Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-04-16 10:00:00 ds. J. de Jong (Sliedrecht) 1e Paasdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 20:3-4,6-7 Joh 20:1-10 2006-04-16.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2006-04-16T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De boodschap van het lege graf. Het begint anders dan wij gedacht zouden hebben. De eerste Paasmorgen luiden er geen klokken. Geen liederen worden gezongen. Geen blijde stoet, die de Vorst van Pasen tegemoet treed. Schrik, angst, verdriet: Ze hebben de Heere weggenomen, Jezus is weg. We denken eerder aan ‘de Herder geslagen, de kudde verstrooid’. De stilte van het graf. Het laatste wat je samen doet: je draagt je overleden geliefde naar het graf, en keert alleen terug. De eerste die we tegen komen zijn de bedrukte en bedroefde vrouwen. De evangelisten vertellen het in eigen toonaard. Johannes met name wat de Heere Jezus achter gelaten heeft: een leeg en open graf. De vrouwen komen we als eerste tegen, maar Eén is hen voor geweest. Het woord is gesproken, Hij is opgestaan uit de doden. Hij is gestolen?! ‘Ook dit nog’... Maar de opgestane zelf is Hij aan het werk, zelfs door de woorden van Maria Magdalena, want daardoor trekt Hij Johannes en Petrus naar het graf. Het graf is leeg, zo moeten ze erkennen. Maar ook hoe het er uit zag.

Petrus en Johannes gingen uit. Twee heel verschillende mensen. Beide discipelen van het eerste uur, vissers, die hun netten achterlieten. Samen hebben ze de Paaszaal ingericht. Beide waren in de hof van Kajafas. Later weer samen bij de Schone Poort waar de melaatse genezen werd. Zelfs op de verheerlijking op de berg. Maar verschillend, in leeftijd (Petrus is een stuk ouder) en karakter (Petrus haantje de voorste, Johannes zacht, bedachtzaam). Johannes mocht een geheim weten: dat de Heere Jezus hem liefhad. Hij kwam er niet over uit... Zo verschillend, door de Heere Jezus bijeen gebracht. Ook wij kunnen met elkaar omgaan, door Pasen. Ze liepen tegelijk, ze liepen samen op. Dat staat er niet voor niets. Johannes zegt niet: na wat er gebeurt is in de hof van Kajafas... jij altijd met je grote woorden, Petrus! Nee gemeente. Ze liepen gelijk en daar zit de liefde van de Heere Jezus Christus achter, en vandaar liefde voor elkaar. Dan schrijf je elkaar niet af. Herkent u zich in één van beiden? Heeft u wel eens gezegd of getoond met uw leven: ik ken die mens niet?
Petrus had als eerste Jezus beleden, hij was als eerste overboord gestapt. Als eerste het zwaard gepakt; en nu kan hij niet meekomen, het graf in. Er ligt nog wat tussen God en zijn hart. Je hebt misschien iets gedaan wat niet door de beugel kan en je gaat hoe langer hoe langzamer trappen op de fiets naar huis... Blikkend in de ogen van Jezus was hij na de verloochening huilend naar buiten gegaan. Als je de liefde van Hem gaat proeven in je hart, dan wordt dat pak op je rug steeds zwaarder. Hij houdt zo van mij en dan heb ik dit gedaan. Maar Petrus had oprecht Christus beleden, en hij komt toch bij het graf, al is het wat later. Hoe vaak u ook gevallen bent: ga nou maar mee naar dat graf. Hoe het er bij u of jou ook bijstaat. De Heere leidt ieders leven op een eigen manier. Ga maar mee, ook met je verdriet en je zorgen en je rouw. Daar spreekt de Heere het allemaal kwijt.

Hij komt bij Johannes, die daar peinst. Het graf leeg, het lichaam weg. Juist Petrus gaat verder, het graf in. Je komt toch terug - kunt niet verder voordat het weer goed is tussen jou en God. Hij ziet dan dat de zweetdoek ergens anders opgerold ligt. Is dat nu paasevangelie? Jazeker. Deze doeken vertellen ons dat de Heere Jezus niet gestolen is! Dat fijne (dure) lijnwaad is achtergebleven! Grafschenners hadden dat zeker meegenomen. Vijanden hadden het lichaam niet uit de doeken gehaald. Dat is Christus’ opstandingsheerlijkheid. En niet in een hoek gegooid. Maar allemaal netjes bij elkaar. Die zweetdoek ligt apart, opgerold. Alleen de restanten van de dood zijn achtergebleven.
Als Christus niet was opgestaan zou er niemand zalig kunnen worden. Maar nu Christus is opgestaan heeft het ook zin om op Hem te hopen. Want Hij is een volkomen zaligmaker. Zo geeft Pasen hoop en verwachting, Lichamelijk is Hij opgestaan. Ik geloof de opstanding van het lichaam. We leven niet in een paasloze wereld. Er is hoop en verwachting.

De Heere Jezus heeft in vrede dit graf verlaten. Het legt getuigenis af van Zijn majesteit. Ze hebben het laatste woord niet, de doodskrachten. Geen kracht hield Davids Zoon omkneld. Wat een machtige boodschap: voor allen die van Christus zijn ,jaagt de dood geen angst meer aan.
De Heere Jezus is opgestaan in nieuwe klederen! (Met Lazarus was dat niet zo: die kwam uit het graf met de doeken nog om de polsen! Lazarus is later weer gestorven.) Door Maria in doeken gewikkeld, in de kribbe – een doodskleed. Jezus kwam niet terug uit de dood, maar is er dwars door heen gegaan – de dood overwonnen en de dood achter gelaten. Ik heb jullie schulden gedragen en jullie dood verslagen tot overwinning. Sta je nog in dat vergankelijke kleed? Wie tot Mij de toevlucht neemt, mag zien: ik heb het kleed van het heil verworven, het feestkleed. De door Christus verworven garderobe – al het oude is voorloren gegaan.

Kunt u het krijgen? Klaagt je geweten je aan? Hoor dan het woord van de Heere: Sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, zullen ze ontvangen, uit Zijn hand, het kleed van de vergeving van de zonde. Een grote schare komend uit de grote verdrukking heeft witte klederen aan, gewassen in het bloed van het Lam.

Petrus heeft het misschien niet allemaal begrepen maar hij heeft wel zijn ogen goed te kost gegeven,.
Meer zicht op de Opgestane en meer en meer tot eer van Hem leven – Hij wist raad met de dood en met mijn zonden en schuld. Wij weten er geen raad mee. Ga dan tot Hem, Hij kan ook uw en jouw grafdoeken opruimen! Hij liet het achter Zich in het graf waar Hij geweest is, maar nu niet meer is! Daarom zien we reikhalzend uit naar Zijn terugkomst. Levend uit zijn opstandingskracht. Dan leidt men Zijn kerk haar in statie, uit haar woning,
In kleding; rijk gestikt, tot haren Koning;
Tot zij, daar elk gewaagt van haren lof,
Ter bruiloft treên in 't koninklijke hof.

Edit