Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-05-25 09:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Hemelvaartsdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Heb 6:18b-20 heb 6:1-20 2006-05-25.0913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.1Mb)
2006-05-25T.091.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.8Mb)
Hebreeën

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Hemelvaartsgrond

De voorgestelde Hoop, het voorhangsel, de Voorloper

Een uitdrukking zegt: De nacht is geheiligd door Jezus geboorte, de morgen is geheiligd door Zijn opstanding, de avond is geheiligd door Zijn sterven en begrafenis, de middag door Zijn hemelvaart. Het zou kunnen – er is sprake van een wolk – overdag. God neemt Zijn Zoon op, de Zoon vaart uit eigen kracht op, de Heilige Geest is in die wolk, de Sjechina, dezelfde wolk als in Ezechiël 1. De Drie-eenheid in de Hemelvaart. Met zegende handen is Hij opgevaren, Hij komt oordelend terug. Nu zijn Zijn zegende handen nog steeds uitgesterkt. De lidtekenen in Zijn handen zijn het laatste wat Zijn discipelen zagen. De Heere Jezus liet gaan goederen na, maar Zijn zegen.

Calvijn zegt: de Heere Jezus zit niet in de Hemel om de sterren te tellen. Hij is daar ten behoeve van Zijn gemeente. Hij is koning. Alle macht in hemel en op aarde is Hem gegeven. Dat zal blijken als Hij terugkomt. Hij zit in de troon van Zijn Vader, nog niet in Zijn eigen troon, die wordt bestegen bij Zijn wederkomst in Jeruzalem.
De hemelpoort ging open, opdat de koning ingaat – een hemelvaartspsalm hebben we gezongen. Als wij kijken naar de Hemel zien wij Hem al zitten, wij geloven het: we hebben een Koning.

Hij is ook als Hogepriester naar de hemel gevaren. Hij bidt voor de Zijnen in het hemelse heiligdom. Een voorspraak bij de Vader.

1. Maar het gaat vanmorgen over de Heere Jezus als de Voorloper. Forerunner. Degene die vooruit reist, de rest komt er achteraan. Ik ga heen om uw plaats te bereiden. Hij maakt plaats voor ons bij God. Een kwartiermaker, net als NN uit onze gemeente op dit moment in ****. Ze kiezen een plek uit om bivak op te slaan, zorgen dat er voldoende voedsel en water is. Hij is daar ons ten goede, zegt de catechismus. Hemelvaart heeft dus alles te maken met hoop – er komt nog wat, ook voor ons. Een anker van de ziel.

Paulus schrijft in Hebreeën aan Messias-belijdende Joden. Zij hebben het moeilijk, ze worden bespot door de ongelovige Joden. Ze werden heen en weer geslingerd op de levenszee. Zo ook de kerk als een schip in de wereld. De Heere Jezus is boven op de berg. De zee kan heel verraderlijk zijn. Wisselend, dreigend. Soms hol en hoog. Soms stil en glad. Dan weer loeiend. Zo de wereld: wij mogen een betrekkelijk rustig leven hebben als christenen in Nederland en Rotterdam. Elders zitten christenen midden in de branding.
Zo is het ook met mijn hart als christen. Als het nacht wordt en het tegen zit; de branding vlak voor de haven. Klippen waar mijn geloof schipbreuk kan lijden – hoe kun je dat voorkomen? Ik denk aan de negen belijdeniscatechisanten, met een warm hart. Nu ben je 40 dagen verder. Ik voel de koude wind alweer. Stromingen van wind en leer, en dan weet je het weer niet meer. Het ging eerst voor de wind, ik vaar zo de haven in! Toen keerde de wind, regenvlagen van droefheid, een zee van ramp zegt de psalm (32 berijmd).
Wat doe je dan? Je anker laten vallen, het verdwijnt in de golven, maar het ligt vast [19] en het scheepje is veilig. Het anker is onmisbaar. De bemanning dankt zijn leven eraan. Zonder anker ben je een speelbal van de golven, eenmaal op drift sla je zeker een keer te pletter.

2. Als het anker haakt heb je vaste grond. Waar ligt dat vaste punt? Vaak leg ik mijn ankertje van mijn hoop op de verkeerde plaats uit. Daar is geen vastigheid en zekerheid: Je eigen hart bijvoorbeeld. Daar is geen houvast. Zoek het niet in je bekering. Toen en toen ben ik bekeerd, heb ik me bekeerd: zoek het niet in je eigen keuze. Wie zegt of die keus waarachtig is geweest, was het met mijn hart of alleen mijn verstand. Anderen zoeken het in hun liefde voor de Heere Jezus. Als het donker wordt, kan ook die liefde op de helling komen. Een ander zegt: Ik geloof. Maar ook dat is geen ankergrond. ‘Is het geen tijdgeloof geweest’, zegt de duivel. Anderen zoeken het in kenmerken. Heb je er dan wel genoeg? Anderen hebben wat meegemaakt – een hoopje, maar dat is geen zeker weten. ‘Ik mag het soms wel eens weten, dominee’ – zoek het niet in je eigen ervaring, je emoties, je gevoel. Ik was er toen zo vol van, zo’n blije dag gehad. Ik zweefde op de wind, gedragen door de wind – en toen viel ik op de harde werkelijkheidsgrond. Emoties wisselen.
Je kunt het zoeken bij mensen, een favoriete oud-vader of voorganger. Bouw je daar je hoop op? Vest op prinsen geen betrouwen. Geen kerken of kerkgenootschap, geen richting. Niet in je hart, of in de wereld, je carrière, alles hebben en doen. Die wereld gaat voorbij.

Waar dan? Vers 19: In het binnenste van het voorhangsel. De Heere Jezus is naar de hemel gevaren, achter het voorhangsel, de wolk. Tot in het Heilige der Heilige, daar is de Heere Jezus op hemelvaartsdag naar binnen gegaan. Ik werp mijn anker achter het voorhangsel, hemelvaartsgrond. Een anker loopt naar de zeebodem, de Heere Jezus is vooruitgesneld naar de hemel. Een beeld van de tabernakel: Het voorhof voor het volk, het Heilige voor de priesters, het Heilige der Heilige voor de hogepriester eens per jaar. Daar stond de ark, met de wet en het verzoendeksel erop, met bloed van het Lam erop. Een genade troon. Tussen de Cherubs woonde de Heere. In die genadetroon, daar zit mijn anker muur en muurvast! Op het volbrachte verzoeningswerk voor goddelozen, daar maak ik het anker van mijn hoop vast aan. Je anker raakt allen los wanneer de troon van God om zou vallen.
Daar is de Heere Jezus gaan zitten, op die troon. De Hogepriester mocht daar niet gaan zitten, hij moest er werk doen en gauw weer weg. Het werk van de Heere Jezus was voorgoed volbracht.

Een christen werpt zijn anker in de hoogte. Mijn anker is boven uitgeworpen. Buiten mijn leven, buiten mijn schip en geworpen op Hem. Een Engelse hymne zegt: `my hope is built on nothing else than Jesus and His righteousness’.
En als die aanvechtingen komen en die slingeringen? De ankerketting is de geloofsverbinding tussen Christus achter het voorhangsel en mij...

Er wordt wel gesproken over het verschil tussen staat en stand; een schip kan vast verankerd liggen, maar gaat wel heen weer. Je kunt nog wel zeeziek worden, maar geen schipbreuk lijden. Je staat is vast, je stand gaat nog heen en weer, verborgen vastheid in de storm. Twijfel en wankelen? Maar toch ligt het vast in hem.
Een jongen van 18 krijgt bezoek van de dominee, hij is ziek en moet binnen kort sterven. Een gesprek kan bijna niet meer. Aan het eind pakte de jongen een mondharmonica, en speelt ‘Ik heb de vaste grond gevonden, waarin mijn anker eeuwig hecht, de dood van Christus voor de zonden. Van eeuwigheid als grond gelegd. Die grond zal onverwrikt bestaan, schoon aard en hemel ondergaan’. Daarin ligt het vast.

3. Voorloper [20]. De voorloper is ook al een scheepvaartterm. Er staat zoiets als een `sloep`, die vooruit ging met het anker van het schip. Eenmaal vast trok het schip zich daaraan naar binnen de haven in. “Als Ik van de aarde verhoogd zal zijn, zal Ik ze trekken” – voelt u die aantrekkingskracht ook op uw ziel? Dat de Heere je naar je toe aan het trekken was? Ik zat vast aan die bank, maar die meester trok me met koorden van liefde – de ankerketting. Soms denk ik wel eens: Heere, wanneer komt nu dat laatste rukje? Zo de hemelhaven in. De voorloper is voorgegaan. Hij is al binnen, de sloep is al in de haven,. Hij trekt Zijn hemelgemeente dwars door de branding heen de haven in.

In het Oude Testament mocht alleen de hogepriester in het Heilige der Heilige. De Heere Jezus neemt Zijn hele gemeente mee daarin. Onder de troon van Zijn genade te wonen. Ik mag Hem volgen tot binnen het heiligdom. Zelfs in die heerlijkheid delen. Als koning beschermt Hij het scheepje van Zijn kerk.

Of in een ander beeld:
Er gaat een stoet van allemaal mensen door de wereld heen, van alles en nog wat. Ze zullen een keer aankomen. De kwartiermaker rent voor de anderen uit. De karavaan overnacht in een herberg, één stond voor dag en douw op, hij ging zo spoedig mogelijk op pad. Naar de volgende halte plaats. ‘Vanavond komt een hele karavaan’ – wie zijn er in? De namen stonden in een rol. De herbergier zette een klei-tafel aan de ingang, met alle namen. ’s Avonds komen er mensen – wij behoren bij de karavaan – wat is je naam? Sta je er niet op? Voor jou is er geen plaats. Jij wel, jij was ook in die stoet, jij had je erbij aangesloten, je werd verwacht in die herberg.
Zo trekt er een stoet door de wereld heen. Je kunt je er nog bij aansluiten, terwijl je zit te luisteren. Ik wil bij de Heere Jezus behoren. Ik mag zegen: er is er eentje vooruit gereisd, en je naam staat in het boek des levens – je bent welkom, er wordt op jouw gewacht.
Kost zo’n karavaan niet flink wat? Het wonder van het evangelie is dat de prijs van de tocht al door de Heere Jezus is betaald. De voorloper heeft ook al betaald voor de hele karavaan. Er wordt op jouw gewacht. Ik hoop daar aan te komen met m’n hele gezin. Wie hoopt dat nu niet?

Zijn er vanmorgen kinderen die ook meewillen? Laat mij van die grote kudde, karavaan, laat mij een heel klein schaapje zijn. Als je dat bidt, dan mag jij ook mee, naar het Vaderhuis.

Edit