Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-05-07 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 12 :31 psa 110 2006-05-07.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.9Mb)
2006-05-07T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We gaan het vanavond hebben over de naam Christus, Zijn ambtsnaam; Jezus is zijn eigen naam. Zoals “Koning David” – wie zeggen de mensen dat Ik ben - Hij lijkt op die of die. Maar jij, wie zeg jij dat Ik ben? Petrus zegt: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.

De ambtsnaam `Christus`.
1. Onze hoogste profeet, 2. onze enige hogepriester, 3. onze eeuwige koning.

Christus (Grieks) en Messias (Hebreeuws) betekent hetzelfde: Gezalfde. Dus Hij als Christus, betekent dat Hij degene is waar het Oude Testament naar uitgezien heeft. De wens der vaderen. Bij zalf denken wij aan een medicijn. Maar in het Oude Testament denkt men bij zalving aan een ambt. Profeten werden gezalfd, Elisa werd ermee aangesteld tot profeet. Aäron werd gezalfd tot priester, die zalf die heerlijk rook droop tot onderaan zijn kleed. Aan God gewijd. En koningen werden gezalfd. David werd gezalfd uit een oliehoorn – onbreekbaar (Saul uit een kruik). Er werd een zalf gemaakt van een geheim recept. Zalven heeft te maken met aanstellen en bekwaammaking. Bevoegd en toegerust.
De Heere Jezus draagt drie ambten. Als profeet heeft Hij de weg der verlossing verkondigd, met Zijn bloed een weg gebaand en als koning houdt Hij ons erop. Als het om deze dingen gaat, zijn we zo verkeerd voorgeprogrammeerd, we hebben een leraar nodig. We hebben ook een priester nodig, we staan bij God in het krijt en God loopt daar niet overheen. Als je nog niet verlost bent, hangt je leven aan een dunne rottende draad, recht boven de hel.
Mensen denken: Jezus is een inspirerend voorbeeld (een profeet), als priester heb ik hem niet nodig: Je hebt Hem of helemaal of helemaal niet. Je kunt het niet delen. Anderen willen hem wel als verzoener, maar niet voor Zijn gezag buigen. Als je gered bent, ga je Hem ook gehoorzamen.

Aanstelling en bekwaammaking. Wanneer is Christus zo aangesteld? Van eeuwigheid af, staat er in Spreuken. Voor Zijn menswording al. Dat is ongelofelijk. Voor het paradijs was er al een vrede-raad Gods. Het verlossingsplan was al besproken. Genade is altijd ouder dan onze zonde. Bij Zijn doop in de Jordaan is Hij bekwaam gemaakt. Vandaar Luc 4, de Geest van de Heere is op Mij.

1. onze hoogste profeet en leraar. Niet de beste van de klas, maar meer dan een profeet. Hij spreekt met de mond van God tot de mensen. Voorwaar, voorwaar, IK zeg u, zegt de Heere Jezus altijd. Niet ‘zo zegt de Heere’...
Gods raad, Zijn plannen, veel er van is voor ons verborgen. We komen niet te weten wie en hoeveel er uitverkoren zijn. Maar wel: dat Hij ons verlossen wil. God wil niet mijn verderf, maar Hij wil mij ervan behouden. Dat is helder. Christus is de reddingswerker. En dat zelfs vòòr de wereld er was.
De allerbeste leraar voor de aller slechtste leerling – wij moeten nogal eens wat lesjes over doen. Hij leert door Zijn Woord en door Zijn Geest. Een kind kan het begrijpen.

Gedenk aan de vrouw van Lot, zegt de Heere Jezus. Denk je daar wel eens aan? Bijna gered en toch verloren. Wee u, zegt de Heere Jezus een aantal keren. Jullie zijn huichelaars zei Hij. Niet: ‘nou dat ben Ik niet met jullie eens’. Niet ruw maar wel recht. Hij kon ook ineens volschieten – huilen over Jeruzalem. Zo bewogen: kom toch tot Mij – al wie tot Mij komt; zo ruim. Een woord voor een tollenaar, een hoer. Wat vindt u de beste dominee? Die zit aan de rechterhand van Zijn Vader. Hangt u wel eens aan Zijn lippen? Niet meer afgeleid door wat er om je heen gebeurt?
Heere leer mij, zeggen zijn kinderen. Maak mij Uw wegen bekend.

2. Hij is ook priester. Het verlossingswerk is door de profeet verkondigd en door de priester volbracht. Pontifex ‘priester – bruggenbouwer’ – tussen God en een zondig mens. De Heere Jezus gaf Zijn eigen leven. Bij offer denk ik ook aan `mes` - het vuur van de toorn van God. Onbegrijpelijk, maar dat was de weg waarin God en mens elkaar weer kunnen ontmoeten. Kun je het voorstellen, dat de Heere Jezus zei, Vader spijker Mij maar vast, Zijn gezicht vol spuug, bloed en zweet. Zijn ogen gaan breken, Zijn wangen opgezwollen van de slagen, rillend van de koorts; milde handen waar het bloed uitstroomt. Vijf wonden als monden die spreken van Zijn eeuwige liefde.
En nog steeds treedt Hij in voor mij bij Zijn Vader. Hij bidt voor mij. Eenmaal stierf Hij, maar eeuwig leeft Hij voor mij. Hij bidt mij naar het Vaderhuis toe.

3. De koning regeert, beschermt en bewaart. De wijzen zochten de koning, aan het eind stond er een bordje boven het kruis. Eeuwig koning, dwz geen troonsopvolging. Onder zijn heerschappij zijn we vrij en zalig. De koningin van Scheba – haar mond viel open. Ik zou alles opgeven om een dienaar te kunnen zijn van Hem. Onderdanen die ten diepste elke dag verblijd in Hem zijn. Rechtvaardig, wijs en zacht. Geen harde meester. Zijn koninkrijk wordt alleen maar groter. Kroon, zwaar en scepter heeft Hij, tot Hem mag je zo maar gaan. Heere, zoon van David, ontferm u over mij. – als je dat bidt ben je zijn onderdaan.
Dien jij een koning die 2000 jaar geleden al voorgoed verslagen is? Da’s dom... Hij heeft nog altijd onderdanen. Wica, hekserij. Hoe is het mogelijk dat mensen bewust kiezen om in de vlammen terecht te komen. Hun ziel verkocht aan de satan. Ik ken een beter en machtiger koning. Voor Hem te strijden en overwinnen...
Hij overwint je door Zijn Macht en Hij wint je in voor Zijn liefde. Ik dien een koning die niet zonder onderdanen zijn kan.

Welke dient u? Je moet niet van corps veranderen, maar van koning. Niet alleen van de kroeg naar de kerk of van ruw en grof naar fijn en netjes. Van boefjes naar braaf. Dat is alleen van corps veranderen. Vroeger wachtte u overal op en nu rent u het vuur uit uw sloffen: ik zeg u bent van lijdelijk naar activistisch gegaan; je bent alleen van corps veranderd, van legeronderdeel. Maar ook van Koning?
Moeder Theresa had een broer die werd bevorderd tot officier van de koning van Albania. En zij ging de zending in. De broer schreef dat hij dat betreurde. De sloppenwijken van Calcuta. Hoe kan een knap, jong meisje een prettig leven opgeven om in een zo’n vieze stad te gaan werken. Zij antwoordde: jij gaat een koning van 2 miljoen mensen dienen, maar ik een Koning van de hele wereld.

Welke koning dien jij?

Edit