Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-04-16 17:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1cor 15:26 1cor 15:19-28 15:50-58 1the 4:13-18 2006-04-16.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2006-04-16T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De laatste vijand die tenietgedaan wordt is de dood. Het moderne leven beschouwt de dood als iets vanzelfsprekends. De gedachte en de ernst en de ontzetting worden verdrongen. Maar het lukt niet. De mens blijft in angst gevangen. We zullen allen sterven en elkaar tegenkomen op de grote dag van Christus – maar de Schrift weigert de dood als een natuurlijk gegeven te beschouwen. Ook al sterf je zacht - en daar kan de dokter bij helpen – de dood is een vijand. Niet alleen dat kind, dat sterft, of jonge levens in de kracht weggerukt. Maar ook het sterven van die krasse grijsaard. Onderkent u uw vijand? Niets is gevaarlijker, of zelfs als je hem als een vriend beschouwt die je komt verlossen.
Niemand sterft een ‘natuurlijke’ dood – het is de koning der verschrikking, die niet in de schepping thuis hoort. Soldij van de zonde. Een geduchte vijand. Zijn aanval houd je niet tegen. Niet af te kopen. Hij knipt onverbiddelijk de levensdraad door en slaat diepe wonden. Een inbreker in Gods schepping. De mens leende hem het oor. De duivel, de zonde, de dood hebben de macht (niet het recht). De dood is in handen van de duivel en dus vijandig. Een mens kan de macht van de dood niet verbreken. De prikkel van de dood is de zonde, en wie kan die wegnemen? En wie kan de vloek van de wet ongedaan maken? Bent u daar al achter gekomen?
De dood is een vijand, van de mens, maar juist ook van God. Dat is de troost van dit hoofdstuk. Paulus heeft het over de vijanden van God! Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus zouden stellen – dan zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen – maar nu. Er is nog een `inbreker` in het huis van de sterke dood. Eenmaal zal Hij al Zijn vijanden onder de voeten leggen.
De dood dwarsboomt het plan van God met de schepping. En tegelijk fungeert de dood als gericht over mijn leven – ik heb de deur voor deze inbreker opgedaan.

Maar nu is het Pasen geworden. Hij ging naar de dood, hij kwam niet naar Hem. Door Zijn dood bracht Hij de duivel een nederlaag toe. De laatste vijand – wij hadden liever de dood de eerste vijand gezien, wij hadden de duivel en de zonde op de koop toe genomen. Maar nee, eerst moet die vijand onderworpen worden. In de wereld, maar ook in het heilsplan met Zijn kinderen. Zij staan immers niet buiten de schepping. Maar zijn aan de vergankelijkheid onderworpen.
Als een gelovige sterft is die dood nog niet onttroond, want hij legt het tegen hem af. De graven worden nog niet geruimd, ook al is de ziel terstond in de hemel aan het zingen. De schepping is nog gebroken. Maar het blijft niet zo. Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij (zien het nog niet) dat wij met Hem zullen leven. Christus sterft niet meer. De dood heerst niet meer over *Hem*. We wachten nog op de laatste vrucht van Pasen, dan zullen we Hem gelijk zijn en Hem zien zoals Hij is. De duivel kan niets meer beginnen. Christus heerst als koning, totdat Hij al zijn vijanden overwonnen zal hebben.
Het is de troost en de diepe ernst van Pasen, het onherroepelijke begin van het einde. Jezus komt in zicht. Pasen is ernstiger en gevaarlijker dan de mensen denken. De eerste stap op weg naar Zijn verschijning, als de grote Koning voor aller oog zichtbaar. Dan is de dood voor eeuwig weg. Volkomen verdwenen. Geen baby of oud mens sterft meer. Verzwolgen in de overwinning.
De angel is uit de bij ... de dood is er geweest.

Pasen, ik kan het niet omvatten. Luister eens naar Paulus – hij werd bespot, maar het wordt wel verkondigd, straks slaat de laatste bazuin en is de stem van de Zoon van God overal hoorbaar, ook in de graven van de zee. Zelfs voor die in een crematorium terechtgekomen zijn. ‘Bang? Nee hoor, wel benieuwd’. Iemand zei: voor God me verbrand zal ik Hem een slag voor zijn. ‘Bang?’
Voor de rechtvaardigen wordt het Pasen, dan breekt het nieuwe leven door. Om altijd het beeld van de Hemelse te dragen. De dood is terminaal, zijn einde is inzicht. Het duurt niet zo lang of hij moet zijn prijs opgeven. Je kunt zo lang treuren over geliefden die je mist. Maar dan zal er geen rouwklacht meer zijn – alles verslonden door het leven! Dit leven is toch niet anders dan een voortdurend sterven. Maar het gaat voorbij.
Iedereen zal opstaan, maar niet iedereen tot het leven. Ook ten oordeel. Leg het gedeelte uit Thessalonicenzen op uw eigen leven. Niet bedroeft als die geen hoop hebben. De kracht van Jezus’ opstanding wordt openbaar in de gemeenschap aan Zijn lijden. Gekruisigd aan de wereld. Ik bedenk de dingen die boven zijn. Mijn oude leven gestorven en begraven, mijn nieuwe geborgen in God, en dat wordt openbaar bij Gods bazuin geschal. Gaat het ook over u? Of wilt u de dood wel ongedaan maken, maar heeft u van de prikkel van dood geen last?. Maakt u zich alleen over die dood druk?

Wat een machtige troost – ten laatste van allen is Hij ook aan mij verschenen zegt Paulus. Je ontdekt dat je een grotere vijand hebt dan de dood: de zonde. Moet je dáár niet veel banger voor zijn? “Dat wens je je ergste vijand niet toe”? Maar wie is dat voor u? Christus heeft eerst met de ergste vijand van God afgerekend. Van de last van de zonde heeft Christus al de Zijnen bevrijd. In Christus ontslapen. Mijn werken doen me de dood aan, Zijn werk het leven. Saulus had zich dood gewerkt. Een harde les. Waarom vervolgt gij Mij? Saul vervolgde David en Saulus de Zoon van David. Tel maar uit: dan houdt je alleen schade over. Alle dingen schade om de uitnemendheid van Christus. Door genade ben ik wat ik ben.

En die is niet te vergeefs. Zijn en mijn vijanden - die volgorde. Zalig de doden die in Jezus ontslapen, straks zullen Hem zien. Hij komt weer ten gerichte op de wolken. Nu de Heere is opgestaan, breekt die dag van heil en loon, jubel en glorie aan.

Edit