Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-04-30 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 11 zac 3:1-10 2006-04-30.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.3Mb)
2006-04-30T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In zondag 9 en 10 ging het over God de Vader en onze schepping. En nu in 11 t/m 19 gaat het over God de Zoon en onze verlossing. Het eerste artikel hebben we gehad. Nu het tweede van de 12 artikelen.
De blindgeborene van vanmorgen, die genezen is, zegt: “wie is Hij, dat ik in Hem geloven mag?” Dat is dus de bedoeling, niet kennis op zichzelf.
De Heere Jezus moet geloofd worden. De Heere Jezus zegt zelf in Joh 14: Gijlieden gelooft in God, geloof nu ook in Mij. Alleen maar geloven in God, daar heb je niets aan, bij wijze van spreken. De duivel gelooft ook in God. Geloven dat Hij bestaat kan zonder dat je voor Hem bukt. We moeten “onderscheiden Persoonskennis” hebben. Wie is God de vader en wie God de Zoon en de Heilige Geest. Sommigen hebben het over een Opperwezen of alleen over ‘de Heere’. Dat is gebrekkig. De Heere Jezus is de weg tot God, de waarheid over God en leven in God.

1. Hij is de enige zaligmaker (vraag en antwoord 29), 2. volkomen zaligmaker (v&a 30)

De namen worden tegen het licht gehouden. Zijn Persoonsnaam, roepnaam, die mag je aanroepen. Ik ga Hem vanavond omroepen en uitroepen over uw hoofden heen. Jezus. De Koningin noem je niet bij haar voornaam, maar Jezus wel. Heere Jezus, ontferm u over mij. Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam. Toen Hij gedoopt werd in de Jordaan en verheerlijkt op de berg, toen ruiste (galmde) het langs de wolken.

1. Er zijn voor de Heere Jezus heel wat namen in de Bijbel. Alfa, Borg, Christus, Deur, ... Zaligmaker. Maar geen is er zoeter dan Jezus. Die naam komt zoveel voor. Hij gaat om Hem, het begint al in het begin van het evangelie. Op de achtste dag vallen er druppels bloed bij de besnijdenis – daar ontvangt Hij de naam Jezus, door de hemel bevolen. Ursinus (een van de opstellers van de Catechismus) schrijft: die naam geeft niet alleen Zijn taak aan, maar is ook een troost voor ons, als een schild tegen alle aanvechting. Het naambordje van de Zaligmaker hing aan Zijn kruis. En ook daar was er bloedstorting. Messias belijdende Joden spreken Hem aan bij Zijn echte Joodse naam: Jeshoea, (als Joshua) een hele gewone jongensnaam. Maria heeft Hem ermee geroepen als het etenstijd was. Jozua is hetzelfde. In Zac 3 komen we een Jozua tegen die hogepriester was. Ook: Jozua de zoon van Nun. Wat Mozes niet kon, kon Jozua wel: het volk in het beloofde land brengen. De overwinnende generaal en hogepriester. Die smelten als het ware samen in Jezus de zoon van de timmerman. Hij brengt echter een eeuwige verzoening aan.

Zijn naam betekent behouder, redder, heelmaker. Vrede-maker tussen God en mijn onrustige ziel. Heiligmaker, zaligmaker. Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonde. Zalig komt al negen keer voor in deze zondag alleen. Zalig betekent letterlijk vol. Leeg van zonden, vol van Hemzelf. Hij behoudt mij van Gods toorn. Hoe kan ik zalig worden? Waarom wil je dat weten? Is er een stuk zielennood? Niet op een misschientje af laten komen. Wat moet ik nou DOEN om zalig te worden? Zoveel dominees sturen je naar de wet: je moet waar veel..... en dan komt het. Paulus zegt: geloof in de Heere Jezus Christus. Ik stel mijn vertrouwen op de Heere mijn God en gij zult zalig worden. Geloof je dat? Geloof alleenlijk in Hem. Als je maar één seconde echt geloof hebt gehad in de Heere Jezus, ben je gered; geen geoefende Christus, maar je wordt wel zalig.
Er staat: Ons van onze zonden verlost. Ze waren niet benauwd in de ingewanden. `Allen die door Hem tot God gaan.` Hij is onmisbaar.
We liggen verloren en gaan verloren, tenzij de Heere Jezus in ons leven komt. Ook kleine kinderen. Kleine kinderen die het onderscheid tussen linker- en rechterhand niet kennen, worden zalig, maar als kinderen bewust kunnen zondigen, kunnen ze verloren gaan, daarmee kan het ook door Gods genade geloven. (Ik ga er nog wel eens een keer op in). Wat voor zondaars, het is voor de Heere niet belangrijk.
Als een klein kind geboren wordt: alles zit erop en eraan. Maar bij een zondaar zeg je: alles is er af. Het beeld van God is eraf. Verpest door de zondewalm. Jezus is gekomen om te herstellen en heerlijker te maken dan het ooit geweest is. Niet alleen vijf letters, maar een kracht. Waarom komt het steeds terug op Jezus en dat kruis en open graf in die preken? Dat is de pit en het merg van het evangelie.
Uw naam o beminnelijke bruidegom is als een olie die uitgestort wordt. Wij herkennen dat niet meer. Olie was een geneesmiddel. De Barmhartige Samaritaan deed dat op de wonden. Olie in de wonden die uitgestort wordt. Je zit zo vol wonden, zonden, etterbuilen.
Geen naam is zoeter, Hij balsemt de wonden.
Als je kind van God bent geworden, heb je die olie niet meer nodig? Wel zeker. Die olie is ook iets dat heerlijk ruikt. Een liefelijke naam. Die ruist over de hele wereld. Toen wij nog in bed lagen waren de kerkdiensten in Australië al bezig en als wij klaar zijn, beginnen ze in Amerika.
Als je nog niet met God verzoend bent, ontrol ik hier de witte vlag van Gods vrede met Jezus’ naam erin. Die naam waardoor ieder zalig moet worden (niet *kan*). `Ieder die hier zit kan worden`. Mis, je *moet* zalig worden, je mag niet verloren gaan. Hoe? Geloof in de Heere Jezus Christus. LAAT je zaligen. Er is maar één arke der verlossing. Maar één reddingsboot. Om mij uit de zee van Gods toorn te verlossen. Het duifje van Noach fladdert terug naar de ark Noach en steekt zijn hand uit. Ik hoop dat u ook geen rust kan vinden in de wereld, of uitgaan of in kerken of in dominees, maar fladder naar Hem toe, Zijn arm is al uitgesterkt om je binnen te laten. Bij niemand anders is het te vinden. De engelen, de wet, de kerk: die zaligheid is bij ons niet. Allen bij Jezus Christus. Ik hoop dat u er van smult. Wat is nu een goede preek – ellende verlossing dankbaarheid – een brede en een smalle weg - allemaal goed. Maar: die ene Naam, waardoor ik behouden moet worden. In die naam wil ik roemen.

2. V&A 30 zegt eigenlijk: Je kunt hem met je mond roemen maar verloochenen met de daad. Het is of-of: Of Hij is het helemaal of helemaal niet. Wat ik vaak zie: is en-en. En mijn eigen leven lijden en een liedje zingen. Dat is funest, daar ga je mee verloren. Het liefst zouden wij op zowel de brede en smalle weg lopen en we hopen bij ons sterven dat het “mee valt”. Maar als je zo blijft hinken, rolt het altijd de verkeerde kant op. Dat pikt de Heere niet. Wij hebben een Jezus+. Terwijl de Heere een jaloers God is. Heel radicaal.

Ik las over de Moslim: mannen kunnen zalig worden door goede werken en de heilige oorlog en Allahs barmhartigheid. Ze weten echter nooit of ze daarvoor in aanmerking komen. Wat is het evangelie dan rijk: Geloof en gij ZULT. Waar halen wij dat en-en nu toch vandaan? Het is Jezus alleen. Ook in de praktijk, van gevoelens ook, is het vaak en-en. Je kunt iets extra’s willen: een ervaring, een gevoel, een werk; met het ene been op de vaste over. En met de andere op een plank in het water. Vroeg of laat kantel je het water in. De Heere vraagt dat we met onze beide benen alleen rusten op dat volbrachte werk van die volkomen Zaligmaker.

Vertrouwt u volledig of een beetje? God vindt het voldoende en u? Heeft u een `maar`.....
Het is een van tweeën, koud of heet, vijand of in vuur en vlam staan. Half bakken is alleen maar ballast. Waarom trek je dan niet gelijk de wereld in? Omdat ge lauw zijt zal ik u uit Mijn mond spuwen – dat is wat?!

Aannemen: in het Latijn staat ‘je armen om Hem heen slaan’. Stel je voor dat de Koning zelf in ons midden kwam. Als met Pasen. Wie zou er dan wegvluchten en wie Hem omhelzen? Wie zou zijn voeten omhelzen? Niet blijven zitten in je bank ook – dan heb je echt geloof. Het zijn van die eenvoudige dingen soms.
Als het Lam van God wordt verkondigd zou ik mijn armen wel om Hem heen willen slaan en Hem een kus willen geven. Wat is Hij dierbaar geworden! Wie is Jezus voor je? Niet ‘iets’, niet ‘veel’ – Hij is voor mij alles...

Edit