Edit|
EditReeks Samenvatting:
Jezus Christus het hoofd, het begin en de eerste.
Je moet maar gevangen zitten. En dan nog zonder dat je wat op je geweten hebt. Om de Heere Jezus! Voor zovelen geldt dat op allerlei plekken op de wereld. Als de pen dan gebruikt wordt, niet om te klagen maar om te getuigen wie Hij is... We weten niet precies waar Paulus gevangen zit, als hij de brief schrijft aan de Kolossenzen. Dwaalleraren zeggen dat er vele bemiddelaars zijn, en Jezus is een van de vele. Paulus grijpt naar de pen – het is niet waar. Jezus is waarachtig God en waarachtig mens. Als je weet van de kracht van Zijn bloed, dan kunnen je toch niet zwijgen als Hij tekort wordt gedaan?
Je wordt er allemaal beter van, als Hij aan het roer van uw levensschip komt te staan. Hij is het hoofd; als je daar op de jongste dag pas achterkomt, dan is het te laat. Het is zaak het nu ter harte te nemen.
Alle dingen zijn door Hem en tot Hem. Elk leven is van Hem afhankelijk. Christus het Hoofd, de behouder van het lichaam. Een levende relatie met Hem, daar gaat het om. Is die er, of niet? Het wonder is, dat Christus van dode ranken levende weet te maken. Ze leven in en door Hem.
Wij doen wel eens iets zonder nadenken, maar Christus is op de Zijnen betrokken. Het is van belang naar Hem te luisteren. Heere, alleen U moet het voor het zeggen hebben.
Als Hij het hoofd is van het lichaam, moeten wij ook een gemeenschap zijn. Kijk eerst naar uzelf. Verdeelt het lichaam zich? Ik ben van Paulus, Apollos, Petrus – ik ben van die dominee, en geef mij die maar. Daar mag het niet om gaan. De lidmaten moeten Hem als het Hoofd proclameren, omdat zij die alleen maar naamchristen zijn door het geloofsgetuigenis van anderen Christus zullen aanroepen - omdat ze niet anders kunnen.
We kunnen zo bezig zijn met onze eigen visie, dat we de werking van het evangelie daarmee blokkeren. Zo worden mensen niet jaloers op ons. Paulus’ getuigenis is een levend getuigenis.
Hij is het begin – daarom is er een gemeente. Begin aan wedergeboorte, aan bekering. De dood heeft Hem niet kunnen weerhouden. Eerstgeborene uit de doden. Maar ook in Oude Testament gebeurde dat toch al? De zoon van de weduwe in Sarfat, en anderen; Jaïrus, Naïn, Lazarus. Maar Jezus liet de dood achter zich, de andere moesten weer opnieuw sterven. Christus heeft de dood tot overwinning verslonden.
Wat je zelf hebt, is getekend door de dood, wat Hij heeft is doortrokken door het leven, wat met Hem in aanraking komt, komt tot leven. Dan ga je zingen, tegen de verdrukking in, ook al word je in de gevangenis geworpen.
Hij - de eerste. De eerste plaats, de bewerker van de tweede schepping. Jezus Christus nr 1. Dat moet Hij blijven, en dat kan alleen door alles aan Hem over te laten. Er kan zoveel tussenkomen. Dat was Paulus’ zorg over Kolosse, dat Christus Zijn plaats moest delen. Kennis van Christus is zo cruciaal, die komt ook van Hem. De Geest doet Hem kennen, dieper en dieper. Je gaat zien hoe onkundig je zelf bent. De Heere Jezus moest tegen Petrus zeggen: ga achter Mij, satan. Een levensgrote valkuil.
Hij is het Hoofd van het lichaam, er is zo weinig eenheid, om wij er zelf zovaak tussen zitten, maar Hij wil ons leren de ander uitnemender te achten. Christus heeft dan ook het laatste woord; elk besluit neem je biddend. Je kunt niet zonder Hem. Wat heb je zonder Hem? Toch helemaal niets?
Het Hoofd – hij moet gehoorzaamd.
Het Begin: alleen door zijn kruis en opstanding is er eeuwig leven.
De eerste: we moeten Hem volgen. Achter Hem aan.
Heere, komt u mijn leven binnen? Dat Hij het Hoofd mag worden, het Begin, de Eerste.