Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-06-11 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Dankz. & nabetr. H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Han 2:42 Han 2:37-47 2006-06-11.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2006-06-11T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een tornado laat een spoor van vernielingen na. De kracht van de wind. De Heere Jezus spreekt over de Heilige Geest als een wind, die blaast waarheen Hij wil. Je ziet Hem niet, maar je ziet wel, hé hier is Hij geweest. We willen een paar foto’s maken van het spoor van de wind van de Heilige Geest. Geen schade of vernielingen, maar winst. Mensen harten worden overtuigd van zonde. Die mensenmassa op het tempelplein waren verslagen in hun hart, ze werden gedoopt en de gemeente was geboren. Dus ook het leiden na de Heere Jezus, die dat zondepak van je afneemt, is het werk.
We lezen in Hand 2, hoe die jonge christengemeente eruit ziet, in haar eerste liefde. Er was nog geen structuur, organisatie of liturgie. De Heilige Geest was er aan het werk. Van die gemeente wordt een profielschets gegeven.

De eerste Pinkstergemeente
Vier pijlers
1. Het woord des Heeren namen ze aan, 2 het volk des Heeren zochten ze 3, de breking van het brood, 4. de gezamenlijk gebeden
Je moet er niet op verkijken, het duurt maar even zo pril als het hier is. De eerste problemen komen snel: over de leer? Nee, ook niet over liturgie, maar over diaconie! In hoofdstuk 6 ontstaat er huichelarij. Ananias en Saphira vallen dood neer. Door de hitte bevangen? Nee door de toorn van God, vanwege hun huichelarij.

Ze waren volhardend – een teken van echtheid. Geen emotionele opvlieging. Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. De preek was goed bevallen, en elk bleef weer als allen. ‘Zij’ – allemaal gelovigen. Daarin een kleine kring, de 12 en de 120 die langer bij Hem waren. Geen beginnende gelovigen, maar ook de 3000, niet iedereen was even ver. ‘Die Zijn woord gaarne aannamen’ en: ‘En de Heere voegde toe’, de menselijke en de goddelijke kant van de(zelfde) zaak.

1. Volhardend in de leer der apostelen. Dat had de Heere Jezus bevolen. Leer hun te onderhouden al wat ik u bevolen heb. Die naam van hun Heiland brandde op hun lippen. De zonde werd ook aangewezen (deze Jezus die gij gekruisigd hebt). Een Christusprediking, op grond van het Oude Testament werd bewezen, dat Jezus de Messias is. Met een open Bijbel. Geen andere Bijbel, maar een rijkere Bijbel kregen zij die het aannemen. Ik kan niet begrijpen dat mensen zeggen: ik weet nu wel wat er staat. Er kan zoveel stof liggen op het Oude Testament, als de Geest dan gaat waaien komen er schatten van zegeningen aan het licht. Honger naar en liefde voor dat Woord. De leer moet wel in ons leven gestalte krijgen. Die `informatie` moet leiden tot een `relatie`. De beste nabetrachting is gehoorzaamheid. Niet “veel weten”, dogmatiek; maar een loflied op de Heere, en dat is morgenochtend te zien.
Een luisterende gemeente. Je kunt niet tevreden zijn met een minimum pakket. Hoe kun je ’s morgens aangaan en ’s middags niet in de kerk zijn? Denk je met een 6- in de hemel te komen? Mijn volk gaat te gronde omdat het geen kennis heeft. Het geeft je ruggengraat tegen allerlei wind van leer die rond waait.

2. Volhardend in de gemeenschap, ook horizontaal. De gemeente is geen liniaal, maar een geodriehoek. Een punt naar boven maar ook naar de anderen toe. De Heilige Geest legt een band. Soms wordt vreemd eigen, en soms word eigen vreemd. Gemeenschapsbanden met Christus en met elkaar. Hoe dichter bij de Herder, hoe dichter bij elkaar. Houden we elkaar vast, of zitten we naast elkaar aan de tafel en maakt het ons niet uit? Zouden we elkaar kunnen aanvaarden in de liefde, als je weet dat we beide door Christus aanvaard zijn? Geen club van OSM-ers (Ons Soort Mensen). In de eerste gemeente woonde liefde. Rijk en arm, verschillende politieke, maatschappelijke achtergronden, ex-tollenaren, ex-farizeeërs. Het oversteeg de kloven. Ze konden elkaar verdagen in Christus. Er waren karakter tegenstellingen. Die zijn er hier ook. Het heet: 1/3 van de mensheid mag je, 1/3 doet je niets, 1/3 heb je zonder een woord gesproken te hebben een antipathie tegen. En in de gemeente? Waar je je zelf mag verloochenen en je jezelf onder kritiek kunt stellen, daar ga je die ander aanvaarden, omdat Christus ons heeft aanvaard. Je hebt die ander lief om Christus wil.
Geen zandbakgeloof, losse korrels, maar een kooltjes geloof, ze hielden elkaar warm en bij elkaar. Ze gingen elkaar ook financieel ondersteunen. Dat ze allen één zijn, Vader... De armen werden geholpen – vrijwillig. Een vriendelijk woord, broederlijk groet in onze tijd; een bloemetje, een bezoekje. Niet alleen bij die mensen met wie je het eens bent. Wezen werden bezocht, bejaarden met gebreken geholpen. Geloofsgevangenen bezocht, aandacht besteed aan zieken.
Volhardend, dwz het koste inspanning. Inspanning en zelfverloochening. Je hebt zó wat met een ander. Hier en nu is het oefenterrein. Als de liefde in je hart leeft is het ook overvloedig naar een ander toe. De duivel is altijd aan het poken.

3 Breking van het brood. Ze kwamen vaak bij elkaar om liefdemaaltijden te houden. Rijken namen extra mee, zodat de armen ook hadden. Aan het einde werd het brood gebroken en de wijn geschonken, dan werd het avondmaal er achteraan gevierd. Schapen rond de enige goede herder geschaard. Hoe dichter bij de spil hoe dichter bij elkaar. Samen met elkaar aan de voet van het kruis als vergeven criminelen. Een gemeente is geen kippenhok, waar uw haan koning moet kraaien; maar een schaapskooi, naar de stem van de herder wordt geluisterd. Het avondmaal werd niet alleen `bediend`, maar gevierd. Het was een heilige hoogtijdag. Het kindschap gaf blijdschap. Met `siplicitas` - hoe simpeler ik het woord mag brengen hoe meer kracht er vanuit gaat. Simpel, maar niet kinderachtig.

4. Volharden in de gebeden. Meervoud, er waren verschillende gebeden, die ze samen baden. Smekingen, dankgebeden, voorbede, aanbidding. Ik ben zo blij dat we dat doen, ook in onze gemeente. In de Echo, op de kringen, deMaranathakring, thuis – samen bidden is de voedingsbron. Het gezamenlijk gebed is de thermometer van de kracht van God. Hoe belangrijk is dat! Bidden is een duifje wegzende, net als bij Noach, en het komt met een takje uit de hemel terug.

Ze loofden God en hadden ontzag bij het volk. Daar gaat wat van uit! Meer lofliederen dan klaagliederen werden er gezongen, dat heeft aantrekkingskracht. Niet zomaar een naam – die mensen waren blij en gelukkig. De Heere Jezus doet dat dus echt! Jeruzalem werd de vrolijkste stad van de hele wereld.

Ik heb een foto genaakt van de gevolgen van de wind des Geestes, wat Hij aanrichtte in Jeruzalem. Mensen kwamen tot bekering en vormden een gemeente. De eerste liefde. En een foto van onze gemeente? Wordt dat slechts een zwart-wit plaatje? Of zit er nog kleur en glans en enthousiasme in? We verkijken ons niet op die eerste gemeente, maar we mogen er nu naar verlangen. Genade om te volharden in het woord, om elkaar vast te houden, om te volharden in de breking van het brood uit gehoorzaamheid aan het bevel van de Meester en in de gebeden.

Om zo een te zijn in de naam van Jezus, een ziel en één gemoed. Eén Vader, één Zoon die stierf aan het kruis; Eén Geest die ons leidt, en straks één Vaderhuis.

Edit