Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-06-18 17:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Han 2:37-41 Han 2:22-41 2006-06-18.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2006-06-18T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Petrus staat met de elven. Tijdens het laatste lijden van Jezus hadden zij slapende gelegen, en waren zij op de loop gegaan. Hier staan zij; ten overstaan van vijanden.

De tekenen springen in het oog, de woorden van Petrus prikken in het hart. Petrus verkondigt: Jezus is de Christus, de Zoon van God. De eerste preek door de kerk ooit. Hij vraagt allereerst hun aandacht: “Laat mijn woorden tot uw oren ingaan.” (vs. 14) “Hoort deze woorden.” (vs. 22) De prediking mondt uit in een climax, die hen raakt: “Gij hebt de Heere Jezus Christus, de Zoon van God, gekruist.”

De prediking van Petrus is de kern van de boodschap van het NT. Jezus is Degene Die komen zou; Hij is de Beloofde. Naar Gods Raad is Hij gekruisigd; Hij kon door de dood niet gehouden worden; Hij is in de hel niet verlaten. Hij is opgewekt door God en opgestaan uit de doden. Hij is ten hemel gevaren en zit ter rechterhand Gods. Dat is eigenlijk de inhoud van de XII artikelen! Deze Jezus, Die van God is, hebt gij gekruisigd. De eenvoudige prediking van het Evangelie, volgens Jezus’ eigen opdracht: ”En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.” (Luk. 24: 47)

Zij werden verslagen in het hart. Geprikt in het hart – beter gezegd: in het hart gestoken. “Een levendmakende doodsteek”. Martyn Lloyd-Jones tekent hier aan: “Zij beginnen te denken. Zo begint een bekering.” Zij hebben voor de Zaligmaker die voor hun ogen (!) tekenen en wonderen had gedaan, een moordenaar gekozen. Zij hadden voor het leven de dood gekozen. Zij hebben de Vorst des levens gedood.

Zo werkt de Heilige Geest. We kunnen er enkele dingen van zeggen. Hij trekt onze aandacht tot de dingen die boven zijn. Hij vraagt stilte, gehoor. Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeente zegt. Luister! Hoort, en uw ziel zal leven. De bekering begint op het veld van de belangstelling.
Maar dan moeten we toch het zwijgen er toe doen … want die werking van de Heilige Geest is ten diepst verborgen. Een zeer zoete en verborgen werking! Zonder ons in ons. Zoet, want aangenaam. Niet hard of met overmacht, maar zoet, aangenaam. Hij vermurwt wat zich verzet, Hij opent wat gesloten is. Ja, zegt u, maar zij werden dan toch maar doorstoken! En toch is dat liefde – zoals een chirurg heilzaam een ingreep doet, en niet kerft in een patiënt, maar snijdt tot behoud. Die zeer zoete en verborgen werking heeft een wonderlijk gevolg.

Wat zullen wij doen? – Deze vraag laat ons de nood horen. We kunnen niet terzijde blijven staan. We kunnen niet blijven waar we zijn, zoals we zijn, wie we zijn. Ons leven moet veranderd worden. Wij moeten vernieuwd worden. Wij moeten bekeerd worden. Het Bijbelse antwoord in de prediking: bekeert u. De eerste woorden van Jezus’ verkondiging luiden: Bekeert u. U bent op weg naar uzelf. Wendt u tot de Heere! U bent op de weg van de zonde. Keert u tot Mijn wegen. U laat u leiden door uw gedachten. Word veranderd in uw gedachten. U bent op weg naar het verderf. Keert u tot het leven. Bekeert u. Een ieder van u! Elk van jullie. Het is een persoonlijke zaak.

Dan volgt: “Een ieder van u worde gedoopt”. Dat is een verzegeling. Van Christus worden. Hij van mij; ik van Hem. Hij de mijne; ik de Zijne. Ondergaan in de dood van Jezus. Met Hem begraven worden. Tot vergeving der zonden. Jezus leven van mijn leven; Jezus dood van mijn dood! Ook: met Hem opstaan tot een nieuw leven.
Gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Hier in de tekst wellicht geen volgorde van tijd, alsof zij daarna deze gave zouden ontvangen. Het kan zijn dat we de tekst moeten lezen als één geheel. In de bekering ontvangen wij de Heilige Geest tot bekering. Er is een eenheid. De Heilige Geest verheerlijkt Jezus. Handelingen 2 gaat niet zozeer over de Heilige Geest als wel over Jezus! De Heilige Geest spreekt niet van Zichzelf, maar van Jezus.

Het kan echter ook zijn dat we hier toch lezen van een bijzondere gave na de bekering tot God. De ene uitleg sluit de andere niet uit. Het kan bijvoorbeeld gaan om een krachtige verzekering van het geloof, om de blijde en bewuste ervaring van de vergeving der zonden. Wat heeft God door Zijn Geest rijk gewerkt in de geschiedenis van de kerk! Wat heeft de Geest veelkleurig gewerkt. Zou dat nu nog kunnen? Heere, Gij weet het! De apostel zegt: “Broeders, ik wil dat jullie discussiëren over de geestelijke gaven!” … nee, dat zegt Paulus niet, maar: “Broeders, ik wil niet dat gij onwetend zijt van de geestelijke gaven.” We mogen naar die gaven staan; die gaven die de gemeente een nieuwe luister en heerlijkheid zullen geven, ja, die gaven die de Naam van Jezus zullen doen schitteren in kerk en wereld. Hoe zal dat wezen? Heere, gij weet het.

Petrus bemoedigt zijn hoorders (en ons!): “U komt de belofte toe en uw kinderen”. Israël; volk van God. Beginnende van Jeruzalem. U en uw nageslacht. Tot in het late nageslacht. Zo lang de zon en de maan schijnt. Zoals Jesaje zegt: “Vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen.” (Jes. 57: 19) Jezus zegt: U weet als vader uw kinderen goede gaven te geven. Hoeveel te meer zal uw hemelse Vader u niet goede gaven geven? In de paralleltekst staat dan voor goede gaven: de Heilige Geest. Zo wil de Heere Zijn Heilige Geest geven, die Hem daarom bidden. Nog veel meer dan dat u uw kind brood wilt geven als het honger heeft. Want u komt de belofte toe, en die belofte is ja en amen in Jezus Christus!

“En met veel meer woorden betuigde Petrus hen: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.” Met veel meer andere woorden: God komt op vele wijzen vele malen tot ons. Van jaar tot jaar; van week tot week; ja, elke dag.
Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen. Zij namen het gaarne aan: zo konden zij het oordeel ontkomen. Zij namen het gaarne aan, want zij waren blij met het Evangelie. Zij werden toegedaan – dat wijst op een werk van God. Toen en nu. Voor Israël en voor allen die verre zijn.

Zij namen het Woord des levens gaarne aan. Dat hebben ze graag en van harte omhelsd. Niet met tegenzin, niet al mokkend toegegeven, nee: gaarne. Met blijdschap, met vreugde. Ja, want zo ontkwamen ze aan het oordeel. Ja, maar ook omdat zij daar en toen al in beginsel Jezus liefkregen. Daar ziet u die zoete en verborgen werking van de Heilige Geest. Hij legt koorden van liefde om het hart.

Jezus is ten hemel gevaren. In Zijn dagen riepen mensen Hem aan: “Gij Zone David, ontferm U mijner!” U/ jij kunt dat vandaag ook doen. Met Zijn Godheid, genade, Majesteit en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons, zegt de Catechismus. Hij is hier, om toe te doen tot de gemeente. Hij is hier, om te bekeren; om je leven te vernieuwen. Dat is een goddelijke belofte: “Het zal zijn”. Om toe te doen tot de gemeente, die zalig wordt: een schare die niemand tellen kan. Amen.

Edit