Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-05-14 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 10:9 joh 10:1-21 2006-05-14.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 6.1Mb)
2006-05-14C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 18.3Mb)
2006-05-14T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)
De "Ik ben"-uitspraken

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ik ben de deur. Een van de poorten in Jeruzalem heet de Schaapspoort. Die kennen we ook uit de Bijbel, daarbij was een kuuroord, Bethesda. Door die poort gingen de schapen met de herder in en uit. Ze waren ook nodig voor de offerdienst. In Neh. 3 staat dat de Schaapspoort de enige was die geen sluitbalken heeft. De Heere Jezus geeft als Deur toegang tot het Koninkrijk.

Christus de open deur

1. Zijn bekendmaking. (7,9). 2. Zijn nodiging, een bevel. 3. Zijn beloften (behouden, in en uit gaan, weide vinden)

Hij zeide wederom tot hen – ‘wederom’, wat een geduld. De Heere gaat het nog duidelijker zeggen. Amen, amen (voorwaar, voorwaar) Ik ben de deur. Hij is een herder en ook de deur. Dat beeld ging samen in het oude oosten. Een oosterse schaapskooi was niet een schuur als op de Veluwe. Een schaapskooi was een stuk veld met een ringmuur erom heen, met een gat erin. Daarin ging de herder staan. Je moest altijd langs die herder, je kon om hem niet heen. Achter de levende deur waren de schapen veilig. Geen schaap of rover kon er in of uit. ’s Avonds naar binnen, ’s morgen naar buiten.

1. De bekendmaking. De Heere Jezus spreekt tot de Farizeeën. In Joh 9 was een blindgeborene genezen, hij was de synagoge uitgezet, omdat Hij Jezus beleed. De deur ging voor hem dicht. ‘Vervloekt zij uw in- en uitgaan’. En de Heere Jezus zegt: ik ben de deur.
De Farizeeën waren kerkelijk leiders, in het centrum – en Jezus zegt Ik ben de deur. Wat een ontdekkend woord, ze stonden er kennelijk buiten, ze moesten dóór Jezus binnenkomen, terwijl ze denken dat ze er binnen in staan, wat een schokkende opmerking. Als je dat gaat beseffen – dat je als kerkganger er ten diepste buiten staat.. Om het daar mee eens te worden. Ik herken het in mijn eigen leven dat God me er buiten ging zetten. Een heel akelig moment. Zondagsschool-bijbeltje onder je arm, maar ten diepste sta je erbuiten. Is er misschien iemand vanmorgen die alleen maar muren ziet, die zich inspant en je slaat geen dienst over en toch weet ik niet zeker of ik binnen sta. ‘Ik hoop dat het goed komt, maar...’. Na al die jaren kerkgang, in welke kerk dan ook. Ik zeg u vanmorgen op grond van de tekst, al kijk je jarenlang tegen een muur – er zit een deur in en die staat open! Want Jezus zegt Ik ben de deur.

Heb je wel eens voor die poort gedankt? Er wel eens heel persoonlijk door heengegaan? Waar staat die deur? Als je luistert: vlak voor je neus. In de prediking wordt hij voor je gesteld, en wie gelooft is behouden en zo niet dan blijf je buiten staan. Die deur is niet door mensen gemaakt, het is Gods werk, het is Zijn zoon. Die deur heeft twee kanten: een goddelijke kant en een menselijk kant, naar ons toe. De poort hangt in drie scharnieren: het bovenste is het scharnier van Gods zondaarsliefde, de middelste is die van het recht van God, en onderste van Zijn genade. Liefde, recht en genade.

Ik ben DE deur, niet één van de vele. Zeg dus niet: I’ll do it my way. Dan ben je geen christen en dan ben je niet behouden. ‘Niemand wordt behouden dan alleen door Mij’. Je kunt aan duizenden deuren hebben geklopt, gestreden, gevochten, maar je gaat verloren. Die Ik-ben-teksten zijn heerlijk maar ook enorm scherp. ‘Ja maar ik ben gedoopt, kind van het verbond!’ – mis. Het geloof zelf dan? Hij alleen is de deur, en het geloof richt zich op Hem.

Het voorhof van de tabernakel bestond uit een omheining van wit linnen, 2,5 meter hoog. Daar kon je niet binnen komen. Een beeld van Gods heiligheid. Ik kan niet bij God komen. Aan de noord-kant niet, zuiden – westen ook niet. Maar in het oosten: een 10 meter brede poort! Zo wijd is de genade van Hem. Elk die wil, mag komen. Ik zie een poort wijd open staan, in de woestijn.
Het was een mooie poort – het trok aan. Van wit, hemelsblauw, purper en scharlaken. Jongelui, ik wil jullie ook lokken tot Christen. Geen aai over je bol, fijn dat je er bent, het zit wel goed. Nee, ik mag je lokken om in te gaan. Geen zware deur, maar een gordijn, kindertjes konden de deur open doen.
In “Christenreis naar de eeuwigheid” ontmoet Christen Evangelist. Hij zegt, zie die poort, nee. Zie je dan dat lichtje branden? Je moet rechtstreeks op dat licht afgaan. Als je het nog niet (zeker) weet: ga rechtstreeks op die poort af.

2. Zijn bevel: Blijf niet buiten. De deur is er tot een doel. Om gelovig gebruik van te maken. Veel van Christus te weten is niet genoeg. Of je nu veel refo-literatuur leest of evangelisch literatuur – je staat ervóór. Het is niet genoeg om er veel over te praten, doe je dat graag op de verenigingen? Het is niet genoeg om dicht bij Christus te leven om af en toe even om het hoekje te kijken. Je staat aan de verkeerde kant. Agrippa stond er nog voor; ‘gij beweegt mij bijna een christen te zijn’. Niet genoeg om van die deur te dromen of zingen. Het zingen op zich is niet genoeg. Niet genoeg om voor die deur heen en weer te lopen. Zondag aan zondag. Niet genoeg om straks te zeggen: ‘het was weer een echte Christuspreek’. Dat kun je zeggen, zonder dat je er door heen gaat.
Het is zo ruim, maar ook zo persoonlijk. De Heere Jezus kijkt jou aan als Hij zegt: Indien iemand door Mij ingaat. Ik moet achter het licht aan, wie in Mij gelooft, wie door Mij ingaat. Het is zo persoonlijk. Als je nog twijfelt aan de gewilligheid van Christus: dit is de liefelijkste tekst uit de Bijbel. Komt wie vermoeid en belast is – ‘maar dan moet je eerst vermoeid zijn’. Of: ja maar, je moet eerst dorst hebben, dus die tekst is niet voor mij. Maar hier is geen tegen-argument: IEMAND die binnen, je moet niet dorstig, vermoeid, of wat ook zijn. Geen privé-ingang, verboden voor onbevoegden, geen blaffende honden geen paleispoort. Hoe langer ik hier over nadenk, hoe meer evangelie ik hier in zie.

Wat een Heiland hebben wij...

3. Die zal behouden worden, in en uitgaan en weide vinden. Een geweldige bemoediging.
Achter de ingang ligt een goede schuilplaats. Wat een vrede in je hart. Als je mag weten: ik ben gered door het bloed van het Lam. Als straks die akelige dood komt, mag ik weten dat ik naar de schaapskooi hierboven mag gaan. Vrede in je hart en ook vreugde in de hemel!
Het schaap gaat binnen en het verdwijnt achter de herder. Ik zie alleen nog maar de herder. Het is door Hem, door Hem alleen.

Al die Ik-ben-teksten zijn zo ruim, maar er is ook een andere kant: als ik het Licht der wereld niet volg, kom ik in de buitenste duisternis; als ik de Opstanding niet volg kom ik in de tweede dood. Als ik niet door de deur ga, ga ik voor eeuwig verloren. Wat is verloren gaan? De Ark had ook maar één deur. Sommigen hebben misschien wel op de trap gestaan, maar ze gingen niet naar binnen. En God sloot de deur toe. En dan gaat hij niet meer open... Er gebeurde een week niets, en daarna ging het regenen en kwamen er overstromingen in Suriname, Nederland en heel de wereld. De mensen zullen toen hebben gebonsd op de deur. En ze zijn verloren gegaan, gestikt in het water. Ze konden gered worden maar ze wilden niet. Ze lachten Noach uit. ‘Jij hoort niet in ons kerkverband thuis!’ Afgelopen week twee trouwerijen. In de Bijbel is ook een trouwerij, dwaze en wijze maagden wachtten op de bruidegom, maar de dwazen stonden buiten en de deur ging dicht. Binnen was de muziek en de reidans en de liefde en buiten was alleen duisternis.

Als ik straks in de eeuwigheid zal landen, gaat die deur dan voor mijn neus of achter me dicht? Eeuwig binnen, boven. Of eeuwig buiten.

Ik kan niet zeggen dat die deur nog 100 jaar of een maand zal openstaan. Misschien tot 14 juni? Ik kan u dat niet garanderen. Zelfs nog een dag of een uur. Je kunt naar huis gaan – er hoeft maar een adertje te springen. Maar wel kan ik u garanderen dat die deur NU voor u openstaat. Ik zou het liefst van de kansel afkomen. Een briefje:

[ ] ik ben binnen
[ ] ik ben buiten

Vul maar in. Bent u binnen? Vertel eens? “Ik heb verder niets te vertellen, dominee”. Christen in de christenreis zei: ik aarzelde bij de deur, en er kwam een hand die me over de drempel trok. Alleen door zijn trekkende liefde: dan praat je niet over je eigen keus of je eigen geloof, maar alleen nog maar over Hem!

In en uit gaan – De vrijheid van de kinderen van God. Hij stelt je in de vrijheid, naast veiligheid. En ook weide. Voedsel in overvloed, de Nieuwtestamentische zegeningen, de dingen van het hemelse leven. Grazige weiden van het Woord van God (KT), dat is genieten. Aan het banket van God.

Die open poort leidt tot Gods troon, ga door en laat niets u hinderen en aanvaard die kroon.

Genade van God zo rijk en vrij. Die poort staat open, ook voor mij.
Dit is, daar is, Hij is, de poort des Heeren, door deze zal ik binnen treden en loven ’s Heeren majesteit.

Edit