Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-03-19 17:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 26:1-5 Jes 46:1-11 Joh 13:1-11 Mat 26: 1-5 2006-03-19.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 3.9Mb)
2006-03-19T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We staan op heilige grond, als wij nadenken over het heilsmysterie van de Heere Jezus.
Hier is Gods raad en de raad van de boze haast onontwarbaar verweven.
Eerst Gods raad:
God is Schepper, Verlosser in Jezus Christus, ook Herschepper door de HG.
Hij is ook de stuurman van de geschiedenis:
De Schrift geeft er getuigenis van:
'Mijn raad zal bestaan en ik zal al mijn welbehagen doen'
'God is groot van raad, machtig van daad'
'Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil (Paulus)'

Als het over de hoogheid van God gaat: Wie is het die Hem narekent? Zijn we gegrepen door de majesteit van deze gedachten? Je komt er nooit meer los van. We kunnen het ook allen maar be-amen. Boven ons alles troont God. Hij gaat over ons allen, en zorgt voor ons allen.
De almachtige alomtegenwoordige kracht van God waardoor hij hemel en aarde, en alle schepselen gelijk als met Zin hand nog onderhoudt en alzo regeert dat ....alle dingen niet bij geval, maar door Zijn vaderlijke hand ons toekomen.' Uit Zijn vaderlijke hand! (H.Cat zond. 10)
Er gebeurt van alles in de wereld. Gebeurt dat zomaar? Nee: De Heere regeert. Als de hemelse Vader. Er is geen noodlot, geen fatum. Wij belijden Zijn altoos wijze raad, Zijn wijsheid, Zijn goedertierenheid. Die is van eeuwigheid. Zo is er ook een raad van God aangaande het leven en sterven van onze Heere Jezus Christus. Eeuwenlang verwacht, soms opvlammende hoop. Maar nu is het Gods tijd.
Aldus betaamt het alle gerechtigheid te vervullen, spreekt Jezus tegen Joh. De Doper, op zijn aarzeling om Jezus te dopen.
En als Hij oprijst uit het water gaat de hemel open: Deze is Mijn geliefde Zoon. In Hem heb Ik al Mijn welbehagen.
Mijn uur is nog niet gekomen (wachtend op een wenk van Zijn hemelse Vader) tegen Maria.
Na Zijn verheerlijking in Galilea richt Hij Zijn aangezicht om naar Jeruzalem te gaan. Nu. Door God bepaald. Naar die stad. En Hij moet er op tijd zijn.
Elk Pascha was een schaduw, figuur van het paaslam wat zou worden geslacht.
En nu wandelt Hij naar Zijn lijden. En voegt Hij Zich in Gods heilsraad.

Daar is ook een andere raad.(vs.3) Overpriesters, ouderlingen etc. houden een raad der bozen. We lezen de samenvatting van de notulen uit die raad. (vs. 4 en 5) Het zijn geen bandieten, maar de geestelijke elite van het volk. Maar in hun ogen brandt de rosse haat: Het gaat niet langer met die vervloekte rabbi uit Nazareth. Maar we moeten rekening houden met de sympathie van het volk. Dus moeten we ingrijpen op het juiste moment! En zelf moeten we buiten schot blijven. We moeten wel rein het pascha kunnen vieren. Dus niet op het feest!

Maar God zegt: Wel op het feest. En dat is Zijn raad.

Gods raad is heilsraad Eeuwige liefde. Die andere raad: raad van de hel. Aangrijpend: beide betrokken op de Heere Jezus. Wie heeft het nu voor het zeggen? Theologen kunnen zeggen: Het loopt God uit de hand. En daarom is het zo'n verschrikkelijk chaos in de wereld.

Wij: Ingeklemd tussen liefde en haat. Raad van boven en beneden. Wie maakt de dienst uit in de wereld? Wapenhandel, pers, maffia etc.? Of regeert God?
Hij is ingedaald als waarachtig mens. Beladen met de schuld van alle mensen.
Wij krijgen die som niet uit. Gods raadselen krijgen wij niet verklaard. Als we ouder worden begrijpen we soms steeds minder. Er kwam een moment in het lijden van de Heere Jezus dat Hij er ook niets meer van begreep. 'Waakt en bidt met Mij'. En een steenworp afstand: 'Vader indien het mogelijk is : laat deze drinkbeker, dit lijden, aan Mij voorbij gaan. Hij is het spoor bijster? Maar niet Mijn wil maar Uw wil geschiede. Waarachtig mens! Straks: Waarom hebt Gij Mij verlaten. (Hij Die sprak: Vader ik dank U dat Gij Mij altijd hoort!)
Wij: Zoekend naar Gods wil om ons daarmee te verenigen. Iets van Christus' klacht kennen wij? Ook over ons wordt hier beslist! Onze strijd. Niet voor te stellen: dat Hij toch zou loslaten!
Dan was er niet te geloven aan de liefde en leiding van God.
Ook als Hij er niets meer van begrijpt: Dan is er die volstrekte overgave aan Gods wil. En geeft Hij Zich over aan de schennende handen van Zijn beulen.

Nog twee dagen (vs 2) Toen!(vs3) Toen vergaderden de overpriesters etc. Alsof ze op een teken moesten wachten. Gods raad buigt al dat kwade ten goede. De grooste zonde wordt de grootste zegen. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenend.

O Diepte van rijkdom, beide der wijsheid en kennis van God. Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!
Want wie heeft de zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
(Rom. 11:33 e.v.)

We kunnen zo dit leven in. Onder de raad Gods. Als we daaronder mogen buigen, dan zijn we geborgen in die raad. Geen dodelijke plaag kan onze tent naderen. De dood heeft zijn prikkel verloren.
Mijn God op wie ik vertrouw,
Mijn steenrots,
en in Hem is geen onrecht!

Amen

Edit