Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-06-25 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 11:25-26 Joh 11:1-46 2006-06-25.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2006-06-25C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 17.8Mb)
2006-06-25T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)
De "Ik ben"-uitspraken

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Vorst des Levens
1. Wat is Hij, 2. Wat geeft Hij, 3. Wat Hij vraagt

Een gouden kleinood – klein van omvang maar groot van waarde, als hier de Ik-ben-teksten. De Heere Jezus zegt wie Hij is. Hij past zich aan onze behoefte aan. Licht voor wie in duisternis zitten; een Deur voor wie voor een muur staan. Voor hongerigen: het Brood des Levens; voor wie het kwijt zijn: de Weg; voor weerloze schapen: de Goede Herder, en vanmorgen voor doden zelfs: Ik ben het Leven en de Opstanding. Joh 11, het precieze middelpunt van het evangelie. Het gaat naar Zijn eigen Opstanding toe.

Martha, Maria en Lazarus woonden in een huis en ze zijn allemaal gelovig. Een wonder. Daar woonde liefde. Niet elke dag ruzie. Maar Lazarus wordt ziek – `dan heeft hij niet genoeg geloofd` - onzin. Maar zijn ziekbed wordt een sterfbed. Een ziekte tot de dood. Ook kinderen van God overkomt dat. Ze laten een bericht naar de Heere Jezus sturen. Ze hebben een adres en maken er gebruik van!
Wie was Lazarus? Hij spreekt niet één keer in de Bijbel. Maar zijn hart is geraakt en vervuld met de liefde van Christus. Zijn ziekte zal zijn tot verheerlijking van God. De Heere Jezus werkt [in mij leven] altijd aan op geloof en op Zijn eer.
De onverbiddelijke dood ‘klimt de vensters in’. (Jer 9:21). Mijn opa en oma, moeder en vader gaan vast eerst – maar nee, de volgorde weten wij niet! Niemand wordt overgeslagen en vergeten. De levensdraad wordt zomaar in eens afgesneden, of hij brokkelt langzaam af. Het levenseinde komt. Sta ik er te lang bij stil? Elk jaar denken we aan ons geboorte-uur, hoe vaak denk ik aan mijn sterf-uur? Ben ik er te jong voor?
Bet-ani = huis van ellende; daar komt Jezus, maar wel op Zijn tijd. Martha gaat met haar vragen naar Hem toe. ‘Heere U bent te laat’ – “Kind toen het moeilijk was, heb Ik jouw gedragen”, zegt dat prachtige gedicht – maar heeft u nooit: toen ik het zo moeilijk had, was U er niet? Maar: ook nu weet ik, (22) alles wat U de Heere vraagt zal Hij U geven. Hij zal opstaan – ja op de laatste dag. Op zich een geweldig getuigenis. Die begrafenis is niet voorgoed. Het werk van de begrafenisondernemer wordt tenietgedaan.
Maar de Heere bedoelt het anders. Je rouwkleuren nog aan: en dan klinken er paasklokken: Ik ben de Opstanding en het Leven. Bij een vers gedolven graf. De mooiste evangeliewoorden tegen de achtergrond van de dood. In de kapel van de Hervormde begraafplaats, achter de katheder staat onze tekst. De kerk heeft een boodschap. Het woord van de levende Heiland.
De Heere wendt het oog van die verre opstanding naar Hemzelf. Kijk niet langs mij heen naar het gesloten graf. Ikzelf ben de Opstanding. Hij heeft het ook bewezen. We staan nog voor Pasen. Het dochtertje van Jaïrus (12 jaar) was nog maar net gestorven, De jongeling te Naïn (puber) werd begraven, en een volwassen man, Lazarus lag drie dagen in het graf. Kind, puber, volwassene. Ik zeg u: sta op. In hetzelfde jaar brak Hijzelf door de grafspelonk, van binnen uit – waar Hij is, moet de dood verdwijnen.

Aan het begin van ons leven zijn we al geestelijk dood. Door de zondeval zijn we midden in de dood terechtgekomen, scheiding tussen God en je ziel. Dood zijn terwijl je leeft. Denk aan de verloren zoon. Deze was dood, zei de vader. Er komt geen woord of preek meer door – je leeft wel, maar niet voor de Vader. Je kunt ook als gemeente de naam hebben dat je leeft (Sardis, Openb 3) ... Hoe kun je levend worden? Door het Woord. Daardoor staat Lazarus op. Leeft u? Bent u levend gemaakt? Daar begint het mee. De Heere Jezus heeft niet vaak Zijn stem verheven. Hij zegt niet, algemeen: Kom uit! – dan waren alle graven open gegaan, zover zijn we nog niet; maar: Lazarus, kom uit. Jij!
Hoe kon je weten dat je levend gemaakt bent? Het eerste teken van leven is honger! (Dochter van Jaïrus) Honger naar Hem en naar het Woord - dan heb je aan één keer niet meer genoeg. Van de jongeling staat: hij begon te spreken. Spreken met God – een biddend leven.

Hoe krijg ik er deel aan? Wie in Mij gelooft. Dat is de verbinding (i.p.v. ontbinding). Niet alleen ‘aanvaarding van de boodschap’. Geloven is verbinding met Hem. (25,26): Al ware Hij ook gestorven – niet sterven in der eeuwigheid 25b: gestorven gelovigen, 26: levende gelovigen.
25b: Het lichaam ban Lazarus was gestorven, maar hij leeft in zijn ziel eeuwig bij God. Een heerlijk en juichend leven. Ook en juist in de toekomst bij de wederopstandig. Onze doden leven, maar niet zichtbaar voor ons. En straks ook het lichaam – de Heere zal je roepen bij je doopnaam. Dode gelovigen reageren zelfs in hun graf op de stem van hun meester...!
26: Levende gelovigen op aarde – die zal niet de tweede dood sterven. Niet sterven IN [de] eeuwigheid. Kinderen van God gaan net zo goed dood, soms juist zelfs vroeger dan goddelozen. Maar sterven zal erven zijn. Goddelozen “sterven”, en de Heere Jezus, tot zonde gemaakt. Een gelovige sterft niet, maar ontslaapt. Ze mogen in slaap vallen in de armen van hun heiland. Veilig in Jezus armen. Stafanus ontsliep.

Gestorven gelovigen zullen leven, dankzij de Heere Jezus. Levende gelovigen zullen nooit meer sterven. De dood vernietigd wel maar niet alles. Lichaam en ziel worden gescheiden. Tussen vrienden en vriendinnen, echtgenotes, tussen ouders en kinderen. Maar niets zal mij kunnen scheiden van de liefde van Christus. Geen macht van dood en graf rukt mij van Jezus af.

Gelooft gij dat? Knal. Rechttoe rechtaan. De vinger van de preek komt naar jou toe – geloof jij dat er buiten Jezus geen leven is? Geen rust, levenslust, stervensmoed. Niet te gauw ja zeggen. Adam en Eva hadden een reine ziel – geloof je mij, zei de duivel? Ja - zelfs zij geloofden God niet.
Geloof je in Hem? Zou je buiten Christus echt dood gaan? Niet: begrijp je dat? Maar geloof je dat? Geloof is: ja zeggen tegen de Heere Jezus. Ja, Heere, zegt Martha. Ongeloof is niet alleen nee, maar ook: ‘ja, maar’. Dat is niet het geloof, dat de Heere Jezus zoekt.

De IK-ben-teksten hebben we hiermee behandeld. De Opstanding en het Leven.
Voor elk die in de Heer’ gelooft,
is de dood van zijn macht beroofd.
(En gelukkig) geen macht van dood en graf
rukt mij van Jezus af.
En als ik ooit mag ontslapen en ze brengen me weg,
dan mag er geen rouwklacht op mijn steen,
maar schrijf er juichend overheen
het leven is nu pas goed echt begonnen.

Edit