Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-06-04 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorber. H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 13 :33 eze 16:1-6 joh 1:10-18 2006-06-04.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.9Mb)
2006-06-04T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.7Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De eniggeboren zoon en aangenomen kinderen
Het zoonschap van Christus, het kindschap van de gelovigen.

De catechismus is de Christus-namen aan het uitleggen. Jezus (Z11) Christus (Z12), Zoon (Z13) en redder; als een bloem, waar honing in zit. Zoon van David, Zoon des mensen, Zoon van God. Zoon van de Vader. Onopgeefbaar en het struikelblok voor andere godsdiensten. De Joden erkennen Jezus niet als Messais en zeker niet als Zoon van God. In de Islam is Hij een profeet. Hij wordt zelfs Massi genoemd, maar nooit Zoon van God. Dat is godslasterlijk voor een moslim. Maar voor ons onopgeefbaar.
Als wij het meer beseften, zouden we eerbiediger met Hem omgaan. Misschien wordt Hij teveel naar beneden gehaald – Hij is geen Kameraad. Koning, zoon van God. Spreken tot God (eerbied en ontzag) maar ook de vertrouwelijkheid alsof je tot een vriend spreekt. Met theologie kom je er niet uit, maar met geloof kom je erin. De catechismus spreekt over Hem met toepassing op ons. Daarom ook het verschil tussen Gods Zoon en Gods kinderen.

Christus alleen is de natuurlijke Zoon van de Heere. Zijn lieveling, waar God de Vader al Zijn welbehagen heeft. Zijn schootzoon.
De gelovigen zijn aangenomen kinderen. Dat is het eerste verschil.
Alleen Christus is de eeuwige Zoon, dat is Hij altijd geweest. Er is geen tijd geweest dat de Vader zonder Zoon was. Een gelovige niet, pas toen hij wederomgeboren werd is Hij kind van God geworden, door het geloof. Allen die Hem aangenomen hebben.. (Joh 1:12).

Nauwkeuriger bekeken: Als Christus de Eniggeborene is, hoe kunnen er dan meer kinderen zijn? Het Engels heeft: adopted, een geadopteerd kind. Mozes was de natuurlijke zoon van Amram en Jochebed. Maar hij werd geadopteerd door de Egyptische prinses. Als prins opgevoed. Van huis uit, zoals wij geboren worden, zijn wij kinderen des toorns, - van de ongehoorzaamheid. Zo niet geschapen, maar wel geworden. We lijken niet meer op God de vader maar op de gevallen Adam. De verloren zoon, die het kinderrecht heeft verspeeld. Als dat zo is, hoe WORD ik dan een kind van God, hoe word ik geadopteerd? Wat moet ik dan doen? De eerste vraag is eigenlijk: wat moeten ouders doen om een kind te adopteren. Een grote moeite – niet voor het kind, maar voor de ouders. Het kost heel wat. Vaak moet je een verre reis maken. Je moet er zelf naar toe. Om de leegte in het gezin te vullen.
Het kind zelf – soms een vondeling, geen toekomst dan de dood voor ogen. Maar dan gevonden, als Mozes – in de prinsenstand verheven. Geestelijk: God adopteert ook gevallen mensen, zondaars. Straf verdiend, maar God spreekt mij er vrij van om Christus wil. Dat is groot, maar als diezelfde rechter ons nu ter plekke aanneemt en Zijn Vaderlijke gunst en goedheid geeft... de straf laat Hij dragen door Zijn natuurlijke Zoon. Als je daar in mag komen in de week van voorbereiding. Welk een liefde dat wij kinderen van God genaamd worden!

Natuurlijke ouders zijn vaak kinderloos als ze tot adoptie komen. God was niet ‘kinderloos’. Toch doet Hij dat! Je hoopt dat een adoptiekindje mooi is. Dat was Mozes ook. Maar wij: ik zag u vertreden in uw bloed, walgelijk, gewoon slecht; met een corrupt, hypocriet of ongeïnteresseerd hart. Een moordenaar, door eigen schuld. Die adopteert Hij.

God heeft grote kosten gemaakt. Het kostte Hem Zijn Zoon, en Zijn Zoon het leven. Hij stuurde niet een van Zijn tienduizend engelen. En dat voor zulke schurken die volgende week aan de avondmaalstafel zitten. Misschien ben je een kleine schurk, maar een boef ben je in Gods ogen. Het Vaderhuis is zo groot, Hij wil graag dat het vol komt met zonen en dochters. Liefst oudste zonen en dochters. Nu weet ik dat u mij Uw enig-geliefde niet onthouden heeft, als de Heere tegen Abraham, kun je dat dan zeggen...
Het kostte de Zoon ook zoveel. De hemelse glorie verlaten, helemaal naar de aarde, mijn straf overgenomen. Wat een prijs, als u volgende week die beker aan uw mond zet... Wat een reis moest Hij maken.

Er moest bloed voor vloeien, niet voor arme zielige kerkgangertjes. Wij zijn niet zielig, wij zijn schuldig, dat is wat anders. Wij zijn geen vreemdelingen, maar vijanden van God. En dat de Heere mij vergeeft – dat is al zo groot. Maar dan adopteert Hij mij als Zijn kind, dat zet zelfs de engelen in de hemel in verbazing. De doorbrenger wordt aan de tafel genodigd. Hoe is het mogelijk.

Hoe veel adopteert de Heere er? Uit de familie van de vader der leugens. En hij neemt er velen aan, niet enkelen; miljoenen. U en ik kunnen ze niet tellen. Dat geeft hoop!

God bekleedt ze ook met eer. David mocht de schoonzoon van koning Saul worden. Geen geringe zaak. Om aan de tafel van Vader te mogen zitten. Je krijgt een nieuwe naam. Een naam van Sions koning, zoon van God.
Ze worden niet als stiefkinderen behandeld. In het avondmaalsformulier staat het: niet twijfelend, of de Heere ons wil verzorgen als Zijn lieve kinderen en erfgenamen.

Die staatsverandering - geworden tot kind van God, met een verzoend Vader. Dat gaat niet zomaar. Hoe dan wel? Dat gaat alleen om zijnentwil uit genade. Buiten Christus is God rechter. Maar om Zijnentwil heb ik een genadige God en vader.

Ik hoop dat er volgende week veel Mefiboseths bij zitten, die het paadje niet recht kunnen houden. David zegt: is er nog iemand uit het huis van Saul, dat ik hem weldadigheid bewijze om Jonathans wil? For His sake. Mefiboseth was gehaald, hij komt niet; Hij wordt meegenomen, met liefdeskoorden en hij verwacht zijn dood. Maar hij mocht er bij. Zijn verlamde voeten onder de tafel, die zie je niet.

Uit de familie van de satan gezet in het huisgezin van de hemel. Uit genade. Dan heb je Gods als Vader, Christus als je oudste broeder. Engelen als je dienaars, de hemel als je erfenis. In de doop zegt God de Vader het toe. God zegt niet: even bedenktijd, ik weet het niet zeker. Maar Hij zegt `ja`. Een gedoopt kind is geen geadopteerd kind, allen die Hem aangenomen hebben door het geloof, die heeft Hij macht gegdven kinderen van God te worden.
Het ja van God blijft staan. Van mensenkant ervaar je dat niet als recht, maar je ervaart je eigen onwaardigheid. Met smart zet je je handtekening – dat was ik! Zondaar - het gaat niet over je buurman – dat ben ik. Ik berokken Hem moeite. Ik ben niet meer waard om Uw zoon genaamd te worden. Een tafel vol onwaardige avondmaalsgangers. Als de Heere nou `nee` zegt, ga je dan met gebogen hoofd terug, of zou je dan steigeren? “Hoor eens, ik ben het altijd gewend...”. Word je het zo eens met Hem? Als je je zelf buiten zet, zet God je weer binnen.
Dan ga je spellen wat het betekent uit pure genade, dat is geen stickertje, dat je opgeplakt hebt. `Natuurlijk uit genade` - helemaal niet `natuurlijk`, dat is een wonder.

Er zijn standen in het genadeleven. Of dacht u van niet? Als iemand wederom geboren wordt, dat is maar het begin, dan gaat het groeien. Of staat het stil. Eerst als baby’tje in het geloof, en dan als jongeling en vaders in Israël en moeders in het geloof. Een baby kan alleen maar huilen en zich bevuilen. Roepen tot God. Je ziet je zonde – de Heere ‘verschoont;’ die pas bekeerden zijn zich niet bewust dat ze de Heere als Vader mogen aanspreken. Soms moet de Heere ook een ‘tik’ uitdelen. Tucht geeft vrucht.
Op tafel staat volgende week kinderbrood, voor al diegenen die in Hem geloven. Die wel voorziene dis. Een kind van God is te herkennen aan kinderelijke eerbied voor zijn Vader en onvoorwaardelijk vertrouwen, en gehoorzaamheid. Zeg je nooit Vader in je gebeden? Of alleen God, Heere. Je doet hem verdriet als je nu nooit eens Abba, lieve Vader kan zeggen. Kindschap heeft ten diepste te maken met blijdschap. Straks mag ik erfgenaam zijn. Kindschap is eeuwig.

De Vader geeft zijn kinderen wel eens een kus. Dat gebeurt wel eens aan die Tafel, maar ook in de binnenkamer, of als je in de kerk zit. Dan heb je een dienst..!

Ben ik een koninklijk kind? Zei Hij Leef! tegen mij? Of ben ik nog een vreemde? Een verloren zoon of een oudste zoon, die om eigen schuld buiten bleef staan? Die vader ging naar die jongen toe, die buiten stond. Hij smeekte hem: kind (hoort u het?), kind, al het mijne is het uwe.
Als u met een gedoopt voorhoofd toch buiten zal staan, dan is het eigen schuld, dan ga je als kind verloren, omdat je weigerde je door de Vader te laten verbidden.

Lodestijn zei: er zijn veel titels, erenamen, altezamen, mooie titels – het is maar schijn, Niet zo heerlijk, begeerlijk als een kind van God te zijn.
Of met de worden van Johannes de Heer:

'k Ben een koninklijk kind, niet slechts dienstknecht of vrind,
'k Ben gekocht met het bloed van mijn Heer!
En dat bloed geeft mij recht, meer te zijn dan een knecht,
'k Ben Gods kind, dat verblijdt mij zo zeer.

Edit