Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-03-26 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 9 Psa 33:1-22 2006-03-26.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.2Mb)
2006-03-26T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In de HC worden drie belangrijke dingen behandeld, de Twaalf artikelen (mensen spreken tot mensen), de Tien geboden (God spreekt tot mensen) en de zes gebeden van het Onze Vader (mensen spreken tot God). Geloof, gebod en gebed. Bij Zondag 9 begint de behandeling van artikel 1.

Ik geloof in God de Vader.
1. Eeuwig Vader van Eén; 2. Scheppend Vader van allen; 3. Verzoend Vader van al Zijn kinderen.

De nadruk ligt op het Vaderschap van God. Niet op Schepper, die pas in een bijzin genoemd wordt. Vader ook van mij om Christus wil. Hij is langer Vader dan Schepper. Schepper was het vanaf het begin van de schepping, Vader van eeuwigheid. Vóór de Schepping was God er. Vader was Hij al. Wij worden vader als de Heere het geeft. Hij was altijd in relatie tot de Zoon. Vaderschap hoort bij God. Het klinkt zo teer als de Heere Jezus op Zijn knieën roept, Abba, Vader als het mogelijk is, laat deze drinkbeker voorbij gaan. Vader in Uw handen beveel ik Mijn geest. Een tiener zegt `pa’, een klein kind zegt nog intiem `pappa`. Abba – vertrouwelijk, teer.
Een schootzoon was Hij, zo in Joh 1:18 - een troetelkind, en Die bloedde dood aan het kruis! Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem!

2. Vader van allen. Nu pas komt de schepping om de hoek kijken. Als Schepper is Hij vader van ons allemaal. Geschapen en toen bewaakt. Iets uit niets. Wij kunnen niet scheppen, wel wat maken. Maar niet iets uit niets. Je bent niet op deze aarde geschopt, maar geschapen. Een Joods jongetje schreef op de muur van het ghetto van Warschau: “Ik geloof in de zon, ook als hij niet schijnt; in liefde, ook als ik het niet bespeur; in God, ook als ik Hem niet zie.” Dat de Heere mij kneedt en maakt tot een vat tot Zijn eer, zodat ik tot mijn bestemming mag komen.
De schepping is een geloofszaak. Ik geloof het omdat God het zegt. “Hoe zit het nu allemaal?” Zo: Hij sprak en het was er. De catechismus is geen discussieboek, maar het is ter vertroosting. Een troost op de brandstapel. Wij kunnen geen grassprietje laten groeien, God wel. Een pauwenstaart of menselijk oog, het zit zo adembenemend prachtig in elkaar, of één bacterie al; dat kan geen toeval zijn. Daar zit Iemand achter, en wij weten Wie dat is. Door een telescoop en een microscoop – hoe groot zijt Gij!

3. Vader van velen. Het grootste wonder. Hij is trouw, en wil zelfs Vader van mij zijn. Pascal zegt: Die onmetelijke ruimte van het heelal beangstigt mij, maar daarin mag ik weten dat God mijn Vader is. Door de herschepping. De wedergeboorte. Om Christus’ wil. Een islamiet kent Allah nooit als een Vader, maar de Bijbel gebruikt het des te meer voor de Heere God.
We leven in een vaderloze cultuur, vol losbandigheid. Om Christus’ wil kan dat weer goed worden. Om de wereld te scheppen hoefde God slechts te spreken, maar om een gevallen zondaar terug te halen, daar moest bloed voor vloeien. O aanbiddelijke Vader en Zoon.

Gij zijt allen uit uw vader de duivel, zegt de Heere Jezus. Dat is de natuurlijke toestand. Hoe kan het goed komen?
We zijn zo ver van huis zijn gegaan. De een de wereld in (de verloren zoon) en de ander het veld in (de oudste zoon), maar ze zijn allemaal bij de vader weg. Maar een vader blijft vader. Dat kan niemand ongedaan maken. Zo is God ook, door het geloof. Voor wie Hem hebben omarmd, Zijn voeten hebben gekust, die Hem aangenomen hebben, die heeft Hij het recht gegeven kinderen Gods te worden. Die grote Schepper ga je dan leren noemen, Lieve Abba, Pappa.
Dat gaat in een weg van schuldbelijdenis. ‘Ik ben niet meer waard Uw zoon genaamd te worden’. Niet: zeg pa, hier ben ik weer. Hij was zijn recht kwijt geraakt. Stond die vader nou van: eerst maar eens kijken of het wel echt is? Nee, hij stond met open armen - maar het gaat wel in die weg. Berouw over die versmade liefde van God. Het blijft altijd een Godswonder. “Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden.”, zegt Johannes op hoge leeftijd. (1Joh 3:1)

Die vader is zo goed, daar wil ik geen kwaad woord van horen (‘als God nou liefde is, dan...’), je hebt goeie en slechte vaders in het aardse leven, ontaarde vaders, maar deze is de Beste. Àls Hij slaat dan met mededogen. Bij Hem is het Veilig (Hij is almachtig); je kunt Hem Vertrouwen (als je niet meer weet hoe het moet), en je gaat naar Hem Verlangen. Zolang ik nog niet bij Hem in het Vaderhuis ben, mag ik Zijn beeld vertonen, struikelend, maar ik wil het ten diepste wel.

God is Vader, Hij troost zoals geen enkele moeder dat kan. Maar ook moederliefde vindt haar volmaakte voorbeeld in de liefde van God. Man en vrouw zijn geschapen naar het beeld van God.

Kleine kinderen zeggen: Mijn pappa kan alles. Een kind van God kan het zeggen. ‘Voor je God Vader mag noemen, moet je heel wat stukken hebben doorleefd’ – Stel dat mijn kinderen nooit meer dan meneer Van Campen zouden zeggen – als je Hem wel kent, en het nooit zegt, dat is zo jammer. Maar als je het altijd zegt, en de verwondering is eruit, dan is God ook weg.
Ik ben trots op zo’n Vader. Het onderscheidt het christendom van alle godsdiensten. ‘Ik geloof wel in iets’ – heb je daar houvast aan? ‘Die man daarboven’ - zo spreekt de Bijbel er niet over, maar over God die Vader is.

Ik verheug me er in, om te zien dat God de meeste kinderen heeft en Hij heeft ze alleemaal even lief. Liefde vermenigvuldigt zich maar wordt niet minder. Niet een klein stukje liefde. Hij kent mijn behoefte,wat ik echt nodig heb, en dat geeft Hij. “Hij weet wat u behoeft”. Ik leg het zo vaak voor de Heere neer, zeg amen, en dan pak ik het hele boeltje weer op en ga me van voor af aan zorgen te maken.. Een klein kind maakt zich geen zorgen, want Vader zorgt. Niet zorgeloos – je moet je eigen was doen, maar het is niet van mij afhankelijk. Heere Gij zorgt.

Alle kwaad dat Hij mij in dit leven toeschikt. Het kwaad komt ook uit Zijn hand. Zou ik het goede uit Gods hand ontvangen en het kwade niet, zegt Job. Maar God kan het ten beste keren. Alle dingen doet Hij meewerken ten goede, voor wie hem liefhebben. Jozef zag het niet, en bij het Kruis zie je het ook niet. Het hoogste kwaad wordt tot het hoogste goed gekeerd...
Niet: als je bekeerd ben moet je een boel nare dingen meemaken. Vader heeft er een verlustiging in wanneer Zijn kinderen blij zijn; zeker, er is correctie nodig en nuttig. God gebruikt het kwade. Ziek of werkeloos: Hij kan het gebruiken – jij zit er niet op te wachten. - Niet als straf. Ook niet: Het zal allemaal wel ergens goed voor zijn. Dank je wel – daar ben ik mee getroost. Nee, Hij zal het ten beste keren.
Leven met God is geen glijbaan naar de hemel, maar een renbaan en het kost zweet, niet alleen dal, ook hoogten, toppen waarop je huppelt van zielevreugd. Door de jammerdalen hoef je niet alléén. De dal van de schaduw van de dood. Gij zijt hun bron.

Hij kan en wil. Kan als een machtig God en wil als een getrouw Vader. God heeft geen problemen – alleen plannen, en die volvoert Hij. Zou jij het willen? Behouden worden? ‘Maar gij hebt niet gewild’. Goede vaders willen wel, maar kunnen soms niet. De liefde die meeleeft en -lijdt. Slechte vaders kunnen wel, maar willen niet. Maar God kan en wil!

En het gelooft zingt: hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven.

Er staat nog een vaderhart open, nog vaderarmen die uitgespreid zijn tot u terug keert! Hij wacht om ook jou genadig te zijn. En koninklijk kind: zullen we samen zingen, Abba vader – U alleen, U behoor ik toe. Laat mijn hart nooit koud zijn Heer! Laat mij zijn, slechts van U alleen.
Waar ben je van het weekend geweest? Ik hoop dat je de vrijmoedigheid hebt om te zeggen: ik bij mijn Vader geweest!

Edit