Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-04-23 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 10 :28 Job 1 2006-04-23.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.1Mb)
2006-04-23T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zondag 10 gaat over de voorzienigheid van God. Wat heb ik eraan? ‘Waartoe dient mij dat?’

Het geloof in Gods voorzienigheid
Het maakt je geduldig in tegenspoed, het maakt je dankbaar in voorspoed. Het geeft je vertrouwen voor de toekomst.

Een kinderlijk geloofsantwoord wordt gegeven. De hand van God is de hand van de Vader. Hij bestuurt alles maar deelt ook alle dingen toe aan mij, ook af en toe een slaande hand. Een tik als het niet anders kan. Hij verwent Zijn kinderen soms ook. Soms lig je in de honing, soms ook in de teer. Tegenslag. Het kan wel eens heilzaam zijn, als je nooit gecorrigeerd wordt. De Heere weet precies hoeveel en hoe zwaar. Voor- en tegenspoed zijn hier op aarde altijd gemengd. De geneugten en de kruizen. Alleen het een of het ander is niet goed. Het is een schaakbord met zwarte en witte vlakken en het maakt soms rare sprongen naar de overkant. Een hand leidt mij, en dan wordt het pionnetje een koningin.. .
Hier gemengd maar straks gaat het uit elkaar. Met huiver zeg ik het. Menig huisje staat in de Mopperstraat. In voorspoed optimistisch, en in tegenspoed klagend. Daar zit geen God in. Een christen brengt alles in relatie met zijn God.

1. In tegenspoed geduldig – dit komt het meest voor. Hoe ouder je wordt geldt dat meer. Geduldig is de gelovige. Hoe kan dat nu? Gij blijft mij bij in al mijn tegenspoeden, zegt de psalmist. Een natuurlijk mens is opstandig. Een kind van God kan dat ook wel eens zijn, maar hij blijft het niet. Ik voel me niet goed daarbij. Heere – U hebt weer gelijk. Voor een natuurlijk mens maakt tegenspoed tegendraads. Doet God het wel eens goed? Als je het met God eens geworden bent, ben je bekeerd.
Als het tegenzit schop je tegen alles, alles is gewoon helemaal niks. Het levende geloof leert geduld. Je krijgt allemaal je pakkie te dragen. Een kind van God heeft een plek om dat pakkie neer te leggen, en dan kun je niet meer zonder. Je bidt dan ook om geduldig te worden gemaakt. Geef dat ik mij mag onderwerpen, Heere. God is als een goudsmid die evenveel van het goud houdt in de oven als in zijn handen. Het zal geen graadje te heet worden, Hij weet precies hoelang u moet smelten om het beeld van Christus te gaan vertonen. Gelooft u dat? Als er tegenspoeden komen? Job zegt: de Heere heeft gegeven en genomen. Niet: de satan heeft genomen. Maar hij schreef Gode niets ongerijmds toe – dan ben je ver gevorderd. C. S. Lewis schreef het boek ‘The problem of pain’. Asaf onderzoekt waarom – waarom doet God dat?
Ten eerste om geestelijk te groeien, daar heb je `tegenheên` voor nodig: Tegenwicht geen evenwicht.. Een jong palmpje krijgt een steen op zijn kruin, zodat zijn wortels des te dieper geslagen worden; zo ook die van mij, in de bodem van Gods genade. Om je milder te laten zijn naar een ander toe, om kleiner van je zelf te denken. Ziet u die lijn ook in de Schrift? Moeilijk hoor, want het gaat tegen vlees in. Rutherford: Genade verwelkt bij gebrek aan tegenspoed.
Ten tweede: door tegenspoed leer je het meest. Bijbelstudie is een goede methode, maar in periodes van geestelijk strijd en nood leer je het meest. De dalen zijn het vruchtbaarst. Je leert er dingen die je niet in de hoogte kan leren. Er zijn bloemen die alleen op de rand van de afgrond groeien.
Ten derde: je onderzoekt jezelf ook: dat mag je alleen tegen jezelf zeggen! Heere wat is er misgegaan in mijn leven? Waar ben ik afgeweken? Het zal niet altijd een rolspelen, maar het is goed om het de Heere te vragen
Ten vierde: het maakt ons losser van de aarde en bereidt ons voor op de hemel. God kan je kortwieken – een pijnlijke ingreep – opdat ik niet zou wegvliegen. Dat ik mijn hele leven dichtbij Hem blijf.

Mag je tegenspoed afbidden? Natuurlijk, dat deed Paulus ook. Heere wilt u mij daar alstUblieft van bevrijden? Maar soms heb je een punaise nodig waarmee Hij je vastzet aan de genadetroon. God wil je nek niet breken, maar wel dat je op je knieën blijft. Geef me draagkracht naar draaglast. Geduldig, ziende op het lam van God, dat zo zachtmoedig was.

2. In voorspoed dankbaar. Alle dingen waar je van kan genieten – we hebben de opdracht om te léven. De Heere schenkt zoveel dagelijkse kleine dingen. Zolang je het licht geniet, Hem te verhogen in je lied. In een land te leven zonder oorlog en marteling, geen vervolging voor christenen, voedsel, onderdak – een lieve pappa en mamma, zul je er zuinig op zijn? Wees te worden is heel erg of je 20 bent of 40 of 60. Geef je vader en moeder een kus als je gaat slapen. Doe dat maar zo lang mogelijk.

In voorspoed dankbaar is nog moeilijker dan in tegenspoed – zelfs de Farao kwam op de knieën voor God. Maar voorspoed voert zo vaak van God af. Toen de weelde kwam in ons huis verdween God naar het schuurtje. “Vroeger hadden we niks en we waren tevreden” nu hebben we alles maar willen nog meer. Tegenwicht geeft evenwicht, ook al zit niemand er op te wachten. Ook al roep ik: Heere dit niet, dit niet; en de Heere zegt: dit wel, maar Ik ga wel met je mee.
Ontberen doet waarderen. “Ik kan niet begrijpen dat er mensen zijn die wel kunnen, maar niet willen”.
Er zou een geestelijk dankaltaartje moeten staan in elk huisgezin. En dat mag nooit uit gaan.

3. Morgen – volgende week – dit jaar. “Och, ik ben nog jong, als je je hersens gebruikt en je handen laat wapperen, ik red het wel.” Zo kun je leven; anderen zijn heel angstig - ik ben zo bang dat me wat overkomt. Ik ben zo bang dat mijn kinderen wat overkomen zal. Ik moet niet denken aan de toekomst van mijn kleinkinderen in de wereld waarin we leven. Maar: een vast vertrouwen op die getrouwe Vader. Mijn vertrouwen is op God. Niet op u. Ik heb geen verwachting van u, en ik hoop dat u ook geen verwachting van mij hebt. Wel van God – voor u. Wel van God, voor mijn kinderen. Dat is wat anders.
Het vertrouwen is: niets zal mij afscheiden van de liefde van Christus. Zijn hulp zal blijken.

Dat is de voorzienigheid. Ik mag erop vertrouwen, maar ik kan het niet verklaren. Hoe ouder ik word, hoe meer verborgen Gods handelen voor mij wordt. Maar ik vertrouw Hem des te meer. Niet verklaren, maar wel vertrouwen. Al schijnt Zijn grote kracht mij soms verborgen.
Niets zal mij scheiden van de Vaderliefde van God. Jacqueline van der Waals dichtte - in haar strijd tot geloofszekerheid. Heer ik wil uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel u niet. Schijnen mij Uw wegen duister, Vader wat gij doet is goed.
Als ik terug kijk, zeg ik het is goed voor mij verdrukt te zijn geweest. Alle dingen, maar dan ook alle dingen zijn in Zijn hand. God staat overal boven – tot hier toe en geen haar verder, zoals ook bij Job. Die grenspaal kan de satan nooit overgaan. Geen millimeter.
Het steentje van David, ook de pijl die koning Achab doodde - ik heb ook een pijl afgevuurd in deze preek. Zelfs de stenen die naar Stefanus werden geworpen hebben hem de hemel in gestenigd. Dat moet je wel zien. Nero verbrande christenen in zijn tuin als fakkel-verlichting – waarom greep God niet in? Het is hoe je kijkt. Je kunt ook zeggen dat ze als Elia met vurige paarden zo de hemel in reden waar ze de erekroon mogen dragen...

Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand. God maakt een borduurwerk van mijn leven, een handwerk van God. Hij ziet de bovenkant, en ik alleen de warrige draden van de onderkant. Straks mag ik die bovenkant ook zien. Wat een lang leven van tegenspoed niet kan ontrafelen zal ik na deze verstaan.
Boven de sterren daar zal het eens lichten. Daar wordt het alles ontraadseld en onthuld. Gij zult het na deze verstaan.

Schijnen mij Uw wegen duister,
zie ik vraag ik U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister,
Als ik in Uw hemel kom.

Edit