Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-05-14 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 12 :32 1pet 2:1-17 2006-05-14.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.5Mb)
2006-05-14T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Waarom worden wij een christen genoemd? Zondag 12 over Christus en de christen. Ze horen bij elkaar, zoals een bruidegom hoort bij een bruid. Een christen is in zekere zin ook een gezalfde met drie taken. Hij lijkt op de Heere Jezus. Niet meer ik, maar Christus leeft in mij. Geestelijke groei is dat Christus steeds meer gestalte in je krijgt; niet die veel weet of doet, maar hij IS een beelddrager van Christus. Dat is mijn begeerte dan ook. Ik wil van Hem Zijn zachtmoedigheid en nederigheid leren, Heere leer mij een dienaar te zijn.

Een christen genoemd;
Profetisch Zijn naam belijden, priesterlijk zijn leven aan Hem wijden en koninklijk strijden tegen de zonde en de duivel.

Vraag 32: Waarom gij? Weerom heel persoonlijk. Of ben ik nog een goddeloze? Ben je een wedergeboren christen geworden? Wij zien een klein engeltje, maar God ziet al een klein zondaartje als een kind geboren wordt.

Waarom word je zo genoemd – niet: waarom noem jij je zo? Christianoi – christen-lui zo werden ze genoemd. Een aanhanger en volgeling van Christus. Ze kregen de naam overgedragen, net als een vrouw na het huwelijk de naam van haar man krijgt. Hoe vaak komt `christen` voor in het Nieuwe Testament? Maar 3 keer. Hand 11, daar zij de ‘buurt’ dat van hen. Koning Agrippa werd bijna bewogen om er een te worden. En dan in 1 Petrus: het lijden als een christen. Dat lijden zie je heel vaak, om Zijns naams wil. Een bekende slogan was ‘voor de leeuwen met die christenen’. Ben ik een (Nieuwtestamentische) christen? Er zijn nogal wat oudere, lieve zielen, die nog zo vaak leven bij de vraagtekens van het Oude Testament en niet bij de uitroeptekens van het Nieuwe Testament. In de Ned Geloofsbelijdenis ligt het accent op het leven een christen – je handel en wandel. Als dat lijkt op de Heere Jezus, dan mag je zo noemen. Ik hoop dat mijn kinderen later zullen zeggen, mijn vader probeerde christen te zijn, en niet: mijn vader was dominee. Oren die naar de meested willen luisteren, voeten die op de weg van de Meester willen gaan, een stem die tot de meester praat, biddend. Een hart dat klopt voor mijn Heiland. Zo niet, noem je dan geen christen.

Alexander de Grote zei tegen een naamgenoot die zich te buiten ging: verander je naam of je gedrag, want deze combinatie duld ik niet langer.
Wij gebruiken die C zo vaak als etiket. Je hebt zondagschristenen. Je merkt er niets van doordeweeks. Of naam-christenen, alleen de buitenkant. Je hebt praat-christenen. Doen niet naar hun woorden, het klopt niet. Je kunt iemand met lange rok zien – hé een refo. Een ichtus op de auto: hé een evangelische, maar niet: hé een christen, want dat zit niet op je buitenkant geplakt.

Je spreekt met respect over opa en oma die echte christenen waren – die lieten een spoor na. Een lidmaat, niet van de Herv.Kerk maar van Christus. Ik sprak een vrouw in het ziekenhuis – mag je de Heere Jezus persoonlijk kennen? Ja, ik ben hervormd, zei ze. Tja. Maar ben je een levend lidmaat van Hemzelf? Onlosmakelijk aan hem verbonden.
Alzo Zijner zalving deelachtig. Het druipt van Hem af. Tot aan de minste gelovige. Elke christen is met een druppel gezalfd. Hoe meer kracht er van me uitgaat in mijn leven des te meer er uit gaat van mijn prediking. De Heere Jezus sprak als gezag hebbende. De geest des Heeren was op Hem, om gebondenen loslating te geven. Als er meer zalving van de Heilige Geest in de gemeente zou zijn, worden er meer zieken beter en worden meer bezetenen bevrijd. Gelukkig zijn er veel mensen die voor mij bidden. ‘Wilt U dat knechtje op de kansel zalven met de Heilige Geest.’ Wij kennen die enorme kracht van Heilige Geest helemaal niet. Dat heeft effect, op je psyche, op je lichamelijk leven zelf. Toen de Heilige Geest werd uitgestort op Pinksteren kwam er zelfs een plaatselijke aardbeving. Een christen is niet iemand die een druppeltje water heeft ontvangen of een druppeltje wijn heeft gedronken; maar die een druppeltje van de zalf van de Heilige Geest heeft ontvangen. Dan komt er een breuk van het oude leven. Hoe worden we een aantrekkelijke gemeente? Eerst een beleidsplan schrijven. Prima. Maar gaat er wat van mij met die olie, dat geurt!
Herodes hield duiven. Zijn duiven konden zoveel vreemde vogels lokken naar de duiventil. Hij bestreek ze nl. met geurige balsem. Daar kwam alles op af. Ze stoten niet af, maar ze trokken. Ben ik zo? Heere geef van die zalving opdat ik anderen mag aantrekken..
Dat andere mogen ruiken dat ik bij u behoor. Esau rook naar de geur van het veld. Een priester rook naar het altaar. Anderen kunnen het aan mij merken, ruiken – die is bij Jezus geweest.

1. Profetisch Zijn naam belijden. Niet door alleen naar de kerk te gaan. Maar elke dag en overal. Begin in je eigen gezin. Een praatje over de preek bij de koffie. Zijn ze binnen of buiten? Soms moet je een waarschuwing geven, geen lange preek. Gisteren avond wezen stappen, om 12 gaan ze pas weg. Daar heb ik verdriet van, maar niet te veel van zeggen, dat geeft alleen maar ruzie in huis. “Bedenk dat je overal God moet kunnen ontmoeten”. Dat onthouden ze. Als je tot verandering komt, nu, niet morgen: Pa en ma zeiden het wel, maar ik leefde er overheen. Profetisch belijden, niet altijd een hele preek. “Preach the gospel and if necesaasry use words”, maar preek dus vooral door je leven.
Het Joodse meisje dat was gevangen genomen en diende bij Naaman – melaats, net goed. Nee dat zij ze niet. Ze gunt die man beterschap. Ga naar die profeet. Zo’n kort woord. Dat gebruikt God.
Ik werk op de bouw, kantoor – als enige christen – zo moeilijk. Ja voor mij als dominee is het makkelijker: ik ga alleen met goeje mensen om. Mijn tong is vaak gebonden – David had er ook last van, zo Psalm 51: Heere open Gij mijn lippen. Geen vrijmoedigheid van zichzelf.
2. Als priester mijn leven aan Hem toewijden. Dat kan als je eerst je volkomen aan Hem toevertrouwd. Vervolgens volkomen toewijden. Mezelf offeren, niet iets van mezelf of tijd of geld. Maar mezelf helemaal. Als je dat niet wilt, noem je dan wat je wilt, maar geen christen. Ik ben niet meer van mezelf maar ik ben van Hem. Als dankoffer, niet als zoenoffer, dat heeft Hij volbracht. En alleen vrijwillig. Laat het dankaltaar in ons leven altijd brandend zijn. Herkent u dat? Heeft u dat vandaag gedaan? Toen u vanmorgen opstond? Wie heeft de Vader verteld, dat de Heere Jezus zo veel voor je betekende? Dat is een lofoffer voor God. Dat je Hem zo lief hebt gekregen. En hoe heel rijk het is om Hem te dienen. Niet alleen gebed om je verlanglijstje af te werken maar een lofoffer aan God. Soms breng je een ander offer. Een gebroken geest en een verslagen hart door schuldbesef. Gods offers zijn een gans verbroken geest. Dat offer kan Gods heilig oog behagen. Soms moet jouw wil op het altaar, als slachtoffer. Heel pijnlijk, maar achteraf – het is toch goed geweest. Zijn er nog priesters in een gezin? Een vader of moeder die een vrij gebed doet, elke keer weer een ander offer? Ik geloof dat het aangenaam is voor God. Het voorleven en hard op bidden vóór de kinderen. Priesters praten niet over elkaar maar bidden voor elkaar.
3. In dit leven strijden en na dit leven met Hem regeren. Hier de strijdende kerk straks de triomferende kerk. 80 jaar strijd maar de overwinning ligt vast.
De duivel en de zonde, een vijand van buiten en binnen. Die onreine nijgingen als je die voedt gaat het mis. Strijd! Maar niet tegen elkaar – beschamend die strijd over een naam van een kerk. Waar zijn we mee bezig. Zonder geest blijft een lijk over. Niet meer de reuk van het evangelie, maar stank. Er is zoveel strijd – ook binnen de Maranathagemeente; geen broederstrijd! De een op het gaspedaal en de ander op de rem, wie het hardst trapt, wint. Strijd met elkaar, niet tegen elkaar. Broederstrijd levert alleen verliezers op.

In eeuwigheid met Hem regeren. Wat een stralende toekomst. Een zondig verleden, ja, maar een genadig heden en een stralende toekomst. Als koningen heersen. In deze kerk zitten koningskinderen. ‘Een arme bedelaar’, dat mag je zeggen, maar vanuit het wonder hoor ik het liefst – een koninklijk kind, door de Vader bemind. Luther zei ook:christenen zijn allemaal geridderd. Daar let de wereld op. Als je het fout doet: geef het toe; ‘je hebt gelijk.’
Ze dagen de klederen des heils. Ze mogen soms koninklijke lekkernij eten aan die tafel. En als ze sterven, een koninklijke begrafenis. Soms is het heel helder. Straks leidt men haar in statie uit haar woning. Daar gaan ze op tot Gods altaren. De eerste christenen legde een bloemetje op de kist. ‘voor de leeuwen’ – deze man heeft geroken naar de godzaligheid. Een martelaar kreeg een palmtak op zijn kist – overgegaan naar de overwinnende kerk. Wat heerlijk en begeerlijk.

Gevraagd: belijders van Zijn naam. Toewijders aan Hem, Strijders tegen de zonde,
Beloning: hiernamaals regeren met Hem over alle schepselen.

Is dat geen aantrekkelijke advertentie? Wie schrijft er in?

Edit