus – je kunt eventueel je eigen naam invullen.
Het onedele en verachte der wereld heeft God uitverkoren. Lazarus heeft zijn naam mee. God helpt - daar moet hij het van hebben. En hij kan het ook niet helpen, dat God helpt. De rijke heeft geen hulp nodig, laat staan dat hij de bedelaar zou helpen. Verkiezing is geen willekeur, maar een belijdenis van barmhartigheid.
Overgaan en overkomen duiden op een te voet door het droge gaan – zinspeling op de uittocht door de Rode Zee. De kern van het Joodse belijden is zoek. Geen doortocht door het onmogelijke heen. Dan ook straks niet meer.
U moet de uittocht NU maken, niet straks. Een kritisch oordeel over de elite van Israël en de elite in de kerk. Als de uittocht door de verzoening weg is, is er niets meer.

Ik kan het niet scherper zeggen, dan Jezus het hier zegt. Lazarus’ leven was een grote doortocht naar God. Dat krijg je als Gods naam met de jouwe is verbonden. De engelen dragen Lazarus op, tegen de over van de Rode Zee.
Een moeder die huilt over een tiener, die niet mee wil naar de kerk, zal daar nooit meer huilen. En voor de verlorene is er geen weg terug. Het gaat over het Laatste oordeel over Israël en over ons.
Op aarde heb je Mozes en de profeten, zeg maar het Woord van God. Dan is er doortocht mogelijk, maar straks niet meer. Onoverbrugbaar, tenzij. Tenzij je wederomgeboren wordt kun je het koninkrijk niet zien.

Ik riep de Heere aan – Lazarus komt niet los van de naam van de Heere. Ik heb u bij uw naam geroepen. Gij zijt Mijn.
Wij zijn arme bedelaars, zei Luther, tegelijk rechtvaardig en zondaar. Het is spannend. Bijzonder spannend. Daar had de kerk van de reformatie weet van. Nu niet meer.
De rijke heeft nooit een nieuwe naam gekregen. Als wij het verschil niet weten zijn we rijk en we weten niet dat we arm zijn. (Openb 3:17).
Een onoverbrugbare kloof; in alle denominaties. Tussen de bedelaar en de hele kerkelijke soap anderzijds. Je moet een beetje rijk zijn in de kerk anders doel je niet mee. Leren wij nog meedelen aan armen, zowel Israël als de wereld. Daar is een wonder voor nodig. Dan mag een rijke gaan bedelen. Een wonder van genade om als rijke arm te worden. En het kan omdat Jezus arm werd, waar Hij rijk was. Hoe rijker wij worden in God hoe armer in onszelf. En dat verstaan we niet meer. We komen hier nooit boven de Lazarusgestalte uit. Die het zijn, die zijn het niet en die het niet zijn, zijn het (Kohlbrugge). Dat is de kloof, hier en straks.

Edit